RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civielrecht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
zaak/rolnr.: 11941891 CV EXPL 25-3809
vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
voorheen
[naam] h.o.d.n. [handelsnaam] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: CollactiveBMK Incasso B.V.,
t e g e n :
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
verschenen bij [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] .
1. het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 16 oktober 2025,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
2. de feiten
Volgens advertentieopdracht, namens partijen ondertekend op 5 september 2023, gaf [gedaagde] aan [eiser] opdracht voor het plaatsen van een advertentie op een Fiat Scudo voor het [project] . De schriftelijke opdracht is overgelegd door [eiser] . De opdracht houdt in dat het advertentiebedrag € 1.200,00 beloopt en de handlingkosten € 245,00, het totaal van € 1.445,00 exclusief btw te betalen op twee facturen. [gedaagde] heeft de tweede factuur betaald. De eerste factuur dateert van 14 december 2023 en bedraagt € 1.022,45 inclusief btw. Op deze factuur zijn 50% van het advertentiebedrag en de volledige handlingkosten in rekening gebracht. Ondanks sommaties heeft [gedaagde] de factuur van 14 december 2023 onbetaald gelaten.
3. de vordering en de standpunten van partijen
[eiser] vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.384,89, vermeerderd met de contractuele rente, althans de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 1.022,45 vanaf 18 september 2025. Het bedrag van € 1.384,89 bestaat naast de hoofdsom uit € 209,07 aan rente daarover tot en met 16 oktober 2025 en € 153,37 als vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Ook maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald.
[eiser] baseert haar vordering tot betaling van de hoofdsom op de overeenkomst van opdracht.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Zij voert het verweer dat hierna aan de orde komt.
4. de beoordeling van de zaak
[gedaagde] stelt dat haar werd voorgespiegeld dat bijdragen van circa € 600,00 welkom waren, terwijl het later bleek te gaan om € 1.200,00. [gedaagde] was bereid tot een eenmalige bijdrage, maar het contract vermeldt een duur van vijf jaar. Dit verweer is niet gegrond. Volgens de schriftelijke opdracht bedroeg het advertentiebedrag € 1.200,00 exclusief btw. Het contract vermeldt inderdaad een duur van vijf jaar, maar dat betekent niet dat jaarlijks het advertentiebedrag moet worden betaald.
[gedaagde] voert aan dat [eiser] eenmalige handlingkosten vordert, die later aan het contract zijn toegevoegd. Ook dit verweer is ongegrond. Het totaalbedrag exclusief btw in de schriftelijke opdracht bestaat uit het advertentiebedrag en de handlingkosten. [gedaagde] stelt niet dat het totaalbedrag later is toegevoegd of gewijzigd, zodat moet worden uitgegaan van het totaalbedrag van € 1.445,00 exclusief btw. [gedaagde] motiveert onvoldoende dat [eiser] na ondertekening van de schriftelijke opdracht daaraan de handlingkosten heeft toegevoegd.
Volgens [gedaagde] is, ondanks de gemaakte afspraken, aan haar geen proeve van de reclame-uiting ter goedkeuring aangeboden. Als gevolg daarvan is de verkeerde bedrijfsnaam van [gedaagde] afgebeeld, namelijk [bedrijfsnaam 1] in plaats van [bedrijfsnaam 2] . [eiser] heeft dit verweer weerlegd bij conclusie van repliek en de daarbij gevoegde
e-mailcorrespondentie. Daaruit blijkt dat [eiser] op 14 september 2025 had gevraagd om een logo toe te sturen. Op 9 oktober 2025 herinnerde [eiser] [gedaagde] aan dit onbeantwoord gebleven verzoek. Uiteindelijk heeft [eiser] op 28 november 2025 een door haarzelf opgestelde proefdruk toegestuurd met de vermelding dat de advertentie zou worden aangebracht volgens de proefdruk als [gedaagde] niet zou reageren. Die reactie bleef uit. [gedaagde] gaat bij dupliek niet in op deze weerlegging. Daarom gaat het verweer dat de verkeerde bedrijfsnaam is vermeld niet op.
Voor het eerst bij dupliek stelt [gedaagde] dat haar logo “verdrinkt” in het overdreven aantal afgebeelde logo’s op een klein oppervlak. In totaal 32 bedrijven hebben zich laten inpalmen om deel te nemen aan een zogenaamde liefdadigheidsactie, terwijl gesproken kan worden van woekerpraktijken. Toppunt van hebberigheid is dat bij de incasso van de vordering gedreigd werd met het aanvragen van een faillissement. Dit verweer wordt niet gevolgd. Het is te laat opgeworpen. Volgens de schriftelijke opdrachtbevestiging was het formaat van de advertentie 45 x 10 cm. [gedaagde] stelt niet dat de advertentie kleiner was dan afgesproken.
De vordering tot betaling van de hoofdsom toewijsbaar. Daarover is geen contractuele rente verschuldigd, maar de wettelijke handelsrente vanaf 29 december 2023.
De vordering wegens buitengerechtelijke incassokosten is voldoende onderbouwd en onvoldoende betwist. Deze vordering is daarom toewijsbaar.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden vastgesteld op:
- dagvaarding € 122,35
- griffierecht € 340,00
- salaris gemachtigde € 434,00
- nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld
in de beslissing)
_________ +
totaal € 1.004,85
Anders dan gevorderd, is over dit bedrag niet de wettelijke handelsrente, maar de wettelijke rente toewijsbaar. De door [gedaagde] aan [eiser] te betalen proceskosten vormen niet de tegenprestatie voor door [eiser] te leveren zaken of diensten op grond van een handelsovereenkomst.
5. de beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.175,82 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 1.022,45 vanaf 29 december 2023 tot de dag van betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, waarbij de proceskosten van [eiser] zijn vastgesteld op € 1.004,85, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan deze veroordeling in de proceskosten voldoet en het vonnis daarna wordt betekend en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van betaling;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.