RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449601 / FA RK 26-3244
Datum uitspraak: 13 juli 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 juni 2026;
het bericht van de echtgenote van betrokkene, mevrouw [naam 1], van 2 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam 2], psycholoog;
mevrouw [naam 3], teamcoach.
Hoewel correct opgeroepen, is de echtgenote van betrokkene met bericht van verhindering niet verschenen.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaar.
3. De standpunten
Betrokkene stelt dat hij naar huis wil. Hij heeft thuis veel spullen die hij moet schoonmaken en hij wil samen zijn met zijn vrouw.
De advocaat stelt dat betrokkene graag naar huis wil. Betrokkene ontkent dat er sprake is van een diagnose en er is volgens hem ook geen sprake van ernstig nadeel. Op de afdeling wordt hem niet veel zorg geboden. De zorg die wel geboden wordt, kan hij ook in de thuissituatie ontvangen. Primair wordt verzocht het verzoek af te wijzen. Subsidiair wordt gesteld dat de stap van een rechterlijke machtiging van zes maanden naar vijf jaar te groot is.
De psycholoog stelt dat er bij betrokkene sprake is van frontotemporale dementie. In dit frontale deel van het brein wordt het gedrag aangestuurd en geremd. Dit is bij betrokkene het grootste probleem; het remmen van zijn gedrag. Betrokkene is daardoor erg onvoorspelbaar en impulsief. Hij kan hierdoor ook veel frustratie voelen. Wanneer de 24-uurszorg wegvalt, zijn er grote zorgen. Betrokkene heeft deze zorg nodig en kan dan ook niet meer thuis wonen, omdat het daar volledig is geëscaleerd. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht.
De teamcoach stelt dat betrokkene verblijft op een afdeling waar er zoveel mogelijk wordt aangepast op de beschadiging in zijn hersenen. Het is lastig dat hij erg onvoorspelbaar is en dat hij ineens boos kan worden, mensen omver duwt en met deuren gooit.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Het resterende deel wijst ze af. De rechtbank is het met de advocaat eens dat een toewijzing van vijf jaar op dit moment erg lang is voor betrokkene.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk frontotemporale dementie.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Bij betrokkene is sprake van ernstige geheugenstoornissen en ook regelmatig van
taalstoornissen. Op de afdeling waar betrokkene verblijft laat hij regelmatig momenten van
agitatie zien en kent hij agressieve impulsdoorbraken, waarbij hij bijvoorbeeld in boosheid
(ongericht) gooit met een stoel of (gericht op zorg) gooit met kleding. Betrokkene is niet langer in staat om adequaat voor zichzelf te zorgen en op een veilige manier zelfstandig te wonen. Ondanks de inspanningen van de echtgenote om betrokkene op geen enkele manier boos te maken, liet betrokkene ook in de thuissituatie regelmatig fysieke agressie zien. Zijn
echtgenote heeft hier meer dan een jaar regelmatig onder moeten lijden. Dit leidde meerdere keren tot lichamelijk letsel bij de echtgenote van betrokkene. De echtgenote is overbelast geraakt. Er is een grote mate van onvoorspelbaarheid in het gedrag van betrokkene aanwezig. Een kleine, onschuldige trigger kan een enorme boosheid en agressie uitlokken.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene behoeft vanwege de (ongeneeslijke en progressieve) dementie professionele, intensieve dementiezorg in een beschermde woonomgeving. De noodzakelijke zorg kan niet in de thuissituatie worden geboden. In de huidige setting wordt betrokkene 24-uurszorg geboden en krijgt hij de noodzakelijke professionele begeleiding om gevaarlijke situaties af te wenden. Er is multidisciplinaire betrokkenheid vanuit de psychologische en medische diensten noodzakelijk gebleken vanwege frequente ontregeling, grensoverschrijdend gedrag en veiligheidsrisico's. Ondanks verscheidene interventies blijft sprake van ernstige gedragsproblematiek en een voortdurende noodzaak tot intensieve begeleiding en toezicht. Gezien het progressieve karakter van fronto-temporale dementie is de verwachting van de zorgaanbieder dat de bestaande ontremming, impulsiviteit, gedragsontregeling en het gebrek aan ziekte-inzicht verder zullen toenemen dan wel chronisch aanwezig blijven. De noodzaak tot voortdurende externe regulatie, toezicht en directe interventie wordt daarom als blijvend beschouwd. Er is sprake van een zorgsituatie waarbij zorgverleners continu beschikbaar en nabij moeten zijn om escalaties tijdig te signaleren, gedrag bij te sturen en de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving te kunnen waarborgen. Met een opname in een Wzd-accommodatie wordt verder de veiligheid van de echtgenote van betrokkene gewaarborgd en wordt zij ontlast. Betrokkene geeft herhaaldelijk, dagelijks, helder en zowel uit zichzelf als wanneer ernaar gevraagd wordt aan naar huis te willen. Betrokkene meent geen enkele vorm van hulp nodig te hebben en hij denkt zich thuis nog prima te kunnen redden. Betrokkene heeft geen enkel ziektebesef of inzicht.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De agressieve impulsen die gevaar opleveren kunnen zich bij betrokkene op elk moment van de dag voordoen. Er is 24-uurs zorg in een daarvoor geschikte accommodatie nodig om de veiligheid te waarborgen.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 juli 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.