RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-029023-26
rk-nummer: 26-011843
Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. A.M.J. Joris, Ginnekenweg 88 4818 JH Breda.
1. De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 23 april 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
Op 28 juli 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs en mr. A.M.J. Joris als gemachtigd advocaat van verzoekster gehoord.
Verzoekster is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Standpunt verzoekster:
Namens verzoekster is aangevoerd dat zij is verhoord in het kader van een strafrechtelijk onderzoek en dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van een straf of maatregel, doordat de zaak is geseponeerd. Verzoekster heeft kosten voor rechtsbijstand gemaakt ter hoogte van € 3.937,87 en verzoekt vergoeding daarvan, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.
In raadkamer heeft de advocaat aangevoerd dat hij tien tot vijftien minuten heeft besteed aan het bespreken van de zaak met een kantoorgenoot. Hoewel deze kosten volgens de jurisprudentie niet voor vergoeding in aanmerking komen, meent de advocaat primair dat gelet op de bijzondere aard van de zaak een uitzondering gemaakt moet worden. Subsidiair refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.
Standpunt officier van justitie:
De officier van justitie heeft zich op het standpunt dat de gevorderde kosten voor rechtsbijstand moeten worden gematigd naar € 3.698,44. De raadsman heeft kosten gevorderd voor het bestuderen van ingekomen stukken en het bespreken daarvan met een kantoorgenoot. Onduidelijk is hoeveel tijd er aan de bestudering, dan wel de bespreking is besteed. Bovendien komen kosten die zijn gemaakt voor collegiaal overleg niet voor vergoeding in aanmerking, zodat dit deel van de vordering moet worden afgewezen.
In raadkamer heeft de officier van justitie gepersisteerd bij voornoemd standpunt.
2. De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank stelt vast dat er kosten aan verzoeker in rekening zijn gebracht die naar het oordeel van de rechtbank niet per definitie voor vergoeding in aanmerking komen. Zo acht de rechtbank het niet billijk om een vergoeding toe te kennen voor collegiaal overleg. De advocaat heeft in raadkamer aangevoerd dat hij tien tot vijftien minuten aan collegiaal overleg heeft besteed. De rechtbank zal de verzochte vergoeding voor deze vijftien minuten dan ook afwijzen.
Het overige verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand toekennen tot een bedrag van € 3.848,09.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 4.673,09, bestaande uit:
- € 3.848,09 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van € 4.673,09 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.
Deze beslissing is op 11 augustus 2026 genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 11 augustus 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.