RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-166367-24
rk-nummer: 26-005211
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. A.B.M. Nohl, President Kennedylaan 19 2517 JK ’s-Gravenhage,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] .
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 28 juli 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs, klager en mr. Nohl als raadsvrouw van klager gehoord.
Standpunt klager:
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat er bij einduitspraak geen beslissing is genomen over de onder klager in beslag genomen mobiele telefoons en laptop. Klager wenst (wederom) over deze goederen te kunnen beschikken. Er is herhaaldelijk om teruggave gevraagd. Dat heeft nochtans niet tot het gewenste resultaat geleid. Het beslag is niet langer noodzakelijk en er staan essentiële privé-gegevens op deze goederen die van belang zijn voor klager. Op de gegevensdragers staan geen belastende gegevens. Redenen waarom klager verzoekt tot de teruggave van deze goederen zijnde in de gegevensdragers aanwezige SD-kaarten en een SIM-kaart.
In raadkamer heeft de raadsvrouw aangevoerd dat klager er niet van op de hoogte was dat de inbeslaggenomen goederen reeds zijn vernietigd. Zij verzoekt ten aanzien van de gegevensdragers waarover in het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie wordt gesproken, inclusief die waar een reeds volwassen persoon op te zien is, over te gaan tot gegrondverklaring van het klaagschrift en klager een vergoeding toe te kennen als bedoeld in artikel 119, tweede lid, Sv. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager, merkt de raadsvrouw op dat klager niet van op de hoogte was van de indieningstermijn voor een klaagschrift nu hij op dat moment niet werd bijgestaan door een advocaat.
Klager heeft in raadkamer aangegeven dat een aantal goederen ontbreekt op de inventarislijst, zodat de vraag is hoe accuraat de lijst is. Hij verwacht zijn spullen in goede orde retour.
Standpunt officier van justitie:
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat niet langer enige vorm van beslaglegging in de strafzaak aan de orde is. Alle in beslag genomen gegevensdragers zijn onderzocht en de gegevensdragers waarop seksueel beeldmateriaal is aangetroffen zijn vernietigd. Alle overige goederen zijn geretourneerd aan klager. Hiertoe is een ontvangstbewijs in dossier aanwezig. Over enige verdwenen goederen is klager niet duidelijk en er is geen enkele aanwijzing dat er enig goed vermist zou zijn. Het beklag is ongegrond.
In raadkamer heeft de officier van justitie aangevoerd dat op 9 juli 2025 vonnis is gewezen. Klager heeft daartegen hoger beroep ingesteld en op 21 oktober 2025 het hoger beroep ingetrokken. Dat betekent dat de strafzaak tegen klager op 21 oktober 2025 tot een einde is gekomen. Een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv dient binnen drie maanden na het einde van de zaak te worden ingediend. Het klaagschrift is in februari 2026 ingediend. Dat is te laat, zodat dat primair tot niet-ontvankelijkheid van klager dient te leiden. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de gegevensdragers seksueel beeldmateriaal bevatten, zodat het belang van strafvordering zich tegen teruggave van de goederen verzet. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat een strafrechter, later oordelend, tot onttrekking aan het verkeer beslist.
2. De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Op grond van artikel 552a, derde lid, Sv dient een klaagschrift binnen drie maanden nadat de zaak tot een einde is gekomen te worden ingediend. Onder de beëindiging van de zaak moet worden verstaan het onherroepelijk worden van die beslissing. Op 9 juli 2025 is klager veroordeeld door deze rechtbank. Klager heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld en heeft dit hoger beroep vervolgens op 21 oktober 2025 ingetrokken. Dat betekent dat de strafzaak tegen klager op 21 oktober 2025 onherroepelijk is geworden en daarmee tot een einde is gekomen. Het klaagschrift is op 18 februari 2026 op de griffie binnengekomen. Dat is te laat. Het enkele feit dat klager ten tijde van het indienen van zijn klaagschrift niet werd bijgestaan door een advocaat, betekent niet dat de termijnoverschrijding daarmee verschoonbaar is. Er zijn ook geen andere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat klager niet-ontvankelijk is in zijn beklag.
3. De beslissing
De rechtbank verklaart:
- klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 11 augustus 2026 genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 11 augustus 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).