ECLI:NL:RBZWB:2026:7829

ECLI:NL:RBZWB:2026:7829

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/02/447112 / FA RK 26-1899
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

beëindiging gezag moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

[Zaaknummer] [Rekestnummer]

Zaaknummer: C/02/447112 / FA RK 26-1899

datum uitspraak: 24 juli 2026

beschikking over beëindiging van het gezag

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZEELAND-WEST-BRABANT, hierna: de Raad,

locatie Middelburg,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009 (hierna: [minderjarige] ).

Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. N. Wouters te Middelburg.

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd in Middelburg.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 17 maart 2026 ontvangen verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag, met bijlagen.

Het verzoek is gelijktijdig met het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] (zaaknr. C/02/449175 / JE RK 26-1023) mondeling behandeld op 1 juli 2026. Daarbij waren aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad, de advocaat van de moeder en een vertegenwoordigster van de GI.

De moeder is niet naar de zitting gekomen. De vader, de heer [de vader] , is als informant uitgenodigd voor de zitting, maar is ook niet gekomen.

De rechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening over het verzoek kenbaar te maken. Zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Ten aanzien van het verzoek van de GI zal bij separate beschikking worden beslist.

2. De feiten

De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] [minderjarige] geboren.

De vader heeft [minderjarige] erkend.

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2013 zijn

de ouders gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 maart 2016 is de

moeder belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2024

[minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 augustus 2025. Ook is een machtiging tot

uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder, te weten de vader, verleend met ingang

van 6 augustus 2024 en tot 6 februari 2025.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 januari 2025 de

machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de

vader, verlengd met ingang van 6 februari 2025 en tot 6 augustus 2025.

Bij beschikking van 5 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengd tot 6 augustus 2026.

Bij beschikking van 3 oktober 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg verleend, met ingang van 3 oktober 2025 en tot 6 augustus 2026.

[minderjarige] verblijft op basis van deze machtiging bij haar tante en oom moederszijde.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige [minderjarige] te beëindigen. Hij heeft daarbij het advies gegeven om de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zeeland te belasten met de voogdij over [minderjarige] .

4. De standpunten

De Raad heeft ernstige zorgen over de situatie van [minderjarige] en de vele wisselingen die hierin hebben plaatsgevonden. [minderjarige] is op jonge leeftijd door de moeder bij de grootouders geplaatst vanwege het gedrag van [minderjarige] . [minderjarige] is lange tijd opgevoed door haar grootouders. Omdat de situatie niet langer houdbaar was, is [minderjarige] in april 2024 bij haar vader gaan wonen. Ook deze situatie is geëscaleerd en [minderjarige] is vervolgens bij de schoonzus van de moeder en diens partner gaan wonen. Tot op heden gaat dit goed, maar [minderjarige] heeft in de afgelopen jaren veel lieg- en vluchtgedrag laten zien op de momenten dat het voor haar moeilijk werd en zij geen steun ervaarde vanuit de volwassenen. Dit patroon keert steeds terug en is een gevolg van de hechtingsproblematiek van [minderjarige] en de ingrijpende levensgebeurtenissen. [minderjarige] heeft niet de onvoorwaardelijke liefde en steun kunnen ervaren vanuit haar ouders. Zij heeft inmiddels nauwelijks tot geen contact met haar beide ouders. De moeder houdt dit contact af. Zij wil geen betrokkenheid meer bij [minderjarige] en wil dan ook niet langer belast zijn met het gezag over haar dochter. De Raad ziet dan ook ernstige ontwikkelingsbedreigingen en is van mening dat de moeder niet in staat is dan wel bereid is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging van opvoeding van [minderjarige] te dragen binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn. De moeder is al langere tijd niet bereikbaar voor de hulpverlening en de verwachting bestaat niet dat dit binnen afzienbare tijd zal veranderen. [minderjarige] verkeert inmiddels lange tijd in onzekerheid over wie mag beslissen over haar. Daarbij vraagt ze zich dan ook af of dit gebeurt op de juiste manier. [minderjarige] is gebaat bij voorspelbaarheid en zekerheid. De Raad vindt het daarom in het belang van [minderjarige] dat het gezag van de moeder wordt beëindigd. Dit is ook overeenkomstig de wens van de moeder. Daarbij adviseert de Raad om de GI te belasten met de voogdij over [minderjarige] . De Raad vindt dat de GI goed aansluit bij de behoeften en wensen van [minderjarige] .

De GI kan zich vinden in het verzoek van de Raad om het gezag van de moeder te beëindigen. Zij is bereid om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden. De GI benoemt dat er sprake is van een positieve ontwikkeling sinds [minderjarige] in het pleeggezin verblijft. Het is [minderjarige] gelukt om een baantje bij de Lidl te vinden. Zij vindt het wel lastig dat zij de moeder hier met enige regelmaat tegenkomt. [minderjarige] probeert dan het gesprek met haar aan te gaan, maar soms loopt de moeder haar zo voorbij. De GI vindt dit schrijnend voor [minderjarige] , omdat zij haar moeder mist en hierdoor wisselende signalen krijgt. [minderjarige] heeft middels een brief haar gevoelens naar de moeder uitgesproken, maar zij heeft hier geen reactie op terug ontvangen. Binnen het pleeggezin laat [minderjarige] gedrag zien waar zij extra sturing op nodig heeft. De pleegouders proberen in samenwerking met IPT hier goed op in te spelen door [minderjarige] positief te benaderen, want voorkomen moet worden dat [minderjarige] zich opnieuw afgewezen zal voelen. Volgens de GI zit [minderjarige] voorlopig op haar plek in het pleeggezin. Bezien wordt of zij te zijner tijd kan worden aangemeld voor een jongerenhuis. De GI benoemt verder dat sinds de leerplichtzitting in mei 2026 [minderjarige] weer structureel naar school gaat. Ook gaat zij naar [organisatie] . De GI vindt het belangrijk dat [minderjarige] de ruimte krijgt om eerst te stabiliseren binnen het pleeggezin. Mocht vervolgens blijken dat er meer nodig is voor [minderjarige] , dan zal de GI onderzoeken welke vorm van hulpverlening voor [minderjarige] het meest passend is. Het is nieuw voor de GI dat de vader recentelijk contact heeft gezocht met [minderjarige] . Omdat dit contact eerder niet goed is verlopen en de vader wisselend beschikbaar voor [minderjarige] is geweest, vindt de GI het belangrijk dat er eerst zicht komt op de situatie en de mogelijkheden van de vader alvorens verdere stappen in dit contact worden ondernomen. De moeder staat niet open voor het contact. Zij is hier consistent in. De GI zal dit wel blijven stimuleren.

Mr. Wouters heeft namens de moeder verklaard dat zij achter het verzoek van de Raad staat. Het is een verdrietige situatie, waar de moeder zelf ook nodige hulp voor heeft gehad. De moeder blijft desondanks bij haar keuze, in die zin dat zij geen contact met [minderjarige] wenst. Naar aanleiding van de opmerking van de GI over het baantje van [minderjarige] bij de Lidl en de wisselende signalen die de moeder haar geeft bij onverwachtste confrontaties, heeft de advocaat toegezegd dat zij met de moeder zal bespreken wat zij moet doen op het moment [minderjarige] en de moeder elkaar onverwachts tegenkomen. Door hierover afspraken te maken wordt voor beiden duidelijk wat zij kunnen verwachten van elkaar.

5. De beoordeling

Gezag

De Raad heeft de rechtbank gevraagd om het ouderlijk gezag van de moeder te beëindigen. In de wet staat dat dit in twee gevallen mogelijk is (dat staat in artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek), namelijk als:

a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of

b. de ouder het gezag misbruikt.

Er is in deze situatie geen sprake van misbruik van het ouderlijk gezag door de moeder. Wel vindt de rechtbank dat er sprake is van de eerste grond voor de beëindiging van het gezag van de moeder. De rechtbank zal uitleggen waarom.

Allereerst stelt de rechtbank vast dat [minderjarige] veel heeft meegemaakt in haar leven. De vele wisselingen in haar verblijfplaats, de afwijzing van haar beide ouders en het verliezen van het contact met hen en haar halfbroertje en -zusje hebben op haar een grote impact gehad waardoor zij de nodige stabiliteit in haar leven heeft gemist. Dit heeft gevolgen gehad voor haar zelfbeeld, het onderhouden van relaties en haar mentale welzijn. Toen [minderjarige] elf jaar was heeft de moeder vanwege het gedrag dat [minderjarige] liet zien afstand genomen van [minderjarige] en haar ondergebracht bij de grootouders. Omdat dit verblijf niet langer houdbaar was, is [minderjarige] in april 2024 bij haar vader gaan wonen. Na een escalatie met de vader is [minderjarige] in september 2025 bij de schoonzus van de moeder en diens partner gaan wonen. Het heeft [minderjarige] door de vele wisselingen ontbroken aan een stabiele volwassene in haar leven. Tevens heeft zij niet kunnen rekenen op onvoorwaardelijke liefde en steun vanuit haar ouders. [minderjarige] weet pas sinds 2022 dat haar stiefvader niet haar biologische vader is. Daarnaast staat de moeder niet open voor contact met [minderjarige] . [minderjarige] mist haar moeder en begrijpt niet waarom de moeder tot bepaalde keuzes is gekomen. [minderjarige] heeft in een brief aan haar moeder de gevoelens waar zij mee worstelt kenbaar gemaakt, maar deze brief is tot op heden onbeantwoord gebleven. Ten aanzien van de vader lijkt er, naar de rechtbank begrijpt, iets van contactherstel te zijn, al is bij de GI niet duidelijk hoe dit contact eruit ziet. Dit alles leidt tot ernstige zorgen omtrent de ontwikkeling van [minderjarige] . De gebeurtenissen hebben hun weerslag op [minderjarige] en dit komt tot uiting in het gedrag dat zij laat zien, waaronder het lieg- en vluchtgedrag op het moment dat het moeilijk voor haar wordt en zij geen steun ervaart vanuit de volwassenen om haar heen. Binnen het pleeggezin waar [minderjarige] thans verblijft is hier aandacht voor. Met ondersteuning van hulpverlening proberen de pleegouders zo goed mogelijk bij [minderjarige] aan te sluiten. [minderjarige] lijkt hier op haar plek te zitten. Gezien wordt dat zij zich steeds meer probeert open te stellen. Inmiddels gaat [minderjarige] ook weer structureel naar school.

De moeder is consistent gebleken in haar keuze om niet meer betrokken te zijn in het leven van [minderjarige] . Ook vanuit het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling is het niet gelukt om met de moeder tot een samenwerking te komen met als doel om toe te werken naar een situatie waarin zij haar verantwoordelijkheid voor [minderjarige] als gezaghebbende ouder zou kunnen herpakken. De moeder heeft destijds besloten om [minderjarige] op 11-jarige leeftijd elders onder te brengen vanwege het gedrag dat [minderjarige] liet zien. Sindsdien is het contact met [minderjarige] wisselend en inmiddels is er al langere tijd geen sprake meer van contact. Ook heeft zij laten weten niet langer geïnformeerd te willen worden over de ontwikkelingen met betrekking tot [minderjarige] en dat zij het gezag over [minderjarige] als een belasting ervaart.

Uit dit alles leidt de rechtbank af dat de moeder niet in staat en niet bereid is om haar verantwoordelijkheid als ouder met gezag over [minderjarige] te dragen. De moeder geeft dit zelf ook aan en wil graag dat haar gezag over [minderjarige] wordt beëindigd. Nu de moeder consistent is gebleken in haar wens, bestaat niet de verwachting dat deze situatie binnen afzienbare tijd zal veranderen. [minderjarige] heeft zekerheid nodig over wie de beslissingen over haar mag nemen en dat deze dan ook in haar belang zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is de aanvaardbare termijn voor [minderjarige] om in onzekerheid hierover te verkeren inmiddels verstreken. De rechtbank heeft dan ook besloten dat het voor [minderjarige] het beste is dat voortaan alle belangrijke beslissingen over haar niet meer door de moeder (moeten) worden genomen. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de Raad zal toewijzen en het gezag van de moeder over [minderjarige] zal beëindigen.

Voogdij

Omdat het gezag van de moeder wordt beëindigd, moet er een voogd worden benoemd. Er moet namelijk iemand zijn die de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen omdat zij nog minderjarig is. De Raad heeft het advies gegeven om de GI met de voogdij over [minderjarige] te belasten. De GI heeft een verklaring ondertekend waaruit blijkt dat zij de voogdij over [minderjarige] op zich wil nemen.

De rechtbank vindt met de Raad dat de GI de meest geëigende instelling is om met de voogdij te worden belast, nu deze al lang tijd betrokken is bij [minderjarige] en vanuit een neutrale positie het beste in staat wordt geacht de belangen van [minderjarige] centraal te stellen en om de juiste beslissingen voor haar te nemen. Nu de GI zich bereid heeft verklaard de voogdij te aanvaarden over [minderjarige] , zal de rechtbank haar benoemen tot voogdes.

Rekening en verantwoording

Gelet op artikel 1:276 lid 1 BW zal de rechtbank de moeder voorts veroordelen tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de GI over het gevoerde bewind.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank

beëindigt het ouderlijk gezag van de moeder, [de moeder] , over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ;

benoemt de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zeeland tot voogdes over [minderjarige] ;

veroordeelt de moeder tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de GI over het ten aanzien van [minderjarige] gevoerde bewind;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 in aanwezigheid van Bakker-Maljers, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand