ECLI:NL:RBZWB:2026:7645

ECLI:NL:RBZWB:2026:7645

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer 12072998 CV EXPL 26-341 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Onverschuldigde betaling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 12072998 \ CV EXPL 26-341

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

BOUW CONNECT B.V. H.O.D.N. FLEXTRA BOUWTEAM,

te Barendrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: Bouw Connect,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam],

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederende in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de akte van Bouw Connect- de akte van [gedaagde] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

Bouw Connect vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 13.075,54, vermeerderd met rente en kosten.

Bouw Connect legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij onverschuldigde betalingen aan [gedaagde] heeft verricht. [gedaagde] heeft als ZZP’er voor Bouw Connect gewerkt. Nadat de opdracht was beëindigd heeft [gedaagde] alsnog uren bij Bouw Connect gedeclareerd die per abuis ook aan [gedaagde] zijn uitbetaald. Bouw Connect heeft geprobeerd een regeling met [gedaagde] te treffen maar de afspraken zijn niet nagekomen. Op het verweer van [gedaagde] voert Bouw Connect aan dat het met de voorgestelde betalingsregeling van [gedaagde] circa 20 jaar gaat duren eer de vordering is terugbetaald.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot een gedeeltelijke afwijzing van de vordering van Bouw Connect, met veroordeling van Bouw Connect in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert aan dat een familielid van hem zijn facturatie regelde. [gedaagde] stelt daarnaast dat Bouw Connect ook een eigen verantwoordelijkheid heeft met het controleren van de declaraties waardoor de hoofdsom verminderd zou moeten worden.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] in opdracht van Bouw Connect werkzaamheden heeft verricht. Niet in geschil is dat [gedaagde] na afloop van de opdracht nog uren heeft gedeclareerd bij Bouw Connect waarvoor hij niet heeft gewerkt. Per abuis heeft Bouw Connect deze uren uitbetaald. Ondanks sommaties heeft [gedaagde] het volledige onverschuldigd betaalde bedrag niet aan Bouw Connect terugbetaald. [gedaagde] heeft enkel op 27 augustus 2025 een betaling van € 1.000,00 verricht aan Bouw Connect.

[gedaagde] voert als verweer aan dat een ander voor hem zijn facturen regelde en een bedrag in mindering dient te strekken omdat Bouw Connect ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Dit verweer van [gedaagde] gaat niet op. De kantonrechter overweegt dat ondanks dat een familielid van [gedaagde] de facturen voor [gedaagde] regelde, [gedaagde] daarvoor verantwoordelijk is. Indien een familielid facturen ten onrechte indient bij Bouw Connect, ligt het op de weg van [gedaagde] om contact te zoeken met Bouw Connect om dit te corrigeren. Ten aanzien van het beroep van [gedaagde] op de eigen verantwoordelijkheid van Bouw Connect heeft te gelden dat in het kader van het leerstuk van onverschuldigde betaling eigen schuld (artikel 6:101 BW) geen rol speelt. Voorgaande heeft tot gevolg dat het bedrag van € 11.915,00 toewijsbaar is.

Rente

Bouw Connect vordert in haar petitum betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke rente. In de dagvaarding wordt echter een beroep gedaan op de wettelijke handelsrente. De wettelijke handelsrente zou niet kunnen worden toegewezen, omdat de handelsrente alleen betrekking heeft op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst. Hier gaat het om een vordering op grond van onverschuldigde betaling. Tussen partijen staat immers vast dat de relatie tussen partijen was geëindigd. Handelsrente ziet daar niet op (HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1710). De in het petitum van de dagvaarding gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW wordt wel toegewezen.

De gevorderde opeisbare rente berekend tot aan de dagvaarding is niet betwist en daardoor ligt het bedrag van € 266,39 voor toewijzing gereed.

Buitengerechtelijke incassokosten

Bouw Connect vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De gevorderde vergoeding is in overeenstemming met het tarief in het Besluit en is daarom redelijk. Daarom zal een bedrag van € 894,15 worden toegewezen.

Proceskosten

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Bij de begroting van het salaris van de gemachtigde is geen punt toebedeeld aan de akte van Bouw Connect nu deze akte geen bijzondere inhoud bevat. De proceskosten van Bouw Connect worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

129,54

- griffierecht

1.504,00

- salaris gemachtigde

432,00

(1 punt × € 432,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.209,54

Voor zover [gedaagde] heeft verzocht om een betalingsregeling bij vonnis, heeft te gelden dat de kantonrechter overweegt dat [gedaagde] over een eventuele betalingsregeling rechtstreeks contact moet opnemen met Bouw Connect, omdat de wet geen grond biedt voor het bij vonnis dwingend opleggen van een betalingsregeling.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Bouw Connect te betalen een bedrag van € 13.075,54, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 11.915,00, met ingang van 16 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.209,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand