RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
vonnis van 1 juli 2026
[eiser] ,
2. [gedaagde 1] ,
3. [gedaagde 2] ,
Civielrecht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
zaak/rolnr.: 12122060 CV EXPL 26-1030
in de zaak van
te [plaats 1] ,
handelende onder de naam
[handelsnaam] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
aanvankelijk gemachtigde: mr.drs. J.J.F.M. Konings, nu procederend in persoon,
t e g e n :
1.de vennootschap onder firma
[de VOF] ,
te [plaats 2] ,
en haar vennoten
te [plaats 2] ,
en
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna samen in enkelvoud te noemen: [de VOF] ,
verschenen bij [gedaagde 1] .
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 29 januari 2026,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
de beoordeling van de zaak
de feiten
1. [eiser] drijft een eenmanszaak die fitnessapparatuur repareert en onderhoudt. In opdracht van [de VOF] heeft zij werkzaamheden uitgevoerd aan toestellen in het fitnesscentrum van [de VOF] . Op 8 september 2025 bracht zij voor die werkzaamheden aan [de VOF] € 950,00 exclusief btw in rekening, dat is € 1.149,50 inclusief btw. In deze factuur zijn de uitgevoerde werkzaamheden beschreven als “onderhoud toestellen”. Ondanks sommaties liet [de VOF] de factuur onbetaald.
de vordering en het verweer
[eiser] vordert de hoofdelijke veroordeling van [de VOF] tot betaling van € 1.375,31 vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 29 januari 2026 en vermeerderd met de proceskosten met wettelijke handelsrente. Het bedrag van € 1.375,31 bestaat uit het onbetaalde factuurbedrag van € 1.149,50 als hoofdsom, € 53,38 aan wettelijke handelsrente daarover tot 29 januari 2026 en € 172,43 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Als grond voor de vordering tot betaling van de hoofdsom voert [eiser] aan dat tussen partijen een bedrag van € 950,00 is afgesproken voor de overeengekomen werkzaamheden. Indien de hoogte van het loon niet door partijen is bepaald, is het op gebruikelijke wijze berekende loon of een redelijk loon verschuldigd.
Volgens [de VOF] is de vordering niet toewijsbaar. Als opdrachtnemer is [eiser] verplicht tot rekening en verantwoording. Ook bij een vaste prijs moet inzicht worden gegeven in de uitgevoerde werkzaamheden, zoals [de VOF] heeft gevraagd. Zonder specificatie van de werkzaamheden kan zij de juistheid en de redelijkheid van de factuur niet controleren. Daarom heeft [de VOF] de betaling van de factuur opgeschort.
Hierna komen voor zover nodig de standpunten van partijen verder aan de orde.
het oordeel van de kantonrechter
Voor de uitvoering van de werkzaamheden hebben partijen per WhatsApp de volgende berichten gewisseld:
- [eiser] : “Onderhoud aan 2 ski erg
6 roeiers
1 set tandwiel en ketting roeier vernieuwen
1 console ski erg verdienen de kantonrechter leest: vernieuwen).
De reparaties aan de assault bikes (geen onderhoud) je kan hier niet echt onderhoud aan doen, behalve controleren of alles gewoon goed vast zit. Dit zal ik ook doen. En dan even vanuit gaande dat u zelf de juiste onderdelen besteld heeft dan kom ik uit op
950 euro ex btw.
De roeiers worden dan uit elkaar gehaald schoon gemaakt en ingevet. Zelfde geld voor de ski ergs. (…)
Ik wil best even naar de ATx sled kijken maar ik heb hier geen ervaring mee.
Voorrijkosten komt er nog bij van 80 euro. (…).”
- [de VOF] : “Plan maar gewoon een afspraak in”. Even later schrijft zij dat het dus ongeveer € 1.000,00 is als zij het bovenste vlug leest.
- [eiser] : “Ik reken 50 euro per roeier en per ski erg. De rest is materiaal”.
- [de VOF] : “Helemaal prima hoor”.
[eiser] raamde dus haar loon op € 950,00 exclusief btw, ervan uitgaande dat [de VOF] juiste onderdelen had besteld. Daarbij kwamen nog de voorrijkosten van € 80,00, kennelijk ook exclusief btw. De factuur bedraagt in totaal € 950,00 exclusief btw, dat is dus minder dan de raming inclusief de voorrijkosten. Daaruit volgt dat partijen geen vast loon (inclusief de voorrijkosten) hebben afgesproken.
Het standpunt van [eiser] dat tussen partijen een vast loon is overeengekomen, is dus onjuist. Dit betekent dat aan de orde komt of het gevorderde loon het op de gebruikelijke wijze berekende loon is, althans een redelijk loon.
Partijen stellen niets over het gebruikelijke loon voor werkzaamheden zoals door [eiser] in opdracht van [de VOF] verricht. Zo voeren zij niet aan wat beroepsgenoten van [eiser] in het algemeen in rekening brengen voor de uitgevoerde werkzaamheden. Het komt er dan ook op aan of het in rekening gebrachte bedrag als een redelijk loon voor de uitgevoerde werkzaamheden kan worden gezien.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het loon redelijk. Hij neemt hierbij het volgende in aanmerking.
Aan de bepaling van de hoogte van een redelijk loon kan geen nauwkeurige berekening ten grondslag worden gelegd. In haar eerste aangehaalde bericht geeft [eiser] een vrij gedetailleerde omschrijving van de uit te voeren werkzaamheden met een raming van het loon op € 950,00 exclusief btw, te vermeerderen met de voorrijkosten. [de VOF] ging daarmee akkoord door na een paar minuten aan [eiser] te vragen een afspraak in te plannen. Even later schreef [de VOF] dat het dus ongeveer € 1.000,00 was, dus een kleine afronding naar beneden van € 1.030,00 exclusief btw. Kort daarna gaf [eiser] nog een korte toelichting, waarop [de VOF] schreef het prima te vinden. [de VOF] ging dus akkoord met de opdracht op basis van de gegeven raming zonder te vragen naar een verdere specificatie, detaillering of uitsplitsing van de kosten die [eiser] zou rekenen.
Het hangt af van de omstandigheden van het geval in hoeverre het redelijkerwijs van [eiser] als opdrachtnemer kan worden verlangd om haar tijdsbesteding en werkzaamheden bij te houden en achteraf op te geven.
De overeengekomen werkzaamheden zijn van beperkte omvang, evenals het geraamde bedrag van het loon en het daarvoor gefactureerde bedrag.
[de VOF] heeft na omschrijving van de uit te voeren werkzaamheden en de raming van de kosten vlot opdracht gegeven zonder te vragen naar verdere specificatie van die werkzaamheden en naar de opbouw van het geraamde bedrag. De uiteindelijke factuur bedraagt iets minder dan de raming. [eiser] noemde in haar raming het aantal roeiers en ski ergs en het bedrag van € 50 per roeier en per ski erg. Bij de assault bikes zou [eiser] controleren of alles goed vast zit. Ook zou zij even naar de ATx sled kijken. De rest was volgens haar materiaal. Verder blijkt uit het onder 3.1 aangehaalde bericht dat [de VOF] zelf een aantal onderdelen had besteld die [eiser] zou gebruiken bij haar werkzaamheden.
[de VOF] stelt niet dat [eiser] werkzaamheden aan minder roeiers en ski ergs heeft uitgevoerd dan overeengekomen, dat [eiser] minder assault bikes heeft gecontroleerd dan verwacht of dat zij de ATx sled niet heeft bekeken. Daarom is de slotsom dat het materiaal iets minder heeft gekost dan geraamd.
[eiser] heeft bij conclusie van de repliek app-berichten overgelegd van de monteur die de werkzaamheden heeft uitgevoerd. Deze berichten houden in dat van de roeiers wat meer onderdelen zijn vervangen dan gepland, maar dat dit allemaal valt binnen het afgesproken bedrag. Ook heeft de monteur de ketting van twee ATx sleds er terug opgelegd. Dit bevestigt dat uiteindelijk het materiaal iets minder heeft gekost dan geraamd.
[de VOF] heeft na ontvangst van de factuur om een nadere specificatie gevraagd. Voorstelbaar is dat [eiser] een uitgebreidere specificatie zou hebben verstrekt. Toch brengt het ontbreken daarvan niet mee dat het in rekening gebrachte bedrag van € 950,00 exclusief btw niet als redelijk loon kan worden aangemerkt. Daarbij weegt mee wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst aan elkaar hebben geschreven.
Volgens [de VOF] mocht zij de betaling van de factuur mocht opschorten omdat [eiser] niet heeft gereageerd op haar verzoek om een nadere specificatie van de werkzaamheden en de vervangen onderdelen. [de VOF] verwijst in haar antwoord naar een gebrek aan een display van een roeier dat werd geconstateerd en aan [eiser] gemeld in oktober 2025. Door het ontbreken van een onderdelenoverzicht kan [de VOF] niet vaststellen welk onderdeel is vervangen en of garantie geldt. Bij dupliek stelt zij dat ten onrechte ontbreken een overzicht van gewerkte uren, een concrete uitsplitsing van werkzaamheden per toestel, een specificatie van gebruikte en/of vervangen onderdelen, bewijsstukken van daadwerkelijk geleverde materialen en een opgave welke werkzaamheden zijn uitgevoerd.
Het beroep op opschorting slaagt niet. Onder de omstandigheden als weergegeven onder 3.6 tot en met 3.11 kan van [eiser] redelijkerwijs niet worden verlangd om haar tijdsbesteding en werkzaamheden bij te houden en achteraf op te geven in de mate van detaillering die [de VOF] nu van haar verlangt. Uit die omstandigheden volgt ook dat [de VOF] niet een dergelijke gedetailleerde specificatie mocht verwachten op grond van de overeenkomst van opdracht.
De vordering tot betaling van de hoofdsom is toewijsbaar.
De vorderingen wegens rente en incassokosten zijn voldoende onderbouwd. Het verweer daartegen is dat de vordering tot betaling van de hoofdsom niet opeisbaar is. Dat verweer slaagt niet zodat de rente en de incassokosten worden toegewezen, zoals verwoord in de beslissing. Over de incassokosten is wel de wettelijke rente, maar niet de wettelijke handelsrente toewijsbaar. Ook is over de wettelijke handelsrente tot aan de dag van dagvaarding niet al vanaf die dag die rente toewijsbaar.
[de VOF] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden vastgesteld op:
- dagvaarding € 131,67
- griffierecht € 233,00
- salaris gemachtigde € 217,00
- nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld
in de beslissing)
_________ +
totaal € 690,17
Over het bedrag van de proceskosten is [de VOF] niet de wettelijke handelsrente, maar wel de wettelijke rente verschuldigd als zij het niet op tijd betaalt.
de beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [de VOF] hoofdelijk - dat wil zeggen: ieder voor het gehele bedrag, waarbij als de een betaalt ook de ander daardoor zal zijn bevrijd - om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.375,31 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 1.149,50 vanaf 29 januari 2026 tot de dag van betaling en vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 172,43 vanaf 29 januari 2026 tot de dag van betaling;
veroordeelt [de VOF] hoofdelijk - dat wil zeggen: ieder voor het gehele bedrag, waarbij als de een betaalt ook de ander daardoor zal zijn bevrijd - in de proceskosten, waarbij die kosten van [eiser] worden vastgesteld op € 690,17, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de VOF] niet tijdig aan deze veroordeling in de proceskosten voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, met de bepaling dat [de VOF] over het bedrag van deze proceskosten de wettelijke rente verschuldigd zal zijn vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.