ECLI:NL:RBZWB:2026:7816

ECLI:NL:RBZWB:2026:7816

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/02/449829 / FA RK 26-3349
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verzoek zorgmachtiging toegewezen. Geen bijzonderheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449829 / FA RK 26-3349

Datum uitspraak: 17 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [verblijfsadres] ,

advocaat: mr. S. van de Voorde te [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 juni 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

mw. [psychiater] , psychiater.

Daarnaast was als toehoorder aanwezig, maar is niet gehoord:

- [verpleegkundige] , verpleegkundige.

De officier van justitie is, zoals aangegeven in het verzoekschrift, niet verschenen en dus ook niet gehoord.

2. Wat vaststaat

De rechtbank heeft bij beschikking van 8 juni 2026 een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 29 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de accommodatie [verblijfsadres] .

3. Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4. De standpunten

Betrokkene vertelt dat hij een zorgmachtiging overdreven vindt, aangezien dit een verplichting is en hij het prima zelf kan oplossen. Het klopt wel dat hij op een gegeven moment teveel lawaai heeft gemaakt. Hij raakte de controle kwijt over zijn gedrag. Dit kwam omdat hij in een vervelende buurt woont. Toen de politie ineens voor zijn deur stond, is hij vrijwillig mee naar de HIC gegaan. Daarnaast licht betrokkene toe dat hij zich zonder medicatie heel rustig en goed voelt. De behandelaren hebben hier echter een andere visie op. De rest van de zorgen uit het dossier kloppen niet en is gebaseerd op leugens van de buurtbewoners. Verder vertelt betrokkene dat hij een aanbod heeft gekregen voor beschermd wonen in [plaats] . Ook gebruikt hij soms cannabis om rustig te worden. Betrokkene is bekend met narcolepsie, wat maakt dat de slaap de overhand in zijn leven heeft. De door de artsen gediagnosticeerde schizofrenie hangt hiermee samen, aangezien hij soms door zijn slaap in een gekke wereld terecht komt. Vaak gaat het slechter met betrokkene als hij in een sociaal isolement zit. Betrokkene licht tot slot toe dat hij de huidige dosering van zijn medicatie te hoog vindt. Hij moet hier echter mee akkoord gaan, gelet op het dwangkader.

Namens betrokkene stelt de advocaat zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Betrokkene kan zich tot op zekere hoogte vinden in de diagnose en het genoemde ernstig nadeel. Een zorgmachtiging is echter niet nodig, aangezien hij op vrijwillige basis samen wil blijven werken met de behandelaren. Betrokkene heeft in korte tijd veel stappen gezet en accepteert de huidige dosis van de medicatie. Ook schikt hij zich in het plan van [verblijfsadres] om een geschikte woonruimte voor hem te vinden en staat hij open voor begeleiding. Mocht het onverhoopt toch misgaan, dan biedt de wet mogelijkheden om in te grijpen. De advocaat stelt zich op het subsidiaire standpunt dat de zorgmachtiging moet worden toegewezen voor een kortere periode en enkel met de zorgvormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘opname’, ‘medicatie’, ‘controles op medicatie’ en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten’, alleen voor zover het ziet op het accepteren van ambulante hulpverlening. De overige verzochte vormen van verplichte zorg moeten worden afgewezen, nu deze niet noodzakelijk zijn.

De psychiater licht toe dat betrokkene aanvankelijk vrijwillig is opgenomen. Er werd echter op een gegeven moment maatschappelijke teloorgang en een psychotisch toestandsbeeld waargenomen. De regressie van betrokkene werd duidelijk, aangezien hij het niet eens is met de dosering van de medicatie en dreigde met agressie en suïcide. Ook was hij erg gespannen en stuurde hij veel verwarde berichten naar derden. De ouders van betrokkene gaven voorts aan dat hij de afgelopen vijfentwintig jaar bijna altijd psychotisch is. Het is gelukt om betrokkene in te stellen op medicatie, wat maakt dat er verbetering zichtbaar is. Zo is betrokkene open in contact en komt hij minder dreigend en intimiderend over. Er is echter nog wel ruimte om de medicatie op te hogen, nu de psychose nog niet volledig in remissie is. Betrokkene accepteert de huidige dosering, welke dosering acceptabel is en waardoor hij redelijk lijkt te functioneren. Hij zal verder worden aangemeld bij het FACT-team en er zal een woning voor hem worden gezocht. De psychiater vreest dat – zonder zorgmachtiging – de samenwerking met betrokkene verloren zal gaan en dat hij zal stoppen met de inname van zijn medicatie. De bedoeling is om vanuit de huidige opname toe te werken naar beschermd wonen. Ter zitting vult de psychiater bovendien aan dat de zorgvorm ‘onderzoek aan woon- of verblijfruimte’ ook noodzakelijk is, aanvullend op het verzoekschrift.

5. De beoordeling

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de zitting van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Bij betrokkene is sprake van een psychotische decompensatie in het kader van schizofrenie, waarschijnlijk mede geluxeerd door medicatieontrouw en cannabisgebruik, hetgeen zich uit in paranoïde gedachten, akoestische hallucinaties, lichamelijke belevingen en verward gedrag. Daarnaast is betrokkene bekend met narcolepsie en woon- en parasociale problematiek.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat betrokkene voor zijn opname veel (geluids)overlast veroorzaakte in zijn woonomgeving, met als gevolg dat zijn buren zich onveilig voelden en de politie hebben gebeld. Zo was er sprake van nachtelijk schreeuwen en hardop praten. Daarnaast vertoonde betrokkene bizar gedrag, waaronder het eten van gras en het met een mes staan voor zijn raam. Voorts is betrokkene tot voor kort fors dreigend en agressief geweest en heeft hij doodsbedreigingen geuit. Het onberekenbare en oninvoelbare gedrag van betrokkene kan ook agressie van derden oproepen. Ook stelt de rechtbank vast dat betrokkene geen daginvulling en -structuur heeft, slechts een beperkt sociaal netwerk heeft en conflicten heeft met zijn woonomgeving, wat maakt dat maatschappelijke teloorgang dreigt. Voorts heeft betrokkene geen woning meer als gevolg van de door hem veroorzaakte overlast en bestaat er een risico op verdere psychische schade in verband met het voortduren van een psychotisch toestandsbeeld. Tot slot is het gebleken dat betrokkene zijn medicatie niet consequent inneemt en niet achter de (ophoging van de) dosering staat. Dit brengt een risico op verdere ontregeling met zich mee.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Er zijn naar het oordeel van de rechtbank – anders dan het standpunt van betrokkene – geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Ter zitting is gebleken dat betrokkene open in contact is en dat er een prille samenwerking is ontstaan met de behandelaren. Echter, betrokkene heeft ter zitting ook aangegeven dat hij de huidige dosering van zijn medicatie, hetgeen volgens de behandelaar een startdosering betreft, te hoog vindt. Ook heeft betrokkene verteld zich zonder medicatie veel beter te voelen dan met medicatie. Gelet hierop acht de rechtbank het aannemelijk dat betrokkene zonder dwangkader zal stoppen met de inname van zijn medicatie. Daarbij overweegt de rechtbank voorts dat betrokkene onvoldoende ziektebesef en -inzicht heeft en de huidige behandeling niet als passend ervaart. Daarom is verplichte zorg nodig. De komende maanden kan de samenwerking worden verstevigd en kan na afloop opnieuw worden bezien of een voortzetting van de behandeling in een vrijwillig kader tot de mogelijkheden behoort.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

De rechtbank wijst de overige (verzochte) vormen van verplichte zorg, te weten ‘insluiten’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek aan woon- of verblijfsruimte’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ af, nu de noodzakelijkheid daarvan onvoldoende is gemotiveerd. Het is immers gebleken dat deze verplichte zorgvormen gedurende de huidige opname niet noodzakelijk zijn geweest en het is dan ook onvoldoende voorzienbaar dat zij de komende periode wel nodig zullen zijn.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6. De beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 januari 2027;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van de Poll

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand