ECLI:NL:RBZWB:2026:7534

ECLI:NL:RBZWB:2026:7534

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer BRE 24/5668
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

IB; zorgkosten.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 28 juni 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2022 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 18.755.

Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur € 77 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 18.729 en de belastingrente verminderd tot € 76.

De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur, [persoon 1] en [persoon 2] . Gelijktijdig is behandeld de zaak van belanghebbende met zaaknummer 24/5667.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de aanslag, zoals deze luidt na vermindering bij uitspraak op bezwaar, niet naar een te hoog bedrag heeft opgelegd. Meer specifiek komt daarbij de vraag aan de orde of belanghebbende recht heeft op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten.

De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Motivering

3. Belanghebbende heeft aangegeven € 881 aan ziektekosten te willen aftrekken.

Naar aanleiding van het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de inspecteur een bedrag van € 336 aan specifieke zorgkosten geaccepteerd en een aftrek toegestaan van € 26 (na toepassing van de drempel voor zorgkosten).

De bewijslast voor de aftrek van specifieke zorgkosten ligt bij belanghebbende. Belanghebbende moet aannemelijk maken dat hij de kosten heeft gemaakt. De kosten moeten zijn gemaakt in verband met ziekte of invaliditeit, de kosten moeten boven een bepaalde inkomensafhankelijke drempel uitstijgen en de kosten moeten op hem drukken.

Belanghebbende heeft een jaaroverzicht van de zorgverzekeraar overgelegd. Volgens dat overzicht heeft de zorgverzekeraar € 3.127,02 voor belanghebbende betaald en heeft belanghebbende in het totaal € 331,12 zelf betaald. De inspecteur heeft het bedrag van € 331,12 dat belanghebbende volgens dat overzicht zelf heeft betaald volledig in aftrek toegestaan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat er meer zorgkosten zijn die voor aftrek in aanmerking komen, dat die kosten op hem drukken en dat die kosten niet vergoed zijn door de zorgverzekeraar. De rechtbank is daarom van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op een hogere aftrek voor specifieke zorgkosten. Dit betekent dat de aanslag, zoals deze luidt na vermindering bij uitspraak op bezwaar, niet naar een te hoog bedrag is opgelegd.

Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. van Balkom, griffier, op 11 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026081903 V-N Vandaag 2026/1714 FutD 2026-1511 NLF 2026/1734
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand