ECLI:NL:RBZWB:2026:7523

ECLI:NL:RBZWB:2026:7523

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer BRE 24/6495
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

leges

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., gevestigd in [plaats 1] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Borsele, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 29 juli 2024.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende leges van € 113.571,29 in rekening gebracht.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 29 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: [persoon] namens belanghebbende en zijn gemachtigde. De heffingsambtenaar was, zonder bericht van verhindering, niet aanwezig.

Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de planologische leges en de leges omgevingsvergunning terecht en niet tot een te hoog bedrag bij belanghebbende in rekening heeft gebracht. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de planologische leges terecht en niet tot een te hoog bedrag in rekening heeft gebracht. De leges omgevingsvergunning zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht maar tot een te hoog bedrag in rekening gebracht. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende heeft op 14 oktober 2022 een aanvraag gedaan voor bouwplan [bouwplan] in [plaats 2] (het project).

Voor de realisatie van het project heeft belanghebbende op 23 november 2022 met de gemeente Borsele een exploitatieovereenkomst getekend. Artikel 3 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Verplichtingen van de gemeente

1. De gemeente zal ter realisering van het project een planologische procedure voeren tot herziening van het bestemmingsplan met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 lid 1. Daaraan gekoppeld de omgevingsvergunning die nodig is voor de realisatie van de woningen (coördinatieregeling). De kosten van onderzoek met betrekking tot de ontsluitingslocatie komen voor rekening van de gemeente.

2. De gemeente spant zich in de omgevingsvergunning direct na indiening van de aanvraag, in behandeling te nemen nadat het bestemmingsplan in werking is getreden en binnen de gestelde wettelijke termijn af te handelen.”

Op 21 april 2023 heeft belanghebbende de gemeente verzocht om ontbinding van de exploitatieovereenkomst. Op 15 juni 2023 heeft de gemeente ingestemd met dit verzoek.

Bij brief van 17 juli 2023 heeft belanghebbende de gemeente, voor zover hier van belang, het volgende bericht:

“Intrekking aanvraag omgevingsvergunning

Tot slot nog het volgende.

Voor zo ver zulks nog niet is gebeurd, trek ik hierbij de op 14 oktober 2022 namens [belanghebbende] bij u ingediende aanvraag omgevingsvergunning in.

En voor zover u zou willen betogen en kunnen bewijzen dat een aanvraag herziening van het

bestemmingsplan wel namens [belanghebbende] zou zijn ingediend (hetgeen ik hoogst

onwaarschijnlijk acht), trek ik die aanvraag eveneens hierbij in.

De intrekking van aanvragen heeft getuige de tarieventabel gevolgen voor het percentage

leges dat aan een belastingplichtige kan worden opgelegd.”

De heffingsambtenaar heeft de planologische leges berekend op € 54.700 uitgaande van bouwkosten van € 1.912.500 (inclusief btw) en leges omgevingsvergunning op € 40.783 uitgaande van bouwkosten van € 2.299.000 (inclusief btw).

Motivering

Leges omgevingsvergunning

4. Vast staat dat belanghebbende een aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend in het omgevingsloket. Dit was ook afgesproken in de exploitatieovereenkomst. Daarmee is sprake van een aanvraag. Een aanvraag wordt geacht direct na indiening in behandeling te zijn genomen. Dit betekent dat leges verschuldigd zijn.

De heffingsambtenaar heeft in zijn verweerschrift geconcludeerd tot een vermindering van de leges omgevingsvergunning met een korting van 10% vanwege de toepassing van de coördinatieregeling, zodat een bedrag van € 36.705 resteert.

De heffingsambtenaar is voor de berekening van de leges uitgegaan van een bedrag aan bouwkosten van € 2.299.000 (inclusief btw). Uit de berekeningsmethode van de planologische leges volgt dat de heffingsambtenaar is uitgegaan van een bedrag aan bouwkosten van € 1.912.500 (inclusief btw). De rechtbank is van oordeel dat voor de berekening van de omgevingsvergunning ook van dit bedrag moet worden uitgegaan. De berekening is dan als volgt:

Vast bedrag tot € 1.000.000 € 18.700,00

Bij:1,7% van het meerdere (€ 912.500) € 15.512,50

Subtotaal € 34.212,50

Af: 10% toepassing coördinatieregeling € 3.421,25

Totaal € 30.791,25.

De rechtbank vermindert de leges omgevingsvergunning tot een bedrag van € 30.791,25.

Planologische leges

Planologische leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan.

Tussen partijen is in geschil of een belastbaar feit aanwezig is dat de heffing van leges kan rechtvaardigen. De heffingsambtenaar stelt dat dat het geval is, omdat sprake is van een ‘aanvraag’ als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Belanghebbende betwist dat zij een aanvraag heeft gedaan die tot de heffing van leges zou kunnen leiden.

De rechtbank overweegt dat van een aanvraag sprake is bij “een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen”.

De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden in dit geval niet anders zijn op te vatten dan dat belanghebbende een verzoek heeft gedaan tot herziening van het bestemmingsplan. De rechtbank wijst daarbij in het bijzonder op artikel 3 van de exploitatieovereenkomst. Met de ondertekening van de overeenkomst verzoekt belanghebbende de gemeente om een procedure te voeren tot herziening van het bestemmingsplan. Dat is een verzoek om een schriftelijk besluit. Daarnaast wijst de rechtbank op de mailwisseling tussen belanghebbende en de gemeente, de aanvraag omgevingsvergunning van belanghebbende en de intrekking omgevingsvergunning door belanghebbende. De planologische leges zijn terecht en tot het juiste bedrag in rekening gebracht.

Hoogte van de aanslag

Gelet op het voorgaande vermindert de rechtbank leges omgevingsvergunning met € 9.991,75 (€ 40.783 min € 30.791,25) en de totale legesaanslag dus tot € 103.579,54 (€ 113.571,29 min € 9.991,75).

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond. De aanslag leges wordt verminderd tot € 103.579,54.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen.

De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag leges tot een bedrag van € 103.579,54;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. van Balkom, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1808
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand