ECLI:NL:RBZWB:2026:7477

ECLI:NL:RBZWB:2026:7477

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-07-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer BRE 24/4753
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Parkeerbelasting, verzoek om dwangsom, beroepen ongegrond.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] , verbonden aan meesterboete.nl),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal , de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 april 2024.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] voor het jaar 2023 opgelegd (de naheffingsaanslag parkeerbelasting).

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 op zitting behandeld. Aldaar is niemand verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich bij brief van 14 april 2026 afgemeld voor de zitting. Namens belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niemand verschenen.

Gemachtigde is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 2 maart 2026 met adressering [adres] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 3 maart 2026 aan gemachtigde op genoemd adres is uitgereikt en voor ontvangst is getekend, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Gelet op het voorgaande heeft de zitting plaatsgevonden zonder aanwezigheid van partijen.

Feiten

2. De auto van belanghebbende met kenteken [kenteken] stond op 8 november 2023 om 10:21 uur geparkeerd aan de [straat] te [plaats] . Tijdens een controle op voornoemde datum en tijd is door parkeercontroleurs geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.

Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 74,40 bestaande uit een bedrag aan parkeerbelasting van € 1,50 en € 72,90 aan kosten van de naheffingsaanslag.

Belanghebbende heeft in de bezwaarfase een screenshot overlegd, waarop is te zien dat voor een periode van 10:23 uur tot 10:24 uur voor een auto met kenteken [kenteken] € 0,42 (inclusief transactiekosten) aan parkeerbelasting is betaald voor het parkeren in [plaats] , gebied B.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van belanghebbende niet en is de naheffingsaanslag terecht aan hem opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Overwegingen

Onderzoeksverplichting

4. Belanghebbende stelt – zo begrijpt de rechtbank hem – dat de heffingsambtenaar nader onderzoek had moeten doen naar de verklaring van de verbalisant, omdat zijn lezing van de feiten afwijkt van die van de verbalisant. Als dat onderzoek wel heeft plaatsgevonden, dan hadden de stukken daarvan volgens belanghebbende ter inzage moeten worden gelegd. Als geen onderzoek is gedaan, dan is volgens belanghebbende sprake van een onzorgvuldig voorbereide beslissing op bezwaar en daarmee sprake van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De rechtbank volgt belanghebbende hierin niet. Belanghebbendes stelling dat er mogelijk stukken zouden zijn over nader gedaan onderzoek zou- indien gevolgd- tot de conclusie moeten leiden dat niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd door de heffingsambtenaar. Dit wordt echter door de heffingsambtenaar ontkent. De heffingsambtenaar stelt geen nader onderzoek te hebben gedaan en de rechtbank heeft geen reden om hieraan te twijfelen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de heffingsambtenaar nader onderzoek had moeten doen. Dat belanghebbende een andere lezing van de feiten geeft, is daarvoor onvoldoende. De heffingsambtenaar mag vertrouwen op de verklaring van een verbalisant, maar dit hoeft niet. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of enig ander beginsel van behoorlijk bestuur is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?

De [straat] in [plaats] is door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als plaats waartegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht is opgelegd. Belanghebbende wijst er daarbij op dat de boete om 10:21 uur is uitgeschreven en er parkeerbelasting is voldaan voor de periode tussen 10:23 uur en 10:24 uur.

De rechtbank stelt voorop dat dat aan een belastingplichtige een redelijke tijd moet worden gegund voor het verrichten van uitvoeringshandelingen tot het voldoen van parkeerbelasting (de pardontijd).

De rechtbank overweegt dat op grond van vaste jurisprudentie de parkeerbelasting direct na aanvang van het parkeren dient te worden voldaan. Vaststaat dat in dit geval tussen het moment van parkeren en de aanmelding via de parkeerapplicatie twee minuten zijn verstreken. Het risico van niet-tijdige voldoening rust op de belastingplichtige. Wel dient een redelijke termijn te worden gegund om aan de betalingsverplichting te voldoen (de pardontijd). De pardontijd ziet op het direct van het voertuig naar de parkeerautomaat begeven, het eventueel wachten bij de automaat als het druk is of het kopen van een kaartje en het gekochte kaartje onmiddellijk naar het voertuig brengen. Belanghebbende heeft verklaard dat hij de auto heeft geparkeerd om iets af te geven en al lopende in de richting van zijn bestemming het kenteken via de parkeerapplicatie heeft aangemeld. Gelet op de verklaring van belanghebbende, is de rechtbank van oordeel dat de verstreken tijd niet onder de pardontijd valt. Belanghebbende heeft er zelf voor gekozen om het voertuig en de nabijheid van het voertuig te verlaten, terwijl hij pas later de parkeerapplicatie heeft aangezet. Dit komt voor zijn eigen rekening en risico. Hij had immers ook de parkeerapplicatie kunnen starten voor het verlaten van de auto. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd.

Dwangsom

Belanghebbende heeft aanspraak gemaakt op een dwangsom wegens het niet-tijdig beslissen op het bezwaar. De heffingsambtenaar heeft het dwangsombesluit gedurende de beroepsprocedure vastgesteld voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit ertoe dat het verzoek om een dwangsombesluit niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond ten aanzien van de naheffingsaanslag en niet-ontvankelijk ten aanzien van de dwangsom. Dat betekent dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt belanghebbende zijn griffierecht niet vergoed. Belanghebbende krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart:

Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van I.H.D.P. van Doezelaar, griffier, op 20 juli 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1792
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand