ECLI:NL:RBZWB:2026:7799

ECLI:NL:RBZWB:2026:7799

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/02/446611 FA RK 26/1646 (bodemprocedure)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Afwijzing verzoek vaststelling omgangsregeling nu mj duidelijk aangeeft geen contact te willen en ook geen hulpverlening. Inforegeling op hoofdlijnen en zonder foto.

Uitspraak

2. De feiten

Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- partijen hebben een relatie met elkaar gehad en met elkaar samengewoond. De samenwoning is eind 2022 beëindigd.

- uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011.

- Genoemd kind is door de man erkend.

- De vrouw is belast met het ouderlijk gezag over die minderjarige;

- Uit een eerdere relatie heeft de vrouw een inmiddels meerderjarige dochter, [meerderjarige dochter] .

Sinds het einde van de samenwoning tussen partijen is er geen sprake meer geweest van contact tussen de man en [minderjarige] .

3. De verzoeken

C/02/446610 FA RK 26/1645

De man verzoekt, samengevat:

Partijen en [minderjarige] te verwijzen naar een (jeugd)hulptraject met als doel contactherstel tussen [minderjarige] en vader;

Het vaststellen van een maandelijkse informatieregeling;

Subsidiair:

- Het gelasten van een onderzoek door de Raad ter beantwoording van de vraag welk (jeugd)hulptraject ingezet moet worden om te komen tot contactherstel tussen [minderjarige] en zijn vader.

C/02/446611 FA RK 26/1646

De man verzoekt, samengevat:

Een omgangsregeling vast te stellen tussen [minderjarige] en de man inhoudende dat [minderjarige] om de week van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de man verblijft;

Een informatieregeling vast te stellen inhoudende dat de vrouw de man eenmaal per maand informeert omtrent aangelegenheden betreffende [minderjarige] waaronder doch niet enkel de gezondheid van [minderjarige] , de schoolresultaten, de dagelijkse bezigheden en interesses en tevens een recente foto (niet ouder dan één maand).

De vrouw heeft verweer gevoerd in beide procedures en verzocht de verzoeken van de man af te wijzen.

4. De beoordeling

De man wenst dat er hulpverlening in wordt gezet om contactherstel tot stand te brengen tussen hem en [minderjarige] . Volgens de man werkt de vrouw dit tegen. De man heeft op grond van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op omgang met [minderjarige] . De vrouw informeert de man ook niet meer over [minderjarige] . De man begrijpt dat het verleden lastig kan zijn geweest voor het gezin, nu hij beroepsmilitair is en meermaals op oefening/uitzending is geweest. Daardoor is hij minder beschikbaar voor het gezin geweest. De man wil echter vooruit kijken. De man heeft hulpverlening en mediation voorgesteld, maar de vrouw wil dit niet. Ter zitting heeft de man betwist dat er huiselijk geweld heeft plaatsgevonden en in zijn visie heeft hij enkel ergens op gereageerd en zich verdedigd. Er zijn wel incidenten geweest. Onderzocht moet worden hoe de man een plek in het leven van [minderjarige] kan krijgen. Een onderzoek door de Raad kan daarbij helpend zijn, omdat er ook sprake is van weerstand bij [minderjarige] . Verder wil de man graag informatie over [minderjarige] ontvangen en als dat te belastend is voor de vrouw om te verstrekken kan ze zich daarin laten bijstaan. Het belang van [minderjarige] verzet zich niet tegen het verzoek om informatieverstrekking.

De vrouw voert verweer en stelt dat er enorm veel is gebeurd binnen het gezin, waaronder controle en onderdrukking vanuit de man. Er is ook een aantal keer sprake geweest van huiselijk geweld. De man is volgens de vrouw erg autoritair. Ook stelde hij hoge eisen aan de vrouw, de kinderen en het huishouden. De vrouw en kinderen hebben continu op eieren gelopen. Er was geen ruimte voor tegenspraak. De man heeft de relatie verbroken in april 2022. De vrouw kon niet opgelucht zijn vanwege haar persoonlijke problematiek (depressie en PTSS), de kinderen waren echter blij dat de relatie over was. De vrouw heeft in eerste instantie contact gehouden met de man voor de kinderen, omdat er wellicht sprake zou zijn van contactherstel tussen hem en de kinderen in de toekomst. Voor het geval dat de man wil stellen dat de vrouw [minderjarige] bij hem heeft weggehouden is dat onjuist. De vrouw wil benadrukken dat de man geen enkel initiatief heeft genomen in het onderhouden van het contact met [minderjarige] . De man is zonder overleg in [woonplaats 1] gaan wonen, op een behoorlijke afstand van [woonplaats 2] . Voor de verjaardag van [minderjarige] is de man ook niet gekomen omdat hij dat teveel moeite vond. De man heeft in aanloop naar deze procedure pas weer contact gezocht. De vrouw heeft de man sinds de relatiebreuk tot begin 2024 op de hoogte gehouden van ontwikkelingen rondom [minderjarige] , daar is nooit een reactie vanuit de man op gekomen. Op het moment dat de vrouw aangaf de man niet meer te berichten over [minderjarige] , heeft hij plots aangegeven contact te willen. De vrouw heeft het idee dat hij hiermee enkel zijn rechten op wil eisen. Voor de vrouw en de kinderen is het niet zomaar mogelijk over het verleden heen te stappen. De appjes komen ook onecht en gemaakt over op de vrouw en kinderen. Sinds het vertrek van de man is [minderjarige] een andere jongen geworden. Hij had last van slaapproblemen en angst- en piekerklachten, separatieangst. [minderjarige] had ook angst dat zijn moeder of zus iets zou overkomen. Hij was ook bang ontvoerd te worden door de man. [minderjarige] heeft nu bijna geen problemen meer en is zelfverzekerder geworden. [minderjarige] heeft bij de vrouw aangegeven niet mee te werken aan een contactregeling. De man lijkt ook geen enkel oog te hebben voor de wensen van [minderjarige] . De vrouw meent dat contactherstel niet in het belang van [minderjarige] is, nu zijn ontwikkeling in het gedrang komt. Omgang is in strijd met de zwaarwegende belangen van [minderjarige] . Er is nu rust in het gezin en het gaat goed met [minderjarige] . Nu de procedure speelt is zijn problematiek weer toegenomen. [minderjarige] wil ook geen hulpverlening, nu hij de afgelopen jaren al genoeg hulpverlening heeft gehad. Bij de slaaptherapie is er bewust niet verder ingegaan op het onderwerp ‘vader’ omdat dit een negatief effect had op zijn behandelingen. De provisionele verzoeken moeten dan ook afgewezen worden. Voor wat betreft de informatieregeling is de vrouw beperkt belastbaar om het vol te kunnen houden. Daarnaast heeft [minderjarige] geen toestemming gegeven aan de vrouw om iets over hem te delen. En hij wil helemaal niet dat er foto’s worden gedeeld met de man.

[minderjarige] heeft in het gesprek bij de kinderrechter duidelijk aangegeven dat hij geen contact wenst met de man. Sinds de man uit zijn leven is gaat het goed met hem en is hij gelukkig. Hij heeft nooit een band gehad met de man. Hij noemt de man ‘ [naam] ’ en praat niet over ‘vader’. Hij heeft ook te kennen gegeven dat [naam] geen moeite meer moet doen; het gaat nu goed met hem en [minderjarige] wil niet dat dat verstoord wordt. Hij wil ook geen hulpverlening. Verder wil [minderjarige] niet dat er informatie over hem wordt verstrekt en geen foto. Als ze elkaar tegen zouden komen vindt [minderjarige] het fijn dat de man hem niet zal herkennen en dat [minderjarige] door kan lopen.

Gelet op de beleving van [minderjarige] , zijn duidelijke mening in combinatie met zijn leeftijd en dat er al geruime tijd geen sprake is van contact, is de rechtbank met de Raad van oordeel dat het herstellen van het contact of het vastleggen van een omgangsregeling averechts zal werken. [minderjarige] zit in de weerstand ten opzichte van vader en die weerstand neemt enkel toe als er omgang opgelegd wordt. In een raadsonderzoek ziet de rechtbank, net als de Raad, geen meerwaarde. [minderjarige] heeft al hulpverlening gehad en aan diverse thema’s gewerkt. Daarbij heeft hij ook duidelijk aangegeven geen hulpverlening te accepteren. Het gaat goed met hem en hij wordt naar het oordeel van de rechtbank in het geheel niet bedreigt in zijn ontwikkeling. De rechtbank zal dan ook geen omgangsregeling vaststellen, omdat zij dat niet in zijn belang acht. Er zal eerst ruimte bij [minderjarige] moeten ontstaan om anders over de man te gaan denken. Zoals ter zitting is besproken is daarvoor nodig dat de man de eerste stap gaat zetten in de vorm van het schrijven van een brief aan [minderjarige] . Voor [minderjarige] is het belangrijk dat hij erkenning krijgt voor wat er in zijn beleving is gebeurd en dat de man zijn excuses aanbiedt; dat [minderjarige] wordt ‘ontschuldigd’. De man kan daarbij hulp zoeken om dit zo goed mogelijk in een brief te verwoorden. Waarbij de Raad tevens aan de man heeft meegegeven dat hij individuele hulpverlening aan kan gaan om te kijken wat hij zelf kan veranderen of anders kan gaan doen met het oog op de eventuele mogelijkheid dat er in de toekomst ruimte kan gaan ontstaan bij [minderjarige] . De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak voor zes maanden aan te houden om te kijken of de brief van de man een opening biedt bij [minderjarige] , nu ter zitting is besproken dat hem ruimte gegund moet worden. Dat is niet het geval als [minderjarige] weet dat de procedure nog steeds loopt. De rechtbank wijst dan ook de verzoeken van de man af ten aanzien van de hulpverlening, omgang en het gelasten van een raadsonderzoek.

Ten aanzien van de informatieregeling zal de rechtbank bepalen dat de vrouw de man eenmaal per drie maanden op hoofdlijnen over de ontwikkeling van [minderjarige] informeert, waarbij geen foto wordt meegestuurd. Daarnaast is door de rechtbank ter zitting duidelijk aangegeven dat het enkel het zenden van het bericht door de vrouw betreft, de man wordt geacht hier niet op te reageren. Een meer frequentere informatieregeling met foto acht de rechtbank niet in het belang van [minderjarige] , nu hij ook hier een duidelijke visie op heeft. Indien de informatieregeling wordt toegewezen zoals door de man verzocht, zal [minderjarige] ook op dit punt nog meer in de weerstand gaan en zal dat geen ruimte bieden om anders over de man te gaan denken.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank:

C/02/446610 FA RK 26/1645

wijst de verzoeken af.

C/02/446611 FA RK 26/1646

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man eenmaal per drie maanden op hoofdlijnen informeert over de ontwikkeling van [minderjarige] , geboren te [woonplaats 2] op [geboortedag] 2011, waarbij geen foto wordt meegestuurd en de man niet geacht wordt te reageren op het bericht van de vrouw;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, (kinder)rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Mandemakers, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Mandemakers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand