ECLI:NL:RBZWB:2026:7642

ECLI:NL:RBZWB:2026:7642

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer 11829410 \ CV EXPL 25-3921 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Huurovereenkomst. Huurder bezwaar gemaakt bij Huurcommissie tegen de afrekening kosten warm tapwater. Volgens de Huurcommissie had verhuurder de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokverwarming moeten aanvragen. De kantronechter oordeelt dat, gelet op de TTB-regeling, de toelichting daarop en kamerbrief, huurder geen recht heeft op TTB voor alleen warm tapwater via blokaansluiting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11829410 \ CV EXPL 25-3921

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

STICHTING WONENBREBURG,

te Tilburg,

eisende partij,

hierna te noemen: WonenBreburg,

gemachtigde: mr. R.M. Goeman,

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [huurder] ,

procederend in persoon.

1. De zaak in het kort

WonenBreburg verhuurt een woning aan [huurder] . [huurder] heeft bij de Huurcommissie bezwaar gemaakt tegen de afrekening van de kosten voor warm tapwater over het jaar 2023. Volgens [huurder] had WonenBreburg voor de collectieve installatie voor warm tapwater de subsidie Tijdelijke Tegemoetkoming Blokverwarming (TTB) moeten aanvragen. De Huurcommissie heeft de niet-toegekende TTB van de afrekening afgetrokken en deze opnieuw vastgesteld. WonenBreburg is het niet eens met de uitspraak van de Huurcommissie en vordert onder andere een verklaring voor recht dat de eindafrekening van de kosten voor warm tapwater over 2023 correct is. De kantonrechter wijst de vorderingen van WonenBreburg toe. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 juli 2025 met producties;

- het mondelinge antwoord waarin [huurder] heeft gevraagd om uitstel;- de conclusie van antwoord;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte overlegging productie aan de zijde van WonenBreburg;

- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

WonenBreburg verhuurt aan [huurder] met ingang van 22 maart 2016 de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). Het gehuurde is een niet- geliberaliseerde zelfstandige woonruimte.

Alle woningen in het complex waarin het gehuurde gelegen is, hebben een zelfstandige aansluiting op de stadsverwarming voor de ruimteverwarming via het warmtenet Midden- en West-Brabant van Ennatuurlijk.

Alle woningen in het complex waarin het gehuurde gelegen is, hebben een zelfstandige gasaansluiting van netbeheerder Enexis. Het betreft gas om op te koken.

Voor de levering van warm tapwater beschikt het complex waarin het gehuurde gelegen is over een centrale aansluiting. WonenBreburg draagt op grond van artikel 7.4a van de huurovereenkomst zorg voor de doorlevering van warm tapwater. [huurder] betaalt hiervoor een voorschot en dit wordt jaarlijks afgerekend. Techem Energy Services B.V. verzorgt namens WonenBreburg de afrekening van deze servicekosten. Het gas voor de centrale aansluiting voor warmwater wordt door WonenBreburg ingekocht bij Engie Energie Nederland.

Op 10 april 2024 heeft WonenBreburg de afrekening voor het warm tapwater over het jaar 2023 aan [huurder] toegezonden. De kosten voor [huurder] bedroegen:

- verbruikskosten: € 774,84,

- voorschot: € 322,92,

- verschil: € 451,92.

[huurder] heeft zich op 14 augustus 2024 tot de Huurcommissie gewend met het verzoek om de eindafrekening van het warmwaterverbruik over het jaar 2023 te beoordelen.

In het rapport van onderzoek van 14 maart 2025 heeft de rapporteur van de Huurcommissie geoordeeld dat de betalingsverplichting over het jaar 2023 bijgesteld zou moeten worden naar € 7,50.

De Huurcommissie heeft in haar uitspraak van 26 mei 2025 geoordeeld dat WonenBreburg de TTB, die over het jaar 2023 minimaal € 1.063,21 bedroeg, had moeten aanvragen. De Huurcommissie brengt dat bedrag daarom in mindering op de betalingsverplichting over het jaar 2023. De huurcommissie heeft in haar uitspraak als volgt overwogen:

Uit de toelichting op de TTB blijkt dat de regeling van toepassing is op gas dat wordt gebruikt voor warmteproductie. Gas dat uitsluitend wordt gebruikt voor koken, komt niet voor subsidie in aanmerking. De hoeveelheid gas alleen gebruikt voor koken is gering in vergelijking met het gebruik van gas voor ruimteverwarming en zou daarom niet dezelfde hoeveelheid tegemoetkoming rechtvaardigen. Een tegemoetkoming voor kookgas zou daarom een aparte categorie in de regeling moeten vormen. Dit zou de regeling complexer en daarmee moeilijker uitvoerbaar maken. Daarnaast is het gemiddelde nadeel van het niet profiteren van het prijsplafond in geval van het niet inzetten van het door geleverde gas voor ruimteverwarming dermate klein dat het niet compenseren daarvan in de afweging acceptabel wordt geacht. Om voornoemde redenen is bepaald dat de bewoner van de betreffende wooneenheid geen overeenkomst mag hebben met een leverancier van warmte om te waarborgen dat het geleverde gas wordt gebruikt voor ruimteverwarming.

Onderhavige woonruimte beschikt wel over een eigen gasaansluiting voor individuele verwarming. Voor warm water is echter sprake van een blokaansluiting.

De commissie constateert dat uit de regeling niet nadrukkelijk de verwarming van warm water is uitgesloten, zoals gas dat uitsluitend wordt gebruikt om te koken, niet onder de regeling valt.

Verhuurder heeft de TTB niet aangevraagd en dat wringt, omdat de tegemoetkoming alleen door de verhuurder als contracthouder kon worden aangevraagd. De commissie merkt daarbij op dat verhuurder aanvankelijk huurder heeft misleid door te stellen dat de tegemoetkoming was afgewezen.

Ter zitting heeft verhuurder daarnaast expliciet verklaard de tegemoetkoming niet te hebben

aangevraagd, omdat verhuurder van mening was dat de TTB niet van toepassing was en de

huurders er geen recht op hebben.

De commissie stelt vast dat verhuurder als contracthouder door deze houding de huurders te kort heeft gedaan. Het mag van een goed verhuurder verwacht worden dat deze de moeite doet voor zijn of haar huurders om deze tegemoetkomingen aan te vragen. Dat verhuurder dit niet heeft gedaan mag niet voor rekening van de huurders komen.

Dat de regeling een ruime interpretatie kent, is een keuze geweest van de wetgever. Het is niet aan verhuurders om de regelgeving enger te interpreteren dan de wetgever voor ogen had.

De commissie is daarom van oordeel dat het onderzoeksrapport wordt gevolgd en de TIB in

mindering wordt gebracht als ware deze tegemoetkoming toegekend.

De Huurcommissie gaat daarom akkoord met het rapport en stelt de betalingsverplichting van de huurder conform de rapportage vast op € 7,50.”

4. Het geschil

Stichting WonenBreburg vordert - samengevat – uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat de eindafrekening van de kosten voor warmwaterverbruik voor het jaar 2023 correct is;

II. te bepalen dat WonenBreburg gerechtigd was om aan kosten voor warmwaterverbruik voor het jaar 2023 aan [huurder] in rekening te brengen een bedrag aan in totaal € 774,84;

III. [huurder] te veroordelen in de proceskosten.

WonenBreburg legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Volgens WonenBreburg is de TTB-regeling niet van toepassing op kleinverbruikers die al onder het prijsplafond vallen, zoals [huurder] . Deze bewoners kunnen geen aanspraak maken op dubbele subsidie. WonenBreburg was niet gehouden om een TTB-aanvraag te doen, en de niet-ontvangen TTB kan dus ook niet afgetrokken worden van de door [huurder] te betalen kosten voor warm tapwater. Daarnaast heeft WonenBreburg gewezen op een recente uitspraak van de Huurcommissie waarin de Huurcommissie heeft geoordeeld dat voor uitsluitend warm tapwater de TTB-regeling niet van toepassing is.

[huurder] voert verweer. Volgens [huurder] was WonenBreburg verplicht de TTB aan te vragen op grond van artikel 7:204 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 7:208 BW. De woningen beschikken voor warmtapwater over een blokaansluiting, waarvoor de TTB bedoeld is. De TTB sluit niet uit dat een blokaansluiting wordt gesubsidieerd naast individuele aansluitingen voor andere energievoorzieningen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Uitspraak Huurcommissie is vervallen

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:262 BW de verhuurder en de huurder worden geacht te zijn overeengekomen wat in de uitspraak van de Huurcommissie is vastgesteld, tenzij door één van hen binnen acht weken nadat aan hen afschrift van die uitspraak is verzonden, een beslissing van de rechter wordt gevorderd. Nu WonenBreburg binnen de hiervoor genoemde termijn van acht weken na 26 mei 2025 [huurder] heeft gedagvaard (te weten: op 18 juli 2025), brengt dit met zich dat de uitspraak van de Huurcommissie is komen te vervallen en er een nieuwe beslissing moet worden gegeven over de punten waarover de Huurcommissie om een uitspraak was verzocht.

WonenBreburg had de TTB niet hoeven aan te vragen

Vaststaat dat [huurder] de aanvraag voor de TTB zelf niet kon indienen, omdat het complex voorzien is van een blokaansluiting voor warm tapwater. WonenBreburg voert aan dat zij de TTB niet had hoeven aan te vragen, omdat zij, gelet op de uitleg en toepassing van de TTB-regeling en toelichting, daarvoor niet in aanmerking zou zijn gekomen. De Huurcommissie heeft, kort gezegd, geoordeeld dat de TTB ook geldt voor warm tapwater, omdat dit in de regeling niet expliciet is uitgesloten. Door de TTB niet aan te vragen heeft WonenBreburg [huurder] tekort gedaan en daarom heeft de Huurcommissie het niet-aangevraagde TTB-bedrag in mindering gebracht op de totale betalingsverplichting van [huurder] , wat resulteert in een negatief saldo.

De kantonrechter dient de vraag te beantwoorden of in de afrekening van de servicekosten over het jaar 2023 rekening gehouden moet worden met het feit dat WonenBreburg destijds geen TTB heeft aangevraagd voor het complex aan de [straat] te [plaats] en daarmee ook niet voor het gehuurde. Als WonenBreburg die aanvraag onterecht niet heeft gedaan, kan ook de kantonrechter daarmee rekening houden en de compensatie van € 1.063,00 in mindering brengen op de eindafrekening.

De kantonrechter stelt voorop dat moet worden beoordeeld of WonenBreburg op grond van de TTB-regeling in aanmerking zou zijn gekomen voor een TTB. Hiervoor is van belang wat het toepassingsbereik is van de TTB-regeling en hoe de regeling moet worden uitgelegd. Blijkens de toelichting op de regeling en de daarbij horende kamerbrief is gekozen voor een praktische systematiek die wellicht niet in alle details voorziet, maar is bedoeld als compensatie voor bewoners achter een blokaansluiting. Het gaat om die huishoudens -waaronder met name huurders, eigenaren in een VvE, cliënten van woonzorglocaties of studenten - die geen of onvoldoende aanspraak hebben kunnen maken op het reguliere prijsplafond voor energiekosten via de Warmtewet of andere subsidieregelingen. Volgens de hiervoor aangehaalde Kamerbrief hebben al deze soorten bewoners een gemeenschappelijke noemer en dat is dat zij niet individueel beschikken over een contract met een energieleverancier. In het kader van de doelmatigheid van de regeling heeft de Minister ook bepaalde doelgroepen willen uitsluiten. Het gaat dan om partijen die al voldoende voordeel hebben ontvangen van de prijsplafondregeling of die een contract hebben met een vaste prijs onder het prijsplafond. Daarmee moet dubbele compensatie worden voorkomen.

Om te kunnen beoordelen of WonenBreburg in aanmerking zou komen om een TTB aan te vragen voor (uitsluitend) warm tapwater, zijn de definities zoals opgenomen in de TTB-regeling van belang. In artikel 1.1. van de regeling wordt warmte gedefinieerd in de zin van artikel 1 van de Warmtewet, wat betekent dat hieronder zowel ruimteverwarming als warm tapwater valt. Een blokaansluiting wordt gedefinieerd in artikel 1.1. onder a als een: “voorziening voor de levering van warmte aan wooneenheden waarvan de bewoners niet individueel beschikken over een overeenkomst met een warmteleverancier (…)”. Middels deze bepaling is naar het oordeel van de kantonrechter tot uitdrukking gebracht dat deze doelgroep aan bewoners wordt uitgesloten, omdat zij al via het “eigen” contract voor warmte hebben kunnen profiteren van het prijsplafond dan wel een andere subsidieregeling.

Verder is in de toelichting op de Regeling expliciet aangegeven dat voor gas ten behoeve van koken geen TTB kan worden aangevraagd. Daarover wordt vermeld:

Onder een blokaansluiting voor warmte valt ook de situatie waarbij gas wordt ontvangen op een collectieve aansluiting op het gasnet waarna dat gas wordt geleverd aan meerdere wooneenheden die een individuele cv-ketel hebben waarmee warmte wordt geproduceerd. Aangezien het prijsplafond niet van toepassing is op de levering van gas vanuit de collectieve aansluiting, profiteren de bewoners achter deze aansluiting daar dus niet van. Daarom is er voor gekozen om die situatie ook onder de definitie van blokaansluiting te laten vallen. Het gas moet wel worden gebruikt voor warmteproductie, omdat de tegemoetkoming alleen voor warmte geldt. Gas uitsluitend gebruikt voor koken komt namelijk niet voor subsidie in aanmerking. De hoeveelheid gas alleen gebruikt voor koken is gering in vergelijking met het gebruik van gas voor ruimteverwarming en zou daarom niet dezelfde hoeveelheid tegemoetkoming rechtvaardigen. Een tegemoetkoming voor kookgas zou daarom een aparte categorie in de regeling moeten vormen. Dit zou de regeling complexer en daarmee moeilijker uitvoerbaar maken. Daarnaast is het gemiddelde nadeel van het niet profiteren van het prijsplafond in geval van het niet inzetten van het door geleverde gas voor ruimteverwarming dermate klein dat het niet compenseren daarvan in de afweging acceptabel wordt geacht. Om voorgenoemde redenen is bepaald dat de bewoner van de betreffende wooneenheid geen overeenkomst mag hebben met een leverancier van warmte om te waarborgen dat het geleverde gas wordt gebruikt voor ruimteverwarming.

De kantonrechter overweegt dat in de Regeling, noch in de toelichting expliciet is ingegaan op de situatie dat alleen warm tapwater wordt geleverd via een blokaansluiting. In beginsel valt de levering van warm tapwater onder de definitie van warmte in de zin van de Regeling en zou dus ook warm tapwater dat via een blokaansluiting wordt geleverd voor compensatie in aanmerking kunnen komen. Echter, in het licht van de kamerbrief, de definities die zijn opgenomen in de TTB-regeling, de toelichting bij de Regeling en het feit dat voor kookgas geen TTB kan worden aangevraagd, is de kantonrechter van oordeel dat de Regeling evenmin ruimte biedt voor een recht op een TTB voor alleen warm tapwater via een blokaansluiting. Hoewel dit niet met zoveel woorden is uitgesloten zoals bij gas ten behoeve van koken, volgt dit uit de systematiek en toelichting op de TTB-regeling. De strekking van de Regeling is immers dat alleen die huishoudens worden gecompenseerd die niet of in onvoldoende mate hebben kunnen profiteren van het prijsplafond en dat dubbele compensatie zoveel mogelijk moet worden uitgesloten. In dit geval beschikt [huurder] als bewoner van het complex over een rechtstreekse overeenkomst met een warmteleverancier. Hoewel die overeenkomst alleen ziet op ruimteverwarming, staat vast dat [huurder] daarvoor al is gecompenseerd middels het prijsplafond / de subsidieregeling.

[huurder] wordt met deze uitleg van de Regeling weliswaar niet gecompenseerd voor de verhoogde energielast in het kader van warm tapwater, maar dat staat niet aan deze uitleg van de Regeling in de weg, omdat hij wel voor het grootste deel van de warmtekosten is gecompenseerd, namelijk voor de ruimteverwarming. Een andere uitleg van de TTB-regeling zou ertoe kunnen leiden dat de volledige compensatie, die bedoeld is voor een blokaansluiting voor de levering van zowel ruimteverwarming als warm tapwater, kan worden verkregen voor uitsluitend warm tapwater terwijl het grootste deel van het verbruik bij ruimteverwarming ligt. Die uitleg heeft er bij de Huurcommissie toe geleid dat [huurder] niets hoeft te betalen voor de kosten van warm tapwater (op de administratiekosten van € 7,50 na). Dat vindt de kantonrechter geen redelijke uitkomst. Zoals ter zitting door WonenBreburg aangegeven, is de Huurcommissie ondertussen in een andere, soortgelijke zaak, waarbij enkel sprake was van de levering van warm tapwater via een blokaansluiting, ook tot het oordeel gekomen dat de TTB regeling daarvoor geen compensatie biedt.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter dan ook van oordeel dat het zeer aannemelijk is dat een aanvraag voor een TTB voor warm tapwater zou zijn afgewezen. Hieruit volgt dat er voor WonenBreburg geen verplichting bestond om de TTB aan te vragen en daarmee dus ook geen rekening hoefde te houden bij de afrekening van de servicekosten van 2023. De vorderingen van WonenBreburg worden dan ook toegewezen, nu deze verder niet of onvoldoende weersproken zijn door [huurder] .

De proceskosten

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.000,45

Uitvoerbaarheid bij voorraad

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorming). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

6. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat de eindafrekening van de kosten voor warmwaterverbruik voor het jaar 2023 correct is,

bepaalt dat WonenBreburg gerechtigd was om aan kosten voor warmwaterverbruik voor het jaar 2023 aan [huurder] in rekening te brengen een bedrag van in totaal € 774,84,

veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.000,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand