RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448854 / JE RK 26-963
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. E.M.A. Leijser uit Tilburg,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] (vrijblijvend) naar zijn mening gevraagd met de opties om een brief of e-mail te sturen of om een gesprek te hebben met de kinderrechter. [minderjarige] heeft daar niet op gereageerd.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 16 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De vertegenwoordigster van de GI geeft aan dat een ondertoezichtstelling nog noodzakelijk is om de positieve ontwikkelingen van [minderjarige] en de moeder te monitoren. Vanuit de GGZ wordt aangegeven dat de moeder haar depotmedicatie trouw laat toedienen en dat haar toestandsbeeld stabiel is. [zorginstelling] is recentelijk gestart en dat betreft een hulpverleningstraject voor zowel [minderjarige] als de moeder. Het is onder meer gericht op het realiseren van meer activiteiten buitenshuis voor [minderjarige]. Een ondertoezichtstelling voor een periode van zes maanden is wat de GI betreft nog nodig. Het is niet duidelijk of de hulp vanuit [zorginstelling] door kan lopen als er geen ondertoezichtstelling meer is. De verwachting is dat [zorginstelling] ook niet langer dan zes maanden zal duren.
De moeder en haar advocaat hebben geen bezwaar tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij verzoeken echter om de duur te beperken tot drie maanden. Het gaat goed met de moeder en met [minderjarige]. De moeder vindt het heel fijn dat [minderjarige] weer thuis woont. De komende periode moet er worden gewerkt aan een overdracht naar het vrijwillige kader. De moeder vindt de hulp vanuit [zorginstelling] op dit moment nog geen toegevoegde waarde hebben, maar zij accepteert de hulp wel. Zij ziet ook in dat het voor [minderjarige] goed is wanneer hij meer activiteiten buitenshuis heeft.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige] heeft veel meegemaakt in zijn leven, waarbij er sprake is geweest van forse escalaties en een uithuisplaatsing in een gezinshuis. Sinds april 2026 woont hij (weer) bij zijn moeder en dat verloopt positief. De moeder kampt met psychische problematiek, maar haar toestandsbeeld is al geruime tijd stabiel. De GGZ constateert dat de moeder steeds meer inzicht heeft in haar problematiek. Zij laat nu ook zien dat zij er alles aan wil doen om een negatieve terugval te voorkomen. [zorginstelling] is recentelijk gestart en er zal onder meer worden gewerkt aan het realiseren van activiteiten buitenshuis voor [minderjarige].
De ondertoezichtstelling is nog steeds nodig, omdat de positieve ontwikkelingen pril zijn. De duur van de verlenging van de ondertoezichtstelling zal echter wel worden beperkt tot drie maanden. Het resterende verzoek van de GI wijst de kinderrechter af. Een periode van drie maanden is wat de kinderrechter betreft voldoende tijd voor de GI om samen met de moeder en de gemeente te werken richting een overdracht naar het vrijwillige kader.
Deze beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 16 juli 2026 tot 16 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzocht af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.