ECLI:NL:RBZWB:2026:7851

ECLI:NL:RBZWB:2026:7851

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer BRE 24/4598
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep niet-tijdig niet-ontvankelijk, beroep tegen uitspraak op bezwaar gegrond, dwangsom, geen ISV.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. J.W. Vugts verbonden aan Kosteloosbezwaar.nl),

en

de heffingsambtenaar van SaBeWa (gemeente Tholen), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 april 2024.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [woonplaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar deelgenomen mr. B. de Smit. De gemachtigde van belanghebbende heeft zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

2. De heffingsambtenaar heeft aan de belanghebbende op 25 februari 2023 de WOZ-beschikking voor de woning aan de [adres] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2023 opgelegd. Belanghebbende is eigenaar van de woning.

Op 7 april 2023 is door gemachtigde van belanghebbende bezwaar ingediend tegen de WOZ-beschikking. Op 13 december 2023 is vervolgens aanvullend bezwaar ingediend.

Op 12 februari 2024 is door gemachtigde van belanghebbende een ingebrekestelling aan de heffingsambtenaar verstuurd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift. De ingebrekestelling is op 16 februari 2024 door de heffingsambtenaar ontvangen.

Op 2 april 2024 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 6 mei 2024.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking ontvankelijk is, of belanghebbende recht heeft op een dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar en of belanghebbende recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

Niet tijdig beslissen

Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

De rechtbank stelt vast dat de uitspraak op bezwaar op 2 april 2024 is gedaan en aan belanghebbende is toegezonden. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep tegen het niet tijdig beslissen, omdat in de beroepsfase alsnog een uitspraak op bezwaar is gedaan. Het beroep, voor zover het ziet op het niet tijdig beslissen op het bezwaar, is daarom niet-ontvankelijk.

Nu de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar heeft gedaan, heeft het beroep tegen het niet tijdig beslissen van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit.

Dwangsom

Belanghebbende voert aan dat in de uitspraak op bezwaar ten onrechte geen dwangsom is toegekend en dat de heffingsambtenaar een dwangsom ter hoogte van € 1.082 (14 keer € 23, 14 keer € 35 en 6 keer € 45) dient te betalen, omdat de uitspraak op bezwaar 48 dagen na het versturen van de ingebrekestelling is ontvangen. De heffingsambtenaar heeft ter zitting verklaard dat in de uitspraak op bezwaar inderdaad het dwangsombesluit ontbreekt.

De rechtbank constateert dat tussen partijen niet in geschil is dat een dwangsom verschuldigd is. De rechtbank is echter van oordeel dat belanghebbende uitgaat van een onjuiste berekening. De heffingsambtenaar moet namelijk binnen 14 dagen na ontvangst van de ingebrekestelling uitspraak op bezwaar doen volgens artikel 4:17, derde lid, van de Awb. Aangezien de ingebrekestelling op 16 februari 2024 door de heffingsambtenaar is ontvangen, had uiterlijk op 1 maart 2024 uitspraak op bezwaar moeten worden gedaan. De heffingsambtenaar heeft echter pas op 2 april 2024 uitspraak op bezwaar gedaan, zodat dit 32 dagen te laat is en niet 34 of 48 dagen zoals belanghebbende heeft berekend of gesteld. De dwangsom dient daarom te worden vastgesteld op € 992. Het beroep is dus gegrond.

Kostenvergoeding bezwaar

Belanghebbende verzoekt om verhoging van de kostenvergoeding in bezwaar gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 12 juli 2024. De rechtbank gaat aan deze stelling van belanghebbende voorbij. Het bezwaar is namelijk op 2 april 2024 ongegrond verklaard en er is toen geen proceskostenvergoeding toegekend. Thans bestaat ook geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase, omdat het ontbreken van de dwangsombeschikking onderdeel is van de beroepsprocedure. De WOZ-beschikking en de aanslag OZB worden bovendien niet herroepen wegens aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.

Betaling proceskostenvergoeding

De gemachtigde van belanghebbende heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat de betaling van vergoedingen rechtstreeks aan de gemachtigde dient plaatst te vinden, omdat de nieuwe wetgeving zoals opgenomen in artikel 30a van de Wet WOZ volgens hem in strijd is met het recht.

De belastingrechter is echter niet bevoegd een oordeel te geven over de vraag of een bedrag aan proceskostenvergoeding moet worden overgemaakt naar de rekening van een ander dan de belanghebbende. Uitsluitend de burgerlijke rechter is bevoegd te oordelen in een geschil over een dergelijke vraag.

Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn

Belanghebbende heeft op 6 mei 2024 verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De rechtbank overweegt dat in dit geval de redelijke termijn van twee jaar is aangevangen met de ontvangst van het bezwaarschrift door de heffingsambtenaar op 7 april 2023. Deze periode is ten einde gekomen op 2 april 2024 met de ongegrondverklaring van het bezwaar en handhaving van de WOZ-beschikking en de aanslag OZB. Daarmee is namelijk een einde gekomen aan het geschil inzake de belastingheffing. Dat daarna nog een beroepsprocedure is gevoerd over de dwangsom en proceskosten maakt dit niet anders. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaar niet is overschreden. Belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van immateriële schade.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is gegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten in beroep. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in bezwaar.

Volgens belanghebbende moet bij de vaststelling van de hoogte van de proceskostenvergoeding artikel 30a van de Wet WOZ buiten toepassing worden gelaten vanwege strijd met het recht. De rechtbank volgt deze stelling niet en verwijst daarbij naar de arresten van de Hoge Raad van 17 januari 2025 en 31 januari 2025. De proceskostenvergoeding wordt daarom met toepassing van artikel 30a van de Wet WOZ vastgesteld. De proceskostenvergoeding in de beroepsfase bedraagt dan in totaal € 46,70. Dit bedrag is het resultaat van de toekenning van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934, een wegingsfactor 0,5 en vermenigvuldigingsfactor 0,1.

De vergoeding van proceskosten en griffierecht moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar gegrond;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar een dwangsom is verschuldigd van € 992 aan belanghebbende;

- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de heffingsambtenaar tot een vergoeding voor de kosten in beroep aan belanghebbende van € 46,70.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J.C.J. Wesel - de Jongh, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand