ECLI:NL:RBZWB:2026:7674

ECLI:NL:RBZWB:2026:7674

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer C/02/439873 / HA ZA 25-516 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vonnis op tegenspraak. Bestuurdersaansprakelijkheid. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/439873 / HA ZA 25-516

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

MR. [curator] in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [eiser 1] B.V. en [eiser 2] B.V.,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. E. van der Kolk,

tegen

1. [gedaagde 1] B.V.,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,

niet verschenen,2. [gedaagde 2] B.V.,

te [plaats 3] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

niet verschenen,3. [gedaagde 3] B.V.,

te [plaats 4] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde 3] ,

niet verschenen,4. [gedaagde 4] B.V.,

te [plaats 4] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde 4] ,

niet verschenen,5. [gedaagde 5],

te [plaats 3] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde 5] ,

advocaat: mr. J.C.M. van der Biezen, die zich op 13 mei 2026 heeft onttrokken.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het tussenvonnis van 28 januari 2026 en de daarin genoemde stukken;

– de akte vermeerdering van eis van de curator met producties 21 en 22,

– de door de curator overgelegde aanvullende producties 45 tot en met 49 en het proces-verbaal van de verificatievergadering inzake [eiser 1] B.V. d.d. 29 mei 2026,

– de beschikking van de rechtbank van 8 april 2026 waarin het door [gedaagde 5] verschuldigde griffierecht is vastgesteld op € 90,00,

– de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Tegen [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] (hierna ook: de vennootschappen) is verstek verleend.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 juni 2025 is [eiser 1] B.V. (hierna: [eiser 1] ) in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. [curator] tot curator.

[gedaagde 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [eiser 1] . [gedaagde 5] is enig bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde 1] .

Bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 15 juli 2025 is [eiser 2] (hierna: [eiser 2] ) in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. [curator] tot curator.

[eiser 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [eiser 2] .

[eiser 1] heeft de jaarrekening over 2021 gedeponeerd op 30 oktober 2023. De jaarrekening over 2022 is niet gedeponeerd. [eiser 2] heeft nimmer een jaarrekening gedeponeerd.

De curator heeft [gedaagde 5] in beide faillissementen diverse keren aangeschreven om de benodigde administratie aan hem te verstrekken. [gedaagde 5] heeft niet voldaan aan deze verzoeken.

Bij brief van 24 juli 2025 heeft de curator [gedaagde 5] in beide faillissementen gesommeerd om inkomende gelden die zijn doorbetaald aan (gelieerde) vennootschappen (de vennootschappen), waarvan geen deugdelijke rechtsgrond is gebleken, terug te betalen aan de boedelrekening.

Bij e-mail van 25 augustus 2025 heeft de financieel economische recherche van de politie Zeeland-West-Brabant zijn analyse met de curator gedeeld en concrete (totaal)bedragen doorgegeven die vanuit de bankrekeningen van [eiser 1] en [eiser 2] aan de vennootschappen zijn overgemaakt.

De curator heeft toegelicht dat het boedeltekort in de faillissementen de gevorderde voorschotten ruimschoots overstijgt.

3. Het geschil

De curator heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid en de akte eiswijziging. De inhoud van deze stukken moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. De akte eiswijziging betreft alleen de vordering tegen [gedaagde 5] .

Onder de vorderingen onder 1 tot en met 4 heeft de curator in plaats van “ [eiser 2] ” geschreven “ [bedrijfsnaam] B.V.”. De rechtbank ziet dit als een kennelijke verschrijving. De naam [bedrijfsnaam] B.V. komt ook niet voor in het lichaam van de dagvaarding. De vorderingen gaan over [eiser 2]

De curator stelt dat [gedaagde 5] , als indirect bestuurder, in beide faillissementen de administratie niet heeft verstrekt en daarmee niet heeft voldaan aan de boekhoudplicht uit artikel 2:10 BW. Daarnaast zijn de jaarrekeningen niet (tijdig) gedeponeerd. De in artikel 2:394 BW neergelegde publicatieplicht van de jaarrekening is dus eveneens niet nageleefd.

Daarmee staat op grond van artikel 2:248 lid 2 BW vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. [gedaagde 5] is aansprakelijk voor het boedeltekort.

Ten aanzien van de (niet verschenen) vennootschappen voert de curator aan dat er vanuit gefailleerden diverse betalingen aan de vennootschappen zijn gedaan zonder rechtsgrond.

[gedaagde 5] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Opmerking vooraf

Op 4 mei 2026 heeft mr. Van der Biezen de rechtbank bericht dat hij zich onttrekt als advocaat van [gedaagde 5] in deze procedure. De rechtbank heeft vervolgens aan [gedaagde 5] twee weken de gelegenheid gegeven om een nieuwe advocaat te zoeken. De rechtbank heeft daarop geen bericht van [gedaagde 5] ontvangen. Er heeft zich ook geen nieuwe advocaat gesteld. [gedaagde 5] is niet verschenen op de zitting.

De vorderingen tegen [gedaagde 5] ; bestuurdersaansprakelijkheid

De curator heeft [gedaagde 5] als indirect bestuurder van [eiser 1] en [eiser 2] op grond van artikel 2:248 lid 2 BW aansprakelijk gesteld wegens schending van de boekhoudplicht (artikel 2:10 BW) en schending van de publicatieplicht (artikel 2:394 BW). De schending van de boekhoudplicht is gebaseerd op het feit dat de curator geen administratie heeft aangetroffen en [gedaagde 5] niet heeft voldaan aan zijn verzoeken om alsnog een administratie over te leggen. [gedaagde 5] heeft niet weersproken dat hij geen deugdelijke administratie heeft gevoerd. Daarnaast staat ook vast dat de jaarrekeningen niet (tijdig) zijn gedeponeerd.

Nu vast is komen te staan dat niet is voldaan aan de boekhoudplicht en publicatieplicht, staat eveneens vast dat sprake is van onbehoorlijk bestuur en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van de faillissementen. Dit vermoeden kan worden weerlegd. Een redelijke uitleg van artikel 2:248 lid 2 BW brengt mee dat voor het ontzenuwen van het daarin neergelegde vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van de faillissementen, volstaat dat de aangesproken bestuurder aannemelijk maakt dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van de faillissementen zijn geweest.

De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde 5] dit vermoeden niet heeft weerlegd. Hij heeft slechts aangevoerd dat de oorzaak van beide faillissementen is gelegen in de beslagleggingen die zijn gedaan door het OM. Voor zover daardoor inderdaad de faillissementen zijn veroorzaakt, is dit een omstandigheid die te wijten is aan het handelen van [gedaagde 5] . Dat betekent dat de vorderingen van de curator zullen worden toegewezen.

[gedaagde 5] heeft nog een (ongemotiveerd) verzoek tot matiging gedaan. De rechtbank ziet geen grond voor matiging.

De vorderingen tegen gedaagden 1 tot en met 4

[gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] zijn niet verschenen in deze procedure. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat aan de vennootschappen verstek is verleend.

De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De curator heeft in zijn akte eiswijziging aangeboden om de executieopbrengst te storten op zijn derdengeldenrekening totdat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. De curator komt daarmee tegemoet aan het verweer van [gedaagde 5] dat sprake is van een restitutierisico. De rechtbank gaat ervan uit dat de curator dit aanbod gestand doet.

De proceskosten

Gedaagden 1 t/m 5 zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

129,06

- griffierecht

2.723,00

- salaris advocaat

9.262,00

(2 punten × € 4.631,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

12.303,06

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de curator.

5. De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat [gedaagde 5] zijn taak als bestuurder van zowel [eiser 1] B.V. als [eiser 2] onbehoorlijk heeft vervuld,

verklaart voor recht dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van de faillissementen van [eiser 1] B.V. en [eiser 2] ,

veroordeelt [gedaagde 5] tot betaling van een schadevergoeding aan de curator in de faillissementen van [eiser 1] B.V. en [eiser 2] terzake de schade als gevolg van het onbehoorlijk bestuur van [gedaagde 5] , nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

veroordeelt [gedaagde 5] tot betaling van het volledige faillissementstekort van [eiser 1] B.V. en [eiser 2] , voor zover dit tekort niet door vereffening van de overige baten kan worden voldaan,

veroordeelt [gedaagde 5] om aan de curator van [eiser 2] een voorschot van € 25.000,00 op het boedeltekort te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 5] om aan de curator van [eiser 1] B.V. een voorschot van € 500.000,00 op het boedeltekort te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 1] B.V. om aan de curator van [eiser 1] B.V. een bedrag van € 1.467.610,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 1] B.V. om aan de curator van [eiser 2] een bedrag van € 162.943,97 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 2] B.V. om aan de curator van [eiser 1] B.V. een bedrag van € 411.960,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 2] B.V. om aan de curator van [eiser 2] een bedrag van € 24.150,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 3] B.V. om aan de curator van [eiser 1] B.V. een bedrag van € 126.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 3] B.V. om aan de curator van [eiser 2] een bedrag van € 50.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 4] B.V. om aan de curator van [eiser 1] B.V. een bedrag van € 170.950,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,

veroordeelt [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V., [gedaagde 3] B.V., [gedaagde 4] B.V. en [gedaagde 5] , hoofdelijk in de proceskosten van € 12.303,06, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.3 tot en met 5.14. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2026-0198 OR-Updates.nl 2026-0147
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand