RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11991041 \ CV EXPL 25-6157
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
ANICURA NETHERLANDS B.V., H.O.D.N. DIERENZIEKENHUIS BREDA B.V.,
te Breda,
eisende partij,
hierna te noemen: AniCura,
gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord met producties; - de akte van AniCura;- de antwoordakte van [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
De kat van [gedaagde] , genaamd [naam] , is door de dierenambulance bij AniCura gebracht. AniCura heeft gelet op de toestand van de kat besloten tot euthanasie over te gaan. Zij heeft dit zelfstandig besloten, omdat [gedaagde] niet bereikbaar was. In deze zaak vordert AniCura betaling van de medische kosten die zij voor de kat van [gedaagde] heeft moeten maken. [gedaagde] wil de factuur niet betalen, omdat AniCura zonder zijn toestemming tot euthanasie is overgegaan. De kantonrechter vindt dat [gedaagde] de kosten voor euthanasie niet verschuldigd is en de overige factuurkosten wel. De kantonrechter licht dit oordeel hierna verder toe.
3. De feiten
De kat van [gedaagde] is op 19 februari 2025 in een slechte toestand, te weten in shock, ernstig uitgedroogd en met nierproblemen op straat aangetroffen. De dierenambulance heeft de kat hierop naar AniCura gebracht. AniCura heeft na medisch onderzoek tevergeefs geprobeerd [gedaagde] te bereiken. AniCura heeft hierop zelfstandig besloten om tot euthanasie van de kat over te gaan.
AniCura heeft bij factuur van 24 februari 2025 een bedrag van € 322,25 aan [gedaagde] in rekening gebracht. De factuur is als volgt opgebouwd:
- 19-02-2025 echografisch onderzoek point of care (max 10 min) € 86,90
- 19-02-2025 euthanasie incl. narcose € 179,60
- 19-02-2025 toeslag spoed binnen openingstijden € 50,75
- administratiekosten € 5,00 +
€ 322,25
AniCura heeft bij brieven van 25 maart 2025 en 13 mei 2025 betalingsherinneringen aan [gedaagde] verzonden.
De (incasso) gemachtigde van AniCura heeft [gedaagde] bij brieven van 24 juli 2025, 3 september 2025 en 11 september 2025 tot betaling gesommeerd. [gedaagde] heeft de incassogemachtigde van AniCura hierop per e-mail van 12 september 2025 bericht geen toestemming te hebben gegeven voor het doden van zijn kat.
4. Het geschil
AniCura vordert – samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het bedrag van € 377,04, vermeerderd met rente en kosten.
AniCura legt aan de vordering ten grondslag in het belang van de kat conform de professionele zorgplicht en de geldende diergeneeskundige ethiek besloten te hebben om tot euthanasie over te gaan. AniCura vordert van [gedaagde] als eigenaar van de kat betaling van de kosten die zij noodzakelijkerwijs heeft moeten maken.
[gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vordering. AniCura heeft zijn kat namelijk zonder zijn toestemming laten inslapen, terwijl zijn kat volgens een verklaring van een dierenarts van AniCura nog twee maanden had kunnen leven. [gedaagde] heeft hierdoor geen afscheid van de kat kunnen nemen. [gedaagde] heeft aan AniCura kenbaar gemaakt dat hij de factuur niet zal betalen, omdat AniCura een andere keuze had moeten maken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Tussen partijen staat vast dat de kat van [gedaagde] op 19 februari 2025 door de dierenambulance bij AniCura is binnengebracht. [gedaagde] heeft de in de brief van 25 september 2025 genoemde omstandigheden waarin de kat bij AniCura is binnengekomen niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. Ook heeft [gedaagde] niet betwist dat AniCura meerdere pogingen heeft gedaan om [gedaagde] te bereiken. AniCura heeft besloten tot euthanasie over de gaan, omdat de kat ernstig leed zonder kans op herstel. AniCura heeft niet gesteld op welke rechtsgrond [gedaagde] de door haar gefactureerde kosten verschuldigd is. De kantonrechter zal op grond van de wet de rechtsgrond ambtshalve aanvullen.
Zaakwaarneming
De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat [gedaagde] niet aan AniCura opdracht heeft gegeven tot het verrichten van de medische behandelingen. Ook bij het ontbreken van een overeenkomst kan [gedaagde] op grond van zaakwaarneming gehouden zijn de gemaakte kosten aan AniCura te vergoeden. De kantonrechter is gelet op de medische toestand van de kat van oordeel dat AniCura op redelijke grond de belangen van [gedaagde] heeft behartigd. Daardoor is op grond van de wet een overeenkomst tot stand gekomen tussen partijen. Nu AniCura een handelaar is en [gedaagde] een consument, dient de overeenkomst in beginsel te worden getoetst aan het toepasselijke consumentenrecht.
De kantonrechter is gelet op de wijze waarop deze overeenkomst tot stand is gekomen; zaakwaarneming bij een noodsituatie waarbij de consument niet bereikbaar was, van oordeel dat de informatieplichten die gelden voor een handelaar bij de totstandkoming van een overeenkomst (afdeling 2B van titel 5 van boek 6 Burgerlijk Wetboek (BW)) onder deze specifieke omstandigheden niet van toepassing zijn.
Op grond van de wet bestaat de bevoegdheid tot vertegenwoordiging bij zaakwaarneming voor zover het belang van de belanghebbende ( [gedaagde] ) naar behoren wordt behartigd. Voor zover de waarneming deze grens te buiten gaat is sprake van een daad van onbevoegde vertegenwoordiging, die de belanghebbende in beginsel niet bindt.
Voorop moet worden gesteld dat een dierenarts onder omstandigheden – ook zonder toestemming van de eigenaar van een dier – tot euthanasie mag overgaan. Op een dierenarts rust een bijzondere zorgplicht, en het is niet in het belang van een dodelijk ziek en ernstig lijdend dier om diens leven nodeloos te rekken. Daar kan zelfs extra lijden mee worden veroorzaakt. Ook met euthanasie kan het belang van [gedaagde] en zijn kat zijn behartigd.
In dit geval is echter niet geheel duidelijk geworden waarom contact met [gedaagde] niet kon worden afgewacht en het acuut noodzakelijk was de kat uit zijn lijden te verlossen. Gezien de ingrijpendheid van deze beslissing mocht een extra toelichting worden verwacht. In dit kader weegt mee dat [gedaagde] onweersproken heeft gesteld dat een bij AniCura werkzame dierenarts heeft verklaard dat een infuus met morfine een tijdelijk alternatief zou zijn geweest en dat de kat hiermee nog twee maanden had kunnen leven. Dat is een aanzienlijke tijd op een kattenleven. [gedaagde] had op die manier nog afscheid kunnen nemen en een beslissing kunnen nemen omtrent het in laten slapen van zijn kat.
AniCura heeft - kortom – onvoldoende duidelijk gemaakt waarom er enerzijds zo’n acute noodzaak tot euthanasie bestond dat contact met [gedaagde] niet kon worden afgewacht, terwijl tegelijkertijd is verklaard dat de kat met pijnstilling nog (veel) langer had kunnen leven.
De kantonrechter wijst de factuur voor zover deze betrekking heeft op de kosten van euthanasie inclusief narcose, zijnde een bedrag van € 179,60, dan ook af.
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de overige in de factuur genoemde posten (echografisch onderzoek € 86,90 en € 50,75 toeslag spoed binnen openingstijden) niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het met spoed verrichten van een echografisch onderzoek was ook noodzakelijk om een juiste diagnose te kunnen vaststellen. Dit betekent dat [gedaagde] op grond van zaakwaarneming nog wel een bedrag van € 137,65
(€ 86,90 en € 50,75) aan AniCura verschuldigd is.
Administratiekosten
In de gevorderde factuur is ook een bedrag van € 5,- aan administratiekosten begrepen. Deze kosten zijn niet afzonderlijk toewijsbaar omdat deze kosten behoren tot de ook gevorderde buitengerechtelijke kosten. Voor zover AniCura niet het oog heeft op buitengerechtelijke kosten maar op nakosten, moet de vordering worden afgewezen, omdat een vergoeding voor nakosten onderdeel uitmaakt van de proceskostenveroordeling.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
AniCura vordert rente en buitengerechtelijke incassokosten op grond van de wet, maar stelt ook dat haar algemene voorwaarden ‘van toepassing zijn’ op de overeenkomst en heeft deze bij dagvaarding overgelegd. De kantonrechter ziet – zonder nadere toelichting, die niet is gegeven – niet in op grond waarvan [gedaagde] gebonden zou zijn aan de door AniCura gehanteerde algemene voorwaarden. [gedaagde] is hier immers niet mee akkoord gegaan. Hij is immers uit hoofde van zaakwaarneming gehouden de door AniCura gemaakte kosten te vergoeden.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
Nu de kantonrechter komt tot toewijzing van een lager bedrag dan gevorderd, is het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is niet geheel toewijsbaar. Rekening zal worden gehouden met het toegewezen bedrag. Vast wordt gesteld dat een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Op grond van de staffel als opgenomen in de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het Besluit incassokosten mag een bedrag aan incassokosten in rekening worden gebracht tot het gevorderde bedrag van € 47,59. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.
Proceskosten
Onder de gegeven omstandigheden, waarbij onder meer van belang is dat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, acht de kantonrechter het redelijk om de proceskosten tussen partijen te compenseren op de wijze zoals hierna in de beslissing zal worden bepaald.
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan AniCura te betalen een bedrag van € 137,65, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de vervaldatum van de factuur tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan AniCura te betalen een bedrag van € 47,59 aan incassokosten,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.