ECLI:NL:RBZWB:2026:7629

ECLI:NL:RBZWB:2026:7629

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-07-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer C/02/448997 / FA RK 26-2902
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Aanhouden gezamenlijk gezag in afwachting van communicatietraject ouders.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/448997 / FA RK 26-2902

datum uitspraak: 13 juli 2026

beschikking betreffende gezamenlijk gezag

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. D.A.J. Spierings te Apeldoorn.

tegen

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. B.N. Wolters te Malden,

De rechtbank merkt als informanten aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Middelburg,

[bezoekbegeleider 1]

en

[bezoekbegeleider 2]

hierna de noemen: medewerkers [hulpverlening] , bezoekbegeleiders.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1. Het procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

- het op 29 mei 2026 ontvangen verzoek van de man met bijlagen;

- het op 27 juni 2026 ontvangen verweerschrift van de vrouw met bijlagen.

Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 29 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten en een tolk in de Poolse taal. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad, een vertegenwoordigster namens de GI en een tweetal medewerksters van [hulpverlening] (dit met name in het kader van zaaknummer C/02/447812 / JE RK 26-774).

De zaak is gelijktijdig behandeld met zaaknummer C/02/447812 / JE RK 26-774. Op dit zaaknummer wordt per separate beschikking beslist.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:

- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021.

De man heeft de minderjarige erkend. De vrouw oefent van rechtswege het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige uit.

Bij beschikking van 29 juni 2023 is (onder meer en voor zover hier van belang) bepaald dat de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van (begeleide) omgang met elkaar eenmaal per week voor de duur van twee uur, waarbij wordt voldaan aan de in rechtsoverweging 4.10.5 gestelde voorwaarden en waarbij de uiteindelijke omgangsregeling inclusief de verdeling van de vakantie- en feestdagen in onderling overleg met de hulpverlening nader wordt vormgegeven. Het verzoek van de man om gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] te worden belast, is afgewezen.

Bij beschikking van 9 december 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 9 december 2024 en tot 9 december 2025. Deze maatregel is bij beschikking van 1 december 2025 verlengd tot 9 december 2026.

Partijen en [minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit.

3. Het verzoek

De man verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man met de vrouw met het gezag over de minderjarige [minderjarige] wordt belast.

De vrouw voert verweer tegen het verzoek van de man en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu partijen en [minderjarige] de Poolse nationaliteit hebben, heeft deze zaak een internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank dient daardoor eerste te beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt.

Indien dit het geval is, dient de rechtbank ook het toepasselijk recht te bepalen.

Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.

Wettelijk kader gezamenlijk gezag

Ingevolge artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Uit het tweede lid van voornoemd artikel volgt dat indien dit verzoek ertoe strekt de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten en de andere ouder met dit gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de man graag meer betrokken wil worden in het leven van [minderjarige] . Hij heeft nu het gevoel aan de zijlijn te staan en te weinig informatie te krijgen over de gebeurtenissen in het leven van [minderjarige] . De man is van mening dat er sinds de beschikking van 29 juni 2023 grote veranderingen hebben plaatsgevonden, aangezien de man al geruime tijd wekelijks omgang heeft met [minderjarige] en deze omgang uitgebreid gaat worden. Ook is het contactverbod versoepeld. De man wil graag duidelijkheid over zijn huidige verzoek en vreest dat bij aanhouding van zijn verzoekt de vrouw de zaak verder zal traineren.

Daar staat tegenover dat de vrouw gezamenlijk gezag nog niet in het belang van [minderjarige] vindt. Zij vindt de door de man gestelde wijzigingen geen grote veranderingen die zorgen voor een werkbare verstandhouding tussen partijen. Zo is het contact- en gebiedsverbod verlengd tot 31 mei 2028. De ouders zijn nog niet in staat om samen belangrijke gezagsbeslissingen te nemen. De communicatie tussen hen is slecht en loopt nog niet. Er zal eerst hulpverlening in de vorm van ouderschapsbemiddeling ingezet moeten worden.

De rechtbank stelt daarnaast vast dat beide partijen het van belang vinden dat de communicatie tussen hen, wanneer deze opgestart wordt, gemonitord wordt. Dit is ook een verplichting in het kader van het contactverbod, waarin staat aangegeven dat de man wel contact met de vrouw mag hebben over [minderjarige] indien en voor zover er een hulpverlener in de cc meegenomen wordt. De rechtbank vindt dit ook noodzakelijk om verder zicht op de communicatie tussen de ouders te krijgen én om de ouders de kans te geven vertrouwen in elkaar als ouder van [minderjarige] te gaan krijgen. Voor de man is het nodig dat hij gaat ervaren dat de vrouw zijn rol in het leven van [minderjarige] als vader niet tegenwerkt. Voor de vrouw is het nodig dat zij gaat ervaren dat de man mee wil en kan denken over belangrijke zaken met betrekking tot [minderjarige] en dat zij belangrijke informatie ook op deze manier met de man rechtstreeks kan gaan delen. Zoals bijvoorbeeld informatie over het Nederlandse schoolsysteem, waarvan de vrouw het belangrijk vindt dat beide ouders van [minderjarige] hier kennis van hebben, omdat zij zelf ergens anders zijn opgegroeid. Als de ouders over [minderjarige] rechtsreeks (met een hulpverlener in de cc) gaan communiceren worden mogelijke discussies over vakanties en te laat aangeven van vakantie wellicht voorkomen. Ook kan de hulpverlening de ouders helpen om op een constructieve manier met elkaar te gaan communiceren.

De GI heeft aangegeven dat ouderschapsbemiddeling in de vorm van Parallel Solo Ouderschap een optie is. De GI is van mening dat de vader over alles wat [minderjarige] nodig heeft oprecht zal meedenken. Op dit moment kan de GI de vader geen schriftelijke aanwijzing geven en loopt de GI er tegenaan dat ze steeds van de ene naar de andere ouder moeten en weer terug. De GI kan zich voorstellen dat de beslissing in afwachting van het traject ouderschapsbemiddeling wordt aangehouden, waarbij het wel van belang is dat er druk op het traject ouderschapsbemiddeling staat, zodat de ouders dit traject ook echt aangaan.

De Raad adviseert om de zaak aan te houden en eerst ouderschapsbemiddeling in te zetten. In zo’n traject wordt van beide ouders iets verwacht. De vader moet rekening houden met de rol van de moeder en de moeder zal een stapje naar voren moeten zetten en de man in zijn rol als vader meer moeten erkennen. Het wettelijk uitgangspunt is gezamenlijk gezag, dus het is aan de ouders om daar naartoe te werken.

Omdat er voor [minderjarige] de nodige gezagsbeslissingen moeten worden genomen, is de Raad van mening dat [minderjarige] op dit moment klem of verloren raakt als het gezamenlijk gezag nu zonder deze ouderschapsbemiddeling wordt toegewezen.

De rechtbank zal het verzoek van de man aanhouden. De rechtbank ziet een vader die het beste wil voor zijn kind en die meer betrokken wil zijn. Het is naar het oordeel van de rechtbank aan de ouders om de vader verder te betrekken in het leven van [minderjarige] . Er rust wettelijk gezien ook een informatieplicht op de vrouw om de man als vader van [minderjarige] te informeren over zaken die voor [minderjarige] van belang zijn.

Een complicatie is dat voor de man nog geruime tijd een contact- en locatieverbod geldt met de vrouw. Rekening houdende met dit verbod is er wel ruimte om het ouderschap van partijen op het gebied van communicatie in te gaan richten. Het is aan de GI om hierin met een plan te komen en samen met de ouders te bekijken welke hulpverlener of hulpverleners er in de communicatie tussen partijen meegenomen kunnen worden. Voordat ouders rechtstreeks gaan communiceren, is het ook van belang dat de GI hier kaders aangeeft. Dit om te voorkomen dat ouders dagelijks over en weer uitgebreide mails aan elkaar versturen.

Ook zal de GI de ouderschapsbemiddeling op moeten gaan starten.

De rechtbank houdt de zaak om meerdere redenen aan. De eerste reden is [minderjarige] zelf. Gelet op zijn kindeigen problematiek moeten er op dit moment veel gezagsbeslissingen worden genomen. Voor [minderjarige] is het van belang dat deze beslissingen niet stagneren. De ouders zullen eerst een communicatiebasis moeten leggen, zodat geborgd wordt dat beslissingen voor [minderjarige] met gepaste snelheid genomen kunnen worden. De kans dat [minderjarige] op dit moment klem of verloren raakt is te groot om het gezamenlijk gezag op dit moment toe te wijzen zonder dat er ouderschapsbemiddeling is geweest.

De rechtbank ziet echter wel mogelijkheden dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou kunnen komen. De man heeft dit betwist. Hij geeft aan dat de samenwerking van twee kanten moet komen en dat de vrouw de samenwerking juist niet aangaat.

De rechtbank is van oordeel dat beide ouders hun verantwoordelijkheid als ouder van [minderjarige] dienen te pakken. [minderjarige] heeft goed contact met de vader. De vrouw staat daar als moeder van [minderjarige] ook niet afwijzend tegenover. Op dit moment loopt er een ondertoezichtstelling. Het is niet de bedoeling van de wetgever dan een ondertoezichtstelling gedurende de gehele minderjarigheid van een kind doorloopt. [minderjarige] is nog een jong kind. Op enig moment zullen partijen dus als ouders voor [minderjarige] zonder hulpverlening met elkaar moeten gaan communiceren. De rechtbank vindt het van belang dat de ouders hier een basis voor gaan leggen.

De rechtbank zal de zaak, gelet op de afloopdatum van de ondertoezichtstelling voor iets minder dan een half jaar aanhouden. De rechtbank is van oordeel dat in deze periode voldoende gemonitord kan worden hoe de communicatie tussen de ouders verloopt en of beide ouders ook daadwerkelijk bereid zijn om de samenwerking als ouders van [minderjarige] en in het belang van [minderjarige] aan te gaan. De rechtbank verzoekt de GI om dit communicatietraject met enige spoed op te zetten en te monitoren, zodat er voor de afloop van de ondertoezichtstelling voldoende duidelijkheid is om (verder) te kunnen beslissen op het verzoek van de man. De rechtbank verwacht op de nader te noemen pro forma datum, een briefrapportage van de GI over het verloop van dit communicatietraject en de visie van de GI hierop. Ook wil de rechtbank weten of er sprake van tegenwerking door één van de ouders, welke ouder dit dan gedaan heeft en op welke manier. En of hierbij het belang van [minderjarige] op enig moment in de knel is gekomen.

Van de advocaten van partijen verwacht de rechtbank binnen één week na ontvangst van de rapportage van de GI een reactie op deze rapportage.

Indien de GI een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling doet, zal getracht worden beide zaken gecombineerd te behandelen. Om die reden zal aan (de advocaten van) partijen en de GI verzocht worden om uiterlijk op de hieronder aangegeven pro forma datum de verhinderdata van november 2026 tot 9 december 2026 aan de rechtbank door te geven.

Afschrift beschikking naar GI

Nu de GI in deze zaak informant is, ontvangt de GI niet automatisch een afschrift van de beschikking in deze zaak. Gelet op wat de rechtbank in deze zaak van belang vindt, ligt er vanuit de rechtbank een duidelijke opdracht aan de GI. De rechtbank zal om die reden de griffier verzoeken een afschrift van deze beschikking aan de GI toe te sturen.

5. De beslissing

De rechtbank

houdt het verzoek aan tot 24 november 2026 pro forma in afwachting van verdere informatie van de GI over het verloop van de communicatie tussen partijen/de ouderschapsbemiddeling, waarop de advocaten binnen één week reageren een en ander zoals aangegeven in rechtsoverweging 4.12;

verzoekt (de advocaten van) partijen en de GI om uiterlijk op 1 september 2026 (pro forma) de verhinderdata over de maand november 2026 tot 9 december 2026 door te geven aan de griffie van de rechtbank, zodat er (indien nodig) een gecombineerde zitting met het eventuele verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling te verlengen ingepland kan worden;

verzoekt de griffier om naar aanleiding van de verhinderdata kort na 1 september 2026 een zittingsdatum en tijd te reserveren (en te communiceren met (de advocaten van) partijen en de GI) bij voorkeur kort voor de afloopdatum van de ondertoezichtstelling, zijnde 9 december 2026;

verzoekt de griffier om een afschrift van deze beschikking aan de GI toe te sturen.

Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Bont, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Verschoor-Bergsma

Griffier

  • mr. De Bont

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand