RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12108145 \ CV EXPL 26-1087
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
STICHTING TIWOS, TILBURGSE WOONSTICHTING,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: TIWOS,
gemachtigde: mr. T. Stoutjesdijk,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. T.M. ten Velde.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 februari 2026,- de conclusie van antwoord, ontvangen op 21 april 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
- [gedaagde] huurt van (inmiddels) TIWOS met ingang van 1 januari 1993 een huurwoning met een voortuin en twee achtertuinen aan de [adres] te [plaats 1] .
- De woning betreft een rijtjeshuis, grenzend aan één andere woning (links) en een brandgang (rechts). Een van de achtertuinen grenst aan de woning en de andere achtertuin is een extra tuin aan de andere kant van de brandgang en grenst niet aan de woning.
- Bij brief van 23 september 2025 heeft TIWOS [gedaagde] verzocht in contact te treden om een oplossing te zoeken voor de volgens TIWOS erg verwilderde achtertuin. Voorts is hierin vermeld dat indien [gedaagde] zelf niet in staat is om dit op te lossen TIWOS een offerte kan laten maken om al het groen dat schade kan veroorzaken te laten verwijderen.
- Nadien is meerdere malen contact geweest tussen (een of meerdere medewerkers van) TIWOS en (een of meer gemachtigden van) [gedaagde] over het onderhoud van de achtertuinen. TIWOS heeft meermaals verzocht (onder meer bij brief van 29 december 2025 en mailbericht van 8 januari 2026) aan (gemachtigde(n) van) [gedaagde] om een plan van aanpak voor het tuinonderhoud te overleggen en aangeboden offertes op te maken om dit voor [gedaagde] en op haar kosten te laten doen.
- Namens [gedaagde] is per mail van 15 januari 2026 aan TIWOS bericht dat alle begroeiing die tot schade kan leiden zal worden teruggesnoeid tot een lengte die geen schade meer kan toebrengen aan de eigendommen van TIWOS en dat bekend is welke planten teruggesnoeid moeten worden.
- Op 29 januari 2026 en 5 februari 2026 heeft TIWOS bij [gedaagde] een controle van de tuinen willen verrichten. Namens [gedaagde] is meegedeeld dat zij hiertoe niet in staat is.
3. Het geschil
TIWOS vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen het tuinonderhoud in de tuinen behorend bij [adres] te [plaats 1] te (doen laten) voltooien, door alle beplantingen in voormelde tuinen die schade (kunnen) toebrengen aan eigendommen van TIWOS en/of andere onroerende zaken binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te (laten) verwijderen, althans terug te (laten) snoeien tot een niveau waarin deze geen schade meer (kunnen) toebrengen aan de voormelde objecten en door deze beplantingen te verwijderen uit de brandgang grenzend aan voormelde woning c.q. achtertuinen. Voorts verzoekt zij TIWOS te machtigen om het tuinonderhoud zoals hiervoor vermeld voor rekening en op kosten van [gedaagde] te laten uitvoeren indien [gedaagde] daar zelf niet tijdig toe is overgegaan. Indien TIWOS door de (aanwezigheid van) [gedaagde] het tuinonderhoud niet kan laten uitvoeren vordert TIWOS [gedaagde] te veroordelen om de woning tijdelijk te verlaten voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden voor zover dat noodzakelijk is. Tot slot vordert TIWOS [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten inclusief nakosten.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat de vordering onvoldoende specifiek en bepaalbaar is. Onduidelijk is welke beplanting TIWOS wil snoeien en/of verwijderen. Bovendien heeft [gedaagde] het recht de tuin naar eigen inzicht in te richten. Voorts stelt [gedaagde] dat zij al noodzakelijk onderhoud heeft verricht of nog zal verrichten. [gedaagde] betwist dat sprake is van acute schade of ernstige aanhoudende overlast. Tot slot stelt [gedaagde] dat zij niet zal overgaan tot werkzaamheden die beschermde diersoorten zoals onder meer egels en mussen in gevaar kunnen brengen nu dit onder meer strijd oplevert met de omgevingswet. Zo is er een mussenpopulatie in de bomen gevestigd die als beschermd moet worden aangemerkt. Wel is [gedaagde] bereid om de takken en begroeiing in de dakgoot, het dak en eventuele klimop aan de gevels van derden te verwijderen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Er zijn meerdere foto’s van de situatie ter plaatse overgelegd, waaruit blijkt dat er veel begroeiing in beide achtertuinen van [gedaagde] is die ook over de schutting(en) en in de brandgang reikt en – onweersproken – in het huis van de buurvrouw van [gedaagde] . In die zin lijkt onderhoud en snoeiwerk noodzakelijk. Anderzijds is namens [gedaagde] onder meer gesteld dat er zich een mussenpopulatie in de bomen heeft gevestigd die als beschermd moet worden aangemerkt waardoor die bomen niet gesnoeid zouden mogen worden en dat zij voornemens is snoeiwerkzaamheden te gaan verrichten. Bij de huidige stand van het geding kan de kantonrechter niet vaststellen of sprake is van noodzakelijk tuinonderhoud en waaruit dit onderhoud zou moeten bestaan en of dit wel of niet is toegestaan in verband met een zich aldaar mogelijk gevestigde mussenpopulatie. De kantonrechter acht het daarom noodzakelijk om in aanwezigheid van een deskundige de situatie ter plaatse te bekijken waarbij de deskundige kan adviseren over de noodzakelijke uit te voeren tuinwerkzaamheden. Partijen dienen dan bij deze beoordeling ter plaatse met hun gemachtigden aanwezig te zijn om inlichtingen te kunnen geven, om stellingen nader te onderbouwen en te onderzoeken of zij het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Op dat moment zal dan ook worden beoordeeld of het advies van de deskundige (nog) in een rapport moet worden opgenomen waarop partijen nog kunnen reageren of dat volstaan kan worden met het mondelinge advies. Op deze wijze kan de kantonrechter, tegen voor partijen zo laag mogelijke kosten, tot een oordeel komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de kantonrechter tijdens of na die mondelinge behandeling ter plaatse direct mondeling uitspraak kan doen.
De kantonrechter is daarom voornemens een descente in te plannen en een deskundige te benoemen voor de (technische) beoordeling ter plaatse.
Voordat de kantonrechter deze deskundige benoemt, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:
de persoon van de deskundige
de aan de deskundige voor te leggen vragen
de hoogte van het voorschot van de deskundigenkosten.
De kantonrechter merkt hierbij op dat in de kostenraming het opstellen van een rapport is opgenomen, terwijl dat later mogelijk niet nodig blijkt
De kantonrechter stelt in dat kader voor de volgende deskundige in te schakelen: de heer [deskundige] , deskundige bij [consultant] te [plaats 2] . Deze deskundige heeft een kostenraming gemaakt van € 1.436,88 inclusief BTW met een uurtarief van € 125,00 exclusief BTW. Een kopie van deze kostenraming is aan dit vonnis gehecht.
De kantonrechter stelt voor dat de volgende vragen moeten worden gesteld:
Is sprake van begroeiing in een of beide achtertuinen van de [adres] te [plaats 1] die schade (kan) toebrengen aan eigendommen van TIWOS en/of andere onroerende zaken?
Zo ja, welke planten, struiken en of bomen zijn dit?
Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend is, tot hoe ver dienen deze planten, struiken en/of bomen te worden teruggesnoeid zodat zij geen schade meer kunnen aanbrengen?
Zijn er factoren die het snoeiwerk verhinderen zoals bijvoorbeeld beschermde mussenpopulaties of andere dieren? In hoeverre zijn deze belemmerend?
Indien er gesnoeid moet worden, op welke wijze en in welke periode moet wat gesnoeid worden?
Welke andere opmerkingen kunnen er in dit verband nog worden gemaakt?
De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot van € 1.436,88 moet daarom door TIWOS als eiseres worden betaald.
In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich over de voorgestelde deskundige, de te stellen vragen en de hoogte van het voorschot bij akte kunnen uitlaten, alsook hun verhinderdata kunnen opgeven. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kantonrechter
beveelt een plaatsopneming en bezichtiging en verschijning van partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door mr. S.W.M. Speekenbrink, in de tuin van [gedaagde] , [adres] te [plaats 1] , op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,
bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Stichting TIWOS, Tilburgse Woonstichting dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,
beveelt dat een onderzoek door een deskundige zal worden ingesteld en formuleert voorlopig de volgende vragen:
Is sprake van begroeiing in een of beide achtertuinen van de [adres] te [plaats 1] die schade (kan) toebrengen aan eigendommen van TIWOS en/of andere onroerende zaken?
Zo ja, welke planten, struiken en of bomen zijn dit?
Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend is, tot hoe ver dienen deze planten, struiken en/of bomen te worden teruggesnoeid zodat zij geen schade meer kunnen aanbrengen?
Zijn er factoren die het snoeiwerk verhinderen zoals bijvoorbeeld beschermde mussenpopulaties of andere dieren? In hoeverre zijn deze belemmerend?
Indien er gesnoeid moet worden, op welke wijze en in welke periode moet wat gesnoeid worden?
Welke andere opmerkingen kunnen er in dit verband nog worden gemaakt?
stelt voor om tot deskundige te benoemen:
de heer [deskundige] , deskundige bij [consultant] te [plaats 2] ,
stelt de hoogte van het voorschot voorlopig vast op € 1.436,88 (inclusief BTW) en bepaalt dat TIWOS het voorschot op de kosten van het onderzoek en het honorarium van de deskundige voor haar rekening dient te nemen,
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 2 september 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over de voorgestelde persoon van de deskundige, de aan deze voor te leggen vragen en de omvang van het te storten voorschot,
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
bepaalt dat partijen vóór de genoemde roldatum ook verhinderdata opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden oktober 2026 tot en met januari 2027, waarna dag en uur van de plaatsopneming en bezichtiging zullen worden bepaald,
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de plaatsopneming en bezichtiging dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
wijst partijen erop dat voor de plaatsopneming en bezichtiging 120 minuten zal worden uitgetrokken,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.