RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/450321 / FA RK 26-3625
Datum uitspraak: 17 juli 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
thans verblijvende in de accommodatie Stichting GGZ [locatie] ,
advocaat: mr. M. Janse te Halsteren.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
dhr. [psychiater] , psychiater.
Daarnaast zijn als toehoorders verschenen, maar niet gehoord:
[co-assistent] , co-assistent;
dhr. [afdelingsarts] , afdelingsarts;
mw. [afdelingsverpleegkundige] , afdelingsverpleegkundige.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de accommodatie Stichting GGZ [locatie] . De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft het besluit tot het verlenen van de crisismaatregel op 15 juli 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene vertelt dat het goed met hem gaat. Het was hem een aantal dagen geleden te veel geworden, aangezien hij zich niet gehoord voelde. Hij ziet zijn kinderen namelijk, wegens een relatiebreuk, al vijf weken niet meer. Achteraf ziet betrokkene in dat zijn manier om een standpunt te maken, namelijk het beklimmen van een brug, niet handig was. Betrokkene had geen intentie om suïcide te plegen. Hij is het daarom ook niet eens met het verzoek, waaruit zou blijken dat zijn gedrag beïnvloed wordt door een psychische stoornis. Betrokkene heeft bijvoorbeeld in december 2025 daadwerkelijk een brandlucht waargenomen in huis, omdat de kabels waren doorgebrand. Tot slot geeft betrokkene aan dat hij zijn broer en schoonzus, die de brief hebben gestuurd naar de psychiater, al sinds 2002 niet meer heeft gezien.
De advocaat verklaart namens betrokkene dat er veel speelt in de relatiesfeer. Zijn ex-partner heeft last van een forse PTSS en heeft de politie gebeld omdat er sprake zou zijn van huiselijk geweld door betrokkene. Dit heeft de buurman van betrokkene ontkend, aangezien betrokkene op dat moment bij hem was. Betrokkene is met zijn familierechtadvocaat bezig om omgang met de kinderen te regelen. De medische verklaring is onderbouwd op basis van onjuiste informatie. Betrokkene wil graag ambulant in contact blijven met de behandelaren. Het verzoek moet, mede gelet op het standpunt van de psychiater, daarom worden afgewezen.
De psychiater licht toe dat zijn collega’s van de crisisdienst een hoge dosering medicatie hadden opgestart. Dit is op het moment van opname stopgezet, zodat betrokkene eerst geobserveerd kon worden. Op dit moment krijgt hij geen medicatie. Daarnaast verklaart de psychiater dat betrokkene zijn handelingen bagatelliseert, nu het ging om het beklimmen van een brug van dertig tot veertig meter hoog en hij onder invloed van alcohol was. Het kon fataal aflopen. Ook is gebleken dat de ex-partner van betrokkene op dit moment ondergedoken is, gelet op de ernst van de situatie. Vermoedelijk vertelt betrokkene tevens niet alles open en eerlijk. Zo gaf hij aan dat er iemand met een mes achter hem aan zit, dat er rook onder zijn deur wordt geblazen en dat er een lijk in zijn auto lag. Het is de psychiater niet duidelijk geworden wat de waarheid is. De psychiater stelt wel vast dat betrokkene bizarre uitspraken doet. Ook heeft de psychiater namens de familie van betrokkene een brief uitvangen, waarin is gesteld dat betrokkene kampt met een licht verstandelijke beperking, een narcistische persoonlijkheidsstoornis, pathologisch liegen en een middelenverslaving. Hij zou voorts geld hebben gestolen en familieleden stalken en bedreigen. Gelet hierop is het niet uitgesloten dat bij betrokkene sprake is van een psychotische ontregeling dan wel persoonlijkheidsproblematiek. Dit is volgens de psychiater echter geen reden voor een voortzetting van de crisismaatregel, ondanks dat de psychiater wel forse zorgen heeft over betrokkene. De kans op suïcidaliteit of ander acuut gevaar wordt bovendien klein geacht.
5. De beoordeling
Uit hetgeen de psychiater ter zitting heeft aangegeven, blijkt dat er op dit moment geen concreet vermoeden is van een psychische stoornis waaruit ernstig nadeel voortvloeit en er is ook geen sprake van acuut gevaar. Daarnaast heeft betrokkene ter zitting verklaard open te staan voor gesprekken met het FACT-team. Op deze wijze kan betrokkene in het vrijwillige kader, indien noodzakelijk, een behandeling volgen. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat – hoewel zij zich evenals de psychiater wel zorgen maakt om (het gedrag van) betrokkene – niet kan worden voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg in het kader van de Wvggz. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
6. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.