ECLI:NL:RBZWB:2026:7650

ECLI:NL:RBZWB:2026:7650

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer 12061319 CV EXPL 26-397 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Overeenkomst van opdracht administratiekantoor; vordering tot betaling van facturen toegewezen. Sommaties gestuurd naar verkeerd adres, incassokosten afgewezen. Beroep opdrachtgever op onrechtmatigheid en onverschuldigdheid van betaalde facturen verworpen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civielrecht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

zaak/rolnr.: 12061319 CV EXPL 26-397

vonnis van 15 juli 2026

in de zaak van

[persoon 1] ,

te [plaats 1] ,

handelende onder de naam

[handelsnaam 1] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [persoon 1] ,

gemachtigde: M.P.A. Roelands,

t e g e n :

[persoon 2] ,

te [plaats 2] ,

handelende onder de naam

[handelsnaam 2] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [persoon 2] ,

in persoon.

1. het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 14 oktober 2025,

- conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met mondelinge toelichting van [persoon 2] ,

- conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van [persoon 1] ,

- conclusie van dupliek in conventie en van de repliek in reconventie van [persoon 2] ,

- conclusie van dupliek in reconventie van [persoon 1] ,

- akte uitlating productie met mondelinge toelichting van [persoon 2] .

2. de feiten

[persoon 1] heeft in opdracht van [persoon 2] vanaf 2014 administratieve werkzaamheden uitgevoerd. De overeenkomst is mondeling gesloten en niet schriftelijk vastgelegd. De contacten tussen partijen en de betalingen door [persoon 2] verliepen via haar vader.

Op 10 juni 2025 zond [persoon 1] aan [persoon 2] twee facturen. De factuur met nummer [nummer 1] bedraagt € 373,75, de factuur met nummer [nummer 2] € 327,25. Ondanks sommaties betaalde [persoon 2] de beide facturen niet.

Bij e-mail van 30 augustus 2025 heeft [persoon 2] de overeenkomst met [persoon 1] opgezegd.

3. de vorderingen en de verweren

[persoon 1] vordert in conventie de veroordeling van [persoon 2] tot betaling van € 869,35, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 701,00 vanaf 19 december 2025 en met veroordeling van [persoon 2] in de proceskosten. Het bedrag van € 869,35 bestaat uit een hoofdsom van € 701,00 wegens de beide onbetaalde facturen van 10 juni 2025, € 41,12 aan wettelijke handelsrente daarover tot 19 december 2025 en € 127,23 als vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

[persoon 1] baseert de vordering tot betaling van de hoofdsom op de overeenkomst van opdracht en het nalaten van [persoon 2] de beide facturen betalen.

In reconventie vordert [persoon 2] :

a. afwijzing van de vorderingen van [persoon 1] ,

b. de verklaring voor recht dat de factuur met nummer [nummer 3] onrechtmatig is gefactureerd,

c. het oordeel dat sprake is van een structurele schending van de zorgplicht door [persoon 1] ,

d. het oordeel dat AGIN (bedoeld wordt het kantoor AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders waaraan de gemachtigde van [persoon 1] is verbonden) onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld,

e. de betwiste bedragen in mindering te brengen op eventuele vorderingen van [persoon 1] ,

f. de veroordeling van [persoon 1] tot een schadevergoeding van € 1.689,15,

g. de veroordeling van [persoon 1] in de proceskosten.

Deze vorderingen worden hierna aangeduid als de vorderingen a tot en met g van [persoon 2] .

Partijen betwisten elkaars vorderingen.

Hierna zullen de standpunten van partijen voor zover nodig verder aan de orde komen.

4. het oordeel van de kantonrechter

De vordering van [persoon 1]

Op 30 augustus 2025 schreef [persoon 2] aan [persoon 1] dat zij de factuur met nummer [nummer 2] nog moest voldoen. Het was haar onduidelijk waarop het bedrag van de factuur met nummer [nummer 1] was gebaseerd aangezien de IB 2022 al was voldaan. Zij vroeg om een toelichting hierop. In antwoord hierop schreef [persoon 1] dat op factuur nummer [nummer 1] de aangifte inkomstenbelasting in rekening is gebracht, inclusief de tijd voor het opstellen van de jaarcijfers. Daarnaast blijkt uit de factuur dat ook de btw-aangiften over het vierde kwartaal van 2023 en over de vier kwartalen van 2024 in rekening zijn gebracht en het beantwoorden van een vraag van de belastingdienst over de aangifte over 2021.

In haar conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie stelt [persoon 2] de facturen met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] niet principieel te betwisten, maar de factuur met nummer [nummer 2] wel inhoudelijk. Hieruit volgt dat [persoon 2] uiteindelijk geen inhoudelijk bezwaar aanvoert tegen de factuur met nummer [nummer 1] . Omdat [persoon 2] op 30 augustus 2025 had geschreven de factuur met nummer [nummer 2] nog te moeten voldoen, heeft zij haar inhoudelijke bezwaar tegen die factuur onvoldoende begrijpelijk toegelicht.

De conclusie is dat [persoon 1] recht heeft op betaling van die beide facturen, tenzij het beroep van [persoon 2] op verrekening met haar reconventionele vordering slaagt.

Uit de beoordeling van de vorderingen van [persoon 2] volgt dat haar beroep op verrekening ongegrond is. Dit betekent dat de vordering tot betaling van € 701,00 toewijsbaar is, evenals de onbetwiste vordering tot betaling van de wettelijke handelsrente daarover.

[persoon 1] grondt de vordering wegens incassokosten (mede) op drie sommaties die zijn verzonden door zijn gemachtigde naar het vroegere adres van [persoon 2] . Op dat adres woonde zij niet meer. De facturen die in deze zaak aan de orde komen, waaronder ook facturen uit 2024, zijn door [persoon 1] gestuurd naar het juiste adres. [persoon 1] en zijn gemachtigde moeten dus op de hoogte zijn geweest van het juiste adres. Aannemelijk is dat de sommaties als gevolg van onjuiste adressering [persoon 2] niet hebben bereikt. Dit leidt ertoe dat de vordering tot vergoeding van incassokosten niet toewijsbaar is. Onvoldoende blijkt van andere werkzaamheden die de vordering wegens incassokosten kunnen dragen.

Vordering b van [persoon 2]

De factuur met nummer [nummer 3] dateert van 25 maart 2024 en beloopt € 381,50. [persoon 2] heeft dit bedrag in termijnen betaald.

[persoon 2] stelt dat geen opdracht is verstrekt voor de op deze factuur gedeclareerde werkzaamheden en kosten. Ook voert zij aan dat [persoon 1] geen voorafgaande informatie heeft gegeven, geen verslaglegging of bewijs van de werkzaamheden heeft overgelegd en dergelijke kosten in eerdere jaren niet heeft gerekend. De factuur is onverschuldigd betaald.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [persoon 2] onvoldoende onderbouwd dat de factuur met nummer [nummer 3] onrechtmatig is en onverschuldigd is betaald. Dit oordeel berust op de volgende overwegingen.

Onaannemelijk is dat [persoon 2] als ondernemer een factuur betaalt die in alle onderdelen onrechtmatig of ongegrond is.

In de factuur is € 52,00 gerekend voor aangiftes omzetbelasting. [persoon 2] stelt niet wie anders dan [persoon 1] die aangiftes heeft gedaan. De stelling dat [persoon 2] de aangiftes kan verzorgen in minder tijd dan [persoon 1] heeft gerekend, maakt de factuur niet onrechtmatig en betekent niet dat onverschuldigd is betaald.

In de factuur is € 43,50 gerekend voor aanvraag en kosten van E-Herkenning. In antwoord op de e-mail van [persoon 2] van 30 augustus 2025 schreef [persoon 1] dat hij als erkend dienstverlener de beheerskosten van E-Herkenning zelf betaalt, maar dat de bijkomende kosten voor rekening van de klant komen. Die kosten zijn 30 september 2022 besproken met de vader van [persoon 2] en waren geen probleem. Ook omdat volgens [persoon 2] haar vader haar betalingen aan [persoon 1] deed, heeft zij onvoldoende onderbouwd dat dit onderdeel van de factuur onrechtmatig is en onverschuldigd betaald.

In de factuur is € 52,00 gerekend voor “Werkzaamheden voor [bedrijf] ”. [persoon 2] stelt niet dat deze werkzaamheden tot dit geringe bedrag niet in haar opdracht zijn uitgevoerd.

In de factuur is tot slot € 234,00 gerekend voor belastingzaken in 2022. In antwoord op de e-mail van [persoon 2] van 30 augustus 2025 schreef [persoon 1] dat hij in 2023 veel overleg heeft moeten plegen met afdelingen van de belastingdienst. Ook heeft hij veel informatie verstrekt omdat de belastingdienst een standpunt ging innemen over de vraag in welk land de omzet uit België belast zou worden. De brieven met de inspecteur zitten volgens [persoon 1] in de ordner die [persoon 2] heeft gekregen. Hier tegenover stelt [persoon 1] te weinig om tot de conclusie te komen dat dit onderdeel van de factuur onrechtmatig is en onverschuldigd betaald.

Deze vordering is niet toewijsbaar.

Vordering c van [persoon 2]

[persoon 2] stelt dat [persoon 1] structureel niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht als professioneel administratiekantoor. Zij maakt onvoldoende duidelijk hoe zij komt tot die conclusie. De stelling dat [persoon 1] enkele malen geen (verder) uitstel van het doen van aangifte heeft gevraagd, is daarvoor onvoldoende. Daarom is deze vordering niet toewijsbaar.

Vordering d van [persoon 2]

[persoon 2] stelt dat AGIN als incassogemachtigde van [persoon 1] aanmaningen heeft gestuurd naar een adres dat al jarenlang niet meer haar adres is. Daardoor zijn privacygevoelige gegevens van [persoon 2] terechtgekomen bij derden. Ook heeft [persoon 2] de correspondentie niet tijdig ontvangen, wat heeft geleid tot boetes en aanvullende schade.

Deze vordering is niet toewijsbaar. AGIN is geen partij in deze procedure. Voor het geval [persoon 2] zich beroept op fouten van AGIN waarvoor [persoon 1] aansprakelijk is, slaagt de vordering niet. Naar de kantonrechter begrijpt, heeft AGIN op 23 september, 1 oktober en 8 oktober 2025 aanmaningen verstuurd die bestemd waren voor [persoon 2] naar een adres waarop zij niet meer woonde. Dit is inderdaad niet goed, maar onvoldoende is toegelicht dat dit heeft geleid tot boetes en aanvullende schade.

Hierbij is van belang dat AGIN [persoon 2] aanmaande tot de betaling van de facturen met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] met incassokosten, zodat niet valt in te zien dat de verzending van die aanmaningen naar het onjuiste adres kan hebben bijgedragen tot (fiscale) boetes. In haar e-mail van 7 september 2025 aan [persoon 1] maakte [persoon 2] al melding van fiscale boetes. Die waren haar dus al opgelegd voordat AGIN begon met het sturen van aanmaningen naar het verkeerde adres.

Vordering f van [persoon 2]

[persoon 2] stelt schade te hebben geleden tot een bedrag van € 1.689,15. Volgens haar bestaat deze schade uit onverschuldigd betaalde facturen, boetes door vertraagde ontvangst van correspondentie, kosten door onjuiste incassohandelingen en immateriële schade door privacyinbreuk. Deze algemene stelling is weinig concreet, een verwijzing naar de producties volstaat niet. Een dergelijke verwijzing maakt zowel voor de rechter als de andere partij onvoldoende duidelijk welke schade wordt gevorderd en wat de grondslag is van de vordering.

De reactie van [persoon 1] op deze vordering is dat hij de gestelde grondslag van de vordering betwist. Ook in haar conclusie van repliek in reconventie maakt [persoon 2] onvoldoende duidelijk wat de feitelijke grondslag is van haar vordering.

De vordering is niet toewijsbaar.

de vorderingen a en e van [persoon 2]

Uit de beoordeling van de vorderingen van [persoon 1] en van vordering f van [persoon 2] volgt dat haar vorderingen a en e ongegrond zijn.

de proceskosten

[persoon 2] wordt in conventie voornamelijk in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [persoon 1] worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 149,71

- griffierecht € 350,00

- salaris gemachtigde € 288,00

- nakosten € 72,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld

in de beslissing)

_________ +

totaal € 859,71

[persoon 2] wordt in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [persoon 1] worden vastgesteld op:

- salaris gemachtigde € 144,00

Deze veroordeling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [persoon 1] dat niet heeft gevorderd.

5. de beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

veroordeelt [persoon 2] om aan [persoon 1] te betalen een bedrag van € 742,12 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 701,00 vanaf 19 december 2025 tot de dag van betaling;

veroordeelt [persoon 2] in de proceskosten, waarbij die kosten van [persoon 1] worden vastgesteld op € 859,71, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon 2] niet tijdig aan deze veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd;

in reconventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt [persoon 2] in de proceskosten, die aan de zijde van [persoon 1] worden vastgesteld op € 144,00 wegens salaris van de gemachtigde van [persoon 1] .

Dit vonnis is gewezen door mr. Kool, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Kool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand