ECLI:NL:RBZWB:2026:7566

ECLI:NL:RBZWB:2026:7566

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer 26-013411
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoekschrift ex art. 530 Sv, gegrond

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Locatie Breda

parketnummer: 02-026176-25

rk-nummer: 26-013411

Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

woonplaats kiezende op het kantoor van mr. P.A. Groenhuis, Michiel de Ruyterstraat 2 4819 Breda .

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 28 april 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

Op 28 juli 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs en mr. P.A. Groenhuis als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

Standpunt verzoeker:

Namens verzoeker is aangevoerd dat hij is aangehouden voor bedreiging. De OM-hoorzitting van 8 april 2025 heeft geresulteerd in een voorwaardelijk sepot met een proeftijd van één jaar wegens de (psychische) gezondheidstoestand van verzoeker. Verzoeker heeft kosten gemaakt in verband met de aan hem verleende rechtsbijstand en verzoekt een vergoeding van € 750,00 te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift.

In raadkamer heeft de advocaat aanvullend aangevoerd dat mede gelet op de bijwerkingen van de aan verzoeker voorgeschreven medicatie de onderhavige zaak niet aan verzoeker is toe te rekenen.

Standpunt officier van justitie:

De officier van justitie heeft zich in raadkamer, in afwijking van het schriftelijk standpunt, op het standpunt gesteld dat verzoeker de tegen hem gerezen verdenking en de daarop gevolgde omstandigheid dat hij kosten voor rechtsbijstand heeft moeten maken aan zichzelf te wijten heeft gehad, zodat gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken. Het verzoekschrift dient te worden afgewezen.

2. De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Het Openbaar Ministerie is op 8 april 2025 overgegaan tot een voorwaardelijk beleidssepot vanwege de psychische gezondheidstoestand van verzoeker. In zo’n geval kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoeker de kosten aan zichzelf te wijten had.

De rechtbank is van oordeel dat de psychische toestand van verzoeker die ten grondslag is gelegd aan het sepot en de overige omstandigheden zoals die uit de stukken en hetgeen ter zitting is aangevoerd, blijken, eraan in de weg staan aan te nemen dat verzoeker de gemaakte kosten aan zichzelf te wijten had. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 750,00 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 1.575,00, bestaande uit:

- € 750,00 aan kosten van rechtsbijstand;

- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

bepaalt dat een bedrag van € 1.575,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [naam] te [plaats] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is op 11 augustus 2026 genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 11 augustus 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.H.M. Collombon

Griffier

  • mr. D. van Spelde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand