RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449766 / JE RK 26-1135
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam, de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen de GI ,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M. Hofland in Breda,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
2. De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2025 [minderjarige]
onder toezicht gesteld met ingang van 14 juli 2025 tot 14 juli 2026 en een machtiging tot
uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 14
juli 2025 tot 14 april 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 maart 2026 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 14 juli 2026.
3. De verzoeken
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
Ter onderbouwing van de verzoeken voert de GI, samengevat, het volgende aan. Het gaat goed met [minderjarige] . Zij ontwikkelt zich goed in het huidige pleeggezin, waar zij inmiddels al langere tijd verblijft. De GI vindt het goed om te horen dat de moeder heeft aangegeven dat zij inmiddels achter een deeltijdouderschap staat. Volgens de GI is dit nog niet zo lang het geval, daarvoor was de moeder namelijk wisselend hierin. De GI was nog niet op de hoogte van de laatste ontwikkelingen dat het [hulpverlening] traject inmiddels is gestopt en dat de moeder op korte termijn naar [plaats] zal verhuizen.
De GI begrijpt de wens dat de moeder graag ziet dat [minderjarige] wordt geplaatst in een pleegezin bij haar in de buurt, maar vindt een overplaatsing op dit moment niet in het belang van [minderjarige] . Een wijziging van pleeggezin is een ingrijpende verandering, terwijl [minderjarige] zich in het huidige pleeggezin goed ontwikkelt. De GI wil daarom eerst onderzoeken wat [minderjarige] nodig heeft en of een overplaatsing in haar belang is. Daarbij is het ook van belang dat de moeder eerst zelf gewend is aan haar nieuwe woonomgeving. Pas daarna kan worden beoordeeld of een overplaatsing wenselijk is. Tot slot kan de GI zich vinden in het verzoek van de moeder om een tussentijds toetsmoment te laten plaatsvinden, zodat de voortgang kan worden gemonitord, mede omdat de GI gedurende een langere periode beperkt beschikbaar is geweest.
Door en namens de moeder is, samengevat, het volgende naar voren gebracht. De moeder kan zich verenigen met de verzoeken, maar verzoekt deze wel in duur te beperken, zodat op korte termijn kan worden beoordeeld hoe de situatie zich ontwikkelt. De moeder is inmiddels gestopt bij [hulpverlening] en zal in september van dit jaar in een beschermde woonsetting van [accommodatie] in [plaats] gaan wonen. Zij heeft inmiddels twee keer meerdere dagen achter elkaar voor [minderjarige] gezorgd. Zij heeft dit als pittig ervaren, mede omdat er ondersteuning vanuit de GI ontbrak. De moeder staat dan ook achter een deeltijdouderschap. De moeder geeft aan dat er lange tijd geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is geweest. Ook de vervangende jeugdbeschermer is vertrokken, waarna pas zeer recent een nieuwe jeugdbeschermer is gestart. Hierdoor voelde de moeder zich in de steek gelaten. Samen met Sterk Huis, pleegzorg en haar mentor heeft zij daarom gekeken naar de mogelijkheden voor ene pleeggezin dichter bij haar toekomstige woonplaats in [plaats] . Er zijn drie passende pleeggezinnen gevonden, maar doordat de GI gedurende die periode niet beschikbaar was, is dit niet verder opgepakt. Volgens de moeder is hierdoor kostbare tijd verloren gegaan. Ook is onderzocht of het vrijwillige kader passender is, nu de ouders bereid zijn overal aan mee te werken, maar dit bleek vanwege de financiering niet mogelijk. Zij begrijpt dat [minderjarige] inmiddels is gehecht aan het huidige pleeggezin en vindt daarom dat een eventuele overplaatsing zorgvuldig en gefaseerd moet plaatsvinden. Zij wil bovendien eerst zelf gesetteld zijn voordat [minderjarige] eventueel dichterbij wordt geplaatst. De moeder vindt een pleeggezin in de buurt op termijn wel belangrijk, zodat het contact gemakkelijker kan plaatsvinden en [minderjarige] , als zij ouder wordt, ook zelfstandig bij haar langs kan komen. Tot slot benadrukt de moeder dat er een duidelijk stappenplan moet komen voor de toekomst. Volgens haar is er veel tijd verloren gegaan buiten de schuld van de ouders om. Zij vreest dat er zonder een tussentijds toetsmoment opnieuw vertraging ontstaat. Daarom verzoekt zij de kinderrechter de maatregelen voor een kortere periode te verlengen, zodat de voortgang kan worden beoordeeld en er concrete afspraken kunnen worden gemaakt over het vervolg.
Door de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat hij zich aansluit bij het standpunt van de moeder. Ook hij verzoekt de maatregelen voor een kortere periode te verlengen, zodat er een tussentijdse toets kan plaatsvinden en de voortgang kan worden beoordeeld. Daarnaast geeft de vader aan dat hij zich onvoldoende betrokken voelt door de GI. Hij wil graag beter worden geïnformeerd en betrokken worden bij de besluitvorming, omdat hij eveneens met het gezag over [minderjarige] is belast.
5. De beoordeling
Wettelijk kader
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige
onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn
ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende worden geaccepteerd door hen worden geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
Als het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid kan de kinderrechter op grond van artikel 1:265b eerste lid BW de GI (belast met de ondertoezichtstelling) op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.
Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
De kinderrechter overweegt als volgt. [minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Zij heeft behoefte aan een stabiele, voorspelbare en voor haar vertrouwde opvoedomgeving. Hoewel de ouders de afgelopen periode een positieve ontwikkeling hebben laten zien, zijn de zorgen nog onvoldoende weggenomen. De ouders zijn op dit moment nog niet in staat om de dagelijkse verzorging en opvoeding van [minderjarige] zelfstandig en duurzaam op zich te nemen. Met name is nog onvoldoende duidelijk of zij, met passende ondersteuning, op langere termijn in staat zullen zijn de verzorging en opvoeding van [minderjarige] zelf te dragen. De kinderrechter ziet dat de ouders gemotiveerd zijn om de noodzakelijke hulpverlening te aanvaarden. De moeder heeft inmiddels aangegeven achter een deeltijdouderschap te staan. Tegelijkertijd stelt de kinderrechter vast dat de GI gedurende langere tijd geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar had. Daardoor is onvoldoende regie gevoerd en is de noodzakelijke voortgang in de hulpverlening uitgebleven. Juist gelet op de positieve ontwikkeling is het van belang dat de GI deze regierol nu weer actief oppakt, een duidelijk plan van aanpak opstelt en de gezagdragende ouders, dus ook de vader, nauw betrekt bij de communicatie en besluitvorming. De verlenging van de ondertoezichtstelling is daarom nog steeds noodzakelijk.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Zij verblijft inmiddels langere tijd in hetzelfde pleeggezin, is aan de pleegouders gehecht geraakt en ontwikkelt zich daar goed. Een beëindiging van de uithuisplaatsing is daarom op dit moment niet in haar belang. De moeder zal vanaf september in [plaats] wonen. De kinderrechter begrijpt de wens van de ouders om te onderzoeken of [minderjarige] op termijn in een pleeggezin dichter bij de woonplaats van de moeder kan worden geplaatst, zodat het contact makkelijker kan plaatsvinden. Een overplaatsing is echter een ingrijpende beslissing voor een jong kind dat zich goed ontwikkelt en is gehecht aan haar huidige pleeggezin. Een dergelijke beslissing kan daarom alleen worden genomen na zorgvuldig onderzoek naar wat, gelet op de veiligheid, ontwikkeling en behoefte van [minderjarige] , het meest in haar belang is. Daarbij dient ook de wens van de ouders om [minderjarige] dichter bij hen te laten opgroeien te worden betrokken.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van zes maanden en de behandeling van de verzoeken voor het overige aanhouden. Op die manier kan een vinger aan de pols worden gehouden en kan tijdens de volgende zitting worden beoordeeld welke stappen zijn gezet. De kinderrechter verwacht van de GI dat zij in de tussentijd de regie voortvarend oppakt, een concreet plan van aanpak opstelt en de ouders actief betrekt bij de uitvoering daarvan. De GI wordt verzocht uiterlijk een week voor de volgende zitting schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken en de bereikte voortgang.
De kinderrechter heeft met alle betrokkenen besproken dat zij de zaak nog niet kan doorplannen naar een volgende zitting aangezien het zittingsrooster van december 2026 nog niet beschikbaar is. Daarom vraag de kinderrechter aan mr. Hofland en de GI om op de hierna genoemde pro forma datum hun verhinderdata op te geven voor de periode 1 t/m 24 december 2026, zodat hiermee rekening kan worden gehouden met het inplannen van de volgende zitting.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 14 juli 2026 tot 14 januari 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 14 juli 2026 tot 14 januari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing aan ten aanzien van de resterende verzoeken tot 17 september 2026 PRO FORMA, in afwachting van de verhinderdata van mr. Hofland en van de GI, zoals weergegeven onder rechtsoverweging 5.7;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Busselaar als griffier, en op schrift gesteld op 23 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.