RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449874 / FA RK 26-3373
Datum uitspraak: 17 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. van de Voorde te Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mw. [psychiater] , psychiater;
dhr. en mw. [ouders van betrokkene] , ouders van betrokkene.
Daarnaast was als toehoorder aanwezig, maar is niet gehoord:
- dhr. [co-assistent] , co-assistent.
De officier van justitie is, zoals aangegeven in het verzoekschrift, niet verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft bij beschikking van 10 juni 2026 een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 1 juli 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie] te [plaats] .
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Betrokkene vertelt dat het beter met haar gaat. Af en toe is ze al naar huis geweest. Het is leuk om thuis te zijn, aangezien ze veel hobby’s heeft. Op de afdeling is het erg saai.
Namens betrokkene bepleit de advocaat primair dat het verzoek moet worden afgewezen. Het gaat inmiddels een stuk beter met haar. Voor betrokkene is het het allerbelangrijkste dat ze naar huis kan. Een zorgmachtiging is niet nodig, aangezien betrokkene onder gezag staat en de ouders toestemming geven voor de behandeling. Betrokkene doet ook uiteindelijk wat er haar gevraagd wordt. Er is derhalve sprake van vrijwilligheid. Subsidiair stelt de advocaat dat de zorgmachtiging moet worden beperkt tot ambulante hulpverlening. De zorgvorm ‘opname’ moet worden afgewezen, zodat de dreiging van een eventuele heropname bij betrokkene weg wordt genomen. Mocht dit onverhoopt in de toekomst toch noodzakelijk blijken, dan biedt de wet mogelijkheden om in te grijpen.
De psychiater licht toe dat betrokkene de afgelopen periode grote stappen heeft gezet. Betrokkene kan bepaalde handelingen, zoals naar het toilet gaan, handen wassen en douchen, op dit moment al veel sneller en ervaart minder angst. Sinds afgelopen dinsdag gaat ze op proefverlof. Dit gaat erg goed, maar het evenwicht is nog wankel. De dwangstoornis van betrokkene heeft een lange aanloop. Daarom krijgt betrokkene iedere dag Intensive Home Treatment (IHT), zodat kan worden gewerkt aan exposure. Een zorgmachtiging is noodzakelijk, zodat bij een terugval sneller geschakeld kan worden en een nieuwe crisissituatie met alle daarbij komende toeters en bellen wordt voorkomen. Betrokkene staat ook niet achter een opname, dus de verwachting is dat zij op dat moment niet vrijwillig opgenomen kan worden. Voorts vindt betrokkene het niet leuk dat zij elke dag hulp krijgt van IHT, wat maakt dat er een risico bestaat op het onttrekken aan zorg. De bedoeling is dat betrokkene vandaag officieel ontslagen wordt. Zij zal wel wekelijks naar [accommodatie] komen voor cognitieve gedragstherapie. Ook hebben de ouders wekelijks gesprekken om te leren hoe zij betrokkene het beste kunnen ondersteunen.
De vader vertelt dat het goed gaat met betrokkene. Er is nog wel veel werk aan de winkel, wat maakt dat een verdere behandeling noodzakelijk is. Het is belangrijk dat betrokkene dit vanuit huis kan ondergaan. Het gaat namelijk heel goed thuis. De ouders staan achter de zorgmachtiging, zodat een nieuwe crisissituatie kan worden voorkomen. De crisis van een paar weken geleden was traumatisch. De zorgmachtiging met de mogelijkheid van een heropname dient vooral als een stok achter de deur. De bedoeling is en de verwachting blijft dat betrokkene vanuit huis de behandeling ondergaat.
De moeder vertelt dat er rust is in het gezin nu het beter gaat met betrokkene. De ouders weten dat de behandeling lang zal duren. Toen het slecht ging met betrokkene, ging het thuis echt niet meer.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de zitting van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten overige DSM 5 stoornissen, neurobiologische ontwikkelstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en schizofrenie en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is immers sprake van een obsessieve-compulsieve stoornis met ernstige smetvreesklachten en psychotische overschrijdingen. Ook heeft betrokkene last van visuele hallucinaties en bestaat er een vermoeden op een autismespectrumstoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verstoorde ontwikkeling.
Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat betrokkene kampt met ernstige dwangklachten, waarbij zij veelvuldig haar handen wil wassen met heet water en biotex. Als zij verhinderd wordt in haar dwanghandelingen, kan zij zich verbaal agressief uiten. Ook heeft ze geprobeerd haar ouders te slaan en heeft ze een kast kapot gemaakt. Er is sprake van een grote lijdensdruk bij betrokkene. Daarnaast bestaat een risico op een toename aan psychische schade als het toestandsbeeld van betrokkene onbehandeld blijft. Het moet – mede gelet op haar jonge leeftijd – worden voorkomen dat ze wordt belemmerd in haar (verdere) ontwikkeling. Ook zorgt het toestandsbeeld van betrokkene voor grote spanningen binnen het gezin. De ouders zijn overbelast geraakt en hebben haar recent een periode niet meer kunnen opvangen in de thuissituatie.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn naar het oordeel van de rechtbank – anders dan namens betrokkene is bepleit – geen mogelijkheden voor passende zorg uitsluitend op vrijwillige basis. De rechtbank stelt vast dat betrokkene inmiddels een aantal dagen weer bij de ouders thuis verblijft. Dit gaat goed. Het is de bedoeling dat zij na de zitting officieel ontslagen wordt. Ook heeft betrokkene grote stappen gezet binnen haar behandeling en lijkt zij minder angst te ervaren. Echter, ter zitting is gebleken dat er nog veel moet gebeuren aan behandeling, nu de dwangstoornis van betrokkene een lange aanloop heeft. Betrokkene wil daarbij liever geen betrokkenheid van de IHT en uit ook weerstand tegen de cognitieve gedragstherapie, terwijl dit wel noodzakelijk is gebleken. Er kan dan ook nog niet worden gesproken van vrijwilligheid. Hoewel de ouders met gezag wel achter de noodzakelijke behandeling van betrokkene staan, is het onwenselijk dat van hen wordt verwacht dat zij betrokkene – telkens als het nodig is – moeten dwingen om de behandeling te accepteren dan wel een opname te dulden. Voorts overweegt de rechtbank dat het belangrijk is dat een nieuwe crisissituatie, in het geval betrokkene terugvalt, wordt voorkomen. Middels een zorgmachtiging kan tijdig worden opgeschaald. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
De rechtbank zal de verzochte beperking in de vrijheid het eigen leven in te richten, te weten “het beperken van dwanghandelingen” afwijzen, nu dit al onder de bredere term valt.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk, indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 januari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.