ECLI:NL:RBZWB:2026:7619

ECLI:NL:RBZWB:2026:7619

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-07-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer C/02/449389 / JE RK 26-1064
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Niet herroepen schorsing zorgregeling. moet gelezen worden als verzoek wijziging voorlopige zorgregeling. mjs moeten voorlopig bij de moeder verblijven. GI krijgt regio over op te starten begeleide omgang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449389 / JE RK 26-1064

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.A.E. van der Poel,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. N.P.M. Planthof.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de kinderrechter van18 juni 2026 met alle daarin vermelde stukken.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,

- twee vertegenwoordigers van de GI,

- een vertegenwoordigster van de Raad.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .

Bij vonnis van 27 maart 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig toevertrouwd aan de vader. Ook is - onder wijziging van de afspraken die door ouders in september 2024 zijn gemaakt - bepaald dat er een voorlopige zorgregeling geldt tussen de moeder en de minderjarigen op basis waarvan zij gerechtigd zijn tot contact met elkaar op de navolgende momenten:

- gedurende schoolweken ieder weekend van vrijdagavond 19:00 uur tot zondagavond 19:00 uur, met uitzondering van het eerste weekend van de maand (waarbij als het eerste weekend wordt aangeduid wanneer er een vrijdag, zaterdag of zondag op de 1e van de maand valt);

- de helft van de (school)vakanties en (nationale) feestdagen;

- waarbij de moeder de minderjarigen altijd ophaalt bij de vader en de vader de minderjarigen altijd ophaalt bij de vrouw.

Bij beschikking van 12 mei 2025 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 12 mei 2025 en tot 12 mei 2026.

Bij beschikking van 17 juni 2025 is de behandeling van de zaak voor wat betreft het vaststellen van een definitief hoofdverblijf, een definitieve zorgregeling en het opnemen van een ouderschapsplan in de te wijzen beschikking aangehouden tot 27 januari 2026 pro forma, in afwachting van berichten van de advocaten van partijen omtrent het resultaat van de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling en de wijze waarop de zaak verder moet worden afgedaan.

Bij beschikking van 28 april 2026 is de ondertoezichtstelling verlengd met ingang van 12 mei 2026 en tot 12 mei 2027.

Bij beschikking van 28 april 2026 is de voorlopige zorgregeling zoals bepaald bij het vonnis in kort geding van 27 maart 2025 gewijzigd en bepaald dat tussen de vader en de minderjarigen een voorlopige zorgregeling zal gelden, inhoudende dat de minderjarigen omgang hebben met de vader gedurende schoolweken ieder weekend van vrijdagavond 18:30 uur tot zondagavond 18:30 uur, met uitzondering van het eerste weekend van de maand (waarbij als het eerste weekend wordt aangeduid wanneer er een vrijdag, zaterdag of zondag op de eerste van de maand valt), alsmede de helft van de (school)vakanties en (nationale) feestdagen, waarbij de vader de minderjarigen (de eerste twee maanden) op vrijdag ophaalt bij de pleegvader van de moeder en de moeder de kinderen (de gehele periode) op zondag ophaalt bij de vader. Binnen twee maanden wordt toegewerkt naar een situatie waarbij de vader de minderjarigen op vrijdagmiddag na school ophaalt, nadat de moeder [minderjarige 2] naar de school van [minderjarige 1] heeft gebracht.

Gelet op voornoemde voorlopige zorgregeling verblijven [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij de moeder.

Bij beschikking van 18 juni 2026 heeft de kinderrechter de voorlopige zorgregeling zoals bepaald bij beschikking van 28 april 2026 geschorst totdat op het verzoek is beslist. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3. Het verzoek

De GI verzoekt:

- op grond van artikel 1: 265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken als volgt vast te wijzigen in de zin dat de kinderen volledig bij moeder verblijven en nader te bepalen begeleide omgangsmomenten met vader hebben;

- dit verzoek te behandelen zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden, onder analoge toepassing van art. 800 lid 3 en/of jo artikel 809 lid 3 Rv danwel op grond van art. 3 IVRK;

- de te geven beschikking(en) uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Thans ligt ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek en of de eerdere spoedbeslissing van 18 juni 2026 van de kinderrechter moet worden herroepen.

4. De standpunten

De GI handhaaft tijdens de zitting het resterende deel van het verzoek en stelt dat een wijziging van de voorlopige zorgregeling noodzakelijk is. Door de recente meldingen bij Veilig Thuis en de zorgen over de opvoedsituatie bij de vader bestaat er op dit moment onvoldoende zicht op de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens hun verblijf bij de vader. Eerst dient hierover meer duidelijkheid te worden verkregen. De GI verzoekt daarom te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig bij de moeder verblijven en dat de begeleide omgang met de vader zo spoedig mogelijk wordt opgestart waarbij de GI de regie voert over de opbouw, frequentie en uitbreiding van de (begeleide) contacten.

Door en namens de moeder wordt tijdens de zitting ingestemd met het verzoek van de GI. De moeder ervaart dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds zij volledig bij haar verblijven meer rust hebben en zich zichtbaar beter ontwikkelen. Zij ondersteunt het opstarten van begeleide omgang met de vader als dit veilig gebeurt en de benodigde hulpverlening waaronder de speltherapie wordt voortgezet. De moeder vindt het van belang dat er snel duidelijkheid komt over de invulling van de begeleide omgang.

Door en namens de vader wordt tijdens de zitting verweer gevoerd tegen een wijziging van de voorlopige zorgregeling en wordt verzocht de voorlopige regeling van 28 april 2026 in stand te laten. De vader geeft aan dat de meldingen bij Veilig Thuis niet kloppen en dat er geen sprake is geweest van agressie richting de kinderen. Tegelijkertijd begrijpt de vader wel dat de meldingen aanleiding geven tot zorgen. Indien het verzoek wordt toegewezen, vindt de vader het van belang dat de begeleide omgang zo spoedig mogelijk wordt opgestart.

De Raad geeft tijdens de zitting aan dat zij het verzoek van de GI ondersteunt. Volgens de Raad bestaat er nog onvoldoende duidelijkheid en zekerheid over de veiligheid van de opvoedsituatie bij de vader. Eerst dient er zorgvuldig onderzoek plaats te vinden naar de zorgen die uit de meldingen bij Veilig Thuis naar voren komen. In de tussentijd is het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij bij de moeder verblijven, dat de hulpverlening wordt voortgezet en dat het contact met de vader op een veilige, begeleide wijze wordt hervat.

5. De nadere beoordeling

Bij (spoed) beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2026 is de voorlopige zorgregeling zoals bepaald bij beschikking van 28 april 2026 geschorst totdat op het verzoek van de GI is beslist. Ook is bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volledig bij de moeder zullen verblijven totdat op het verzoek van de GI is beslist.

De belanghebbenden zijn tijdens de zitting op 30 juni 2026 in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Naar aanleiding daarvan is het de kinderrechter gebleken dat er geen nieuwe feiten en/of omstandigheden naar voren zijn gekomen die maken dat de spoedbeslissing van 18 juni 2026 moet worden herroepen. De GI acht de situatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet langer verantwoord als zij onbegeleid en gedurende langere perioden bij de vader verblijven. Dit vanwege de meldingen van Veilig Thuis, de escalatie tussen de vader en zijn nieuwe partner, de zorgen rondom de emotieregulatie van de vader, zijn agressiehantering en de veiligheid binnen de woning. Hierdoor is er een spoedsituatie ontstaan waardoor de voorlopige zorgregeling zoals bepaald bij beschikking van 28 april 2026 in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met onmiddellijke ingang moest worden geschorst om hun veiligheid te kunnen waarborgen. Daarom wordt de spoedbeslissing van 18 juni 2026 niet herroepen en in stand gelaten.

Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat een wijziging van de voorlopige zorgregeling noodzakelijk is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderrechter constateert tijdens de zitting dat er nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de veiligheid van de opvoedsituatie bij de vader. De afgelopen periode zijn er meerdere meldingen bij Veilig Thuis gedaan over de verzorging, de hygiëne, het toezicht op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de emotieregulatie van de vader. Er zijn zorgen geuit over de thuissituatie en de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens hun verblijf bij de vader. Hoewel de juistheid van deze meldingen nog nader dient te worden onderzocht, is de kinderrechter van oordeel dat de aard en ernst van de signalen maken dat hierover eerst meer duidelijkheid moet worden verkregen voordat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer onbegeleid bij de vader kunnen verblijven.

De GI heeft tijdens de zitting bevestigd dat het de bedoeling is de bij beschikking van 28 april 2026 vastgestelde voorlopige zorgregeling te wijzigen. Daarbij heeft de GI toegelicht dat de verzoeken met betrekking tot de definitieve zorgregeling in de andere procedure zijn aangehouden tot de pro forma datum in november 2026. Tot die tijd dient er meer duidelijkheid te worden verkregen over de opvoedsituatie bij de vader, de betekenis van de meldingen bij Veilig Thuis en de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens het contact met hem. De kinderrechter acht het tegelijkertijd van groot belang dat het contact tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader niet volledig wordt verbroken. Het is in hun belang dat wordt gewerkt aan het behoud en, indien mogelijk, het herstel van de ouder-kindrelatie. Gelet op de huidige zorgen dient dit contact echter op een veilige en verantwoorde wijze plaats te vinden.

Daarom is de kinderrechter van oordeel dat de omgang tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig uitsluitend begeleid plaatsvindt. De regie over de opstart, de frequentie, de duur en de verdere uitbreiding van deze begeleide omgang wordt bij de GI gelegd. De GI dient daarbij aan te sluiten bij het tempo en de behoeften van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en bij de informatie die in de komende periode beschikbaar komt over de opvoedvaardigheden van de vader en de veiligheid van zijn thuissituatie. De kinderrechter zal de voorlopige zorgregeling van 28 april 2026 daarom wijzigen in die zin dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig volledig bij de moeder verblijven. De begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dient zo spoedig mogelijk te worden opgestart waarbij de GI de regie voert over de uitvoering en de verdere opbouw daarvan. Hiermee wordt enerzijds de veiligheid en rust voor de kinderen gewaarborgd en blijft anderzijds ruimte bestaan om zodra de omstandigheden dit toelaten toe te werken naar een uitbreiding van het contact met de vader. De kinderrechter verwacht van de GI dat zij passende stappen zal ondernemen indien blijkt dat de begeleide omgang niet meer aan de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tegemoet komt.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zoals vastgesteld in de beschikking van 18 juni 2026 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, als volgt:

bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig volledig bij de moeder verblijven;

de GI krijgt de bevoegdheid over de verdere invulling van de zorg- en contactregeling tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] – onder haar regie – voor wat betreft de locatie, de duur, de frequentie en de mate/vorm van begeleiding nader vorm te geven en zonodig uit te breiden indien dit passend is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand