[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Sluis, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. De heffingsambtenaar heeft aan de belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [aanslagnummer] voor de auto met kenteken [kenteken] (de naheffingsaanslag).
Belanghebbende heeft op 15 augustus 2025 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag.
De heffingsambtenaar heeft op 18 november 2025 het bezwaar ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep op 20 december 2025 ontvangen.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Feiten
2. De auto met kenteken [kenteken] (de auto) stond op 3 augustus 2025 omstreeks 14:59 uur geparkeerd aan de [straat] te [plaats] . Tijdens een controle op voornoemde datum en tijd is (door parkeercontroleurs) geconstateerd dat daarvoor geen parkeerbelasting was voldaan.
Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 75,70, bestaande uit een bedrag aan belasting van € 2,00 en € 73,70 aan kosten van de naheffing.
Beoordeling door de rechtbank
3. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de heffingsambtenaar terecht aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd.
Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van belanghebbende niet en is de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Toetsingskader van de rechtbank
4. Op grond van artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet en het gelijkluidende artikel 1, aanhef en onder a, van de Verordening parkeerbelastingen 2025 van de gemeente Sluis (hierna: de Verordening) wordt onder parkeren verstaan: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
Volgens artikel 8 van de Verordening en artikel 1 en 1.3 van het Aanwijzingsbesluit betaald Parkeren en Vergunningparkeren Gemeente Sluis 2025 (hierna: Aanwijzingsbesluit) is de locatie [straat] te [plaats] door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.
Gronden belanghebbende
5. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Hiertoe voert belanghebbende aan dat hij voor het parkeren heeft betaald via een parkeerapp, maar dat de parkeerapp na een kwartier is gedeactiveerd. Dit was buiten zijn schuld. Verder stelt belanghebbende dat hij in de zomer van 2025 vaker zijn auto op deze locatie heeft geparkeerd en hiervoor altijd de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan. Belanghebbende heeft parkeeroverzichten van juli en augustus 2025 overgelegd waaruit vorenstaande blijkt. Als laatste stelt belanghebbende dat het voldoen van parkeerbelasting op deze locatie ingewikkeld is doordat de parkeerautomaten vaak niet werken of er lange wachtrijen zijn.
Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?
6. Niet in geschil is dat op de locatie waar de auto geparkeerd stond tegen betaling van parkeerbelasting geparkeerd mag worden en dat er ook feitelijk sprake is geweest van parkeren.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat belanghebbende niet de intentie heeft gehad om te weinig parkeerbelasting te betalen, kan zijn betoog niet leiden tot vernietiging of vermindering van de naheffingsaanslag. De Verordening biedt geen ruimte voor de door belanghebbende gevraagde coulance of redelijkheid en billijkheid. De parkeerbelasting is een zogenoemde objectieve belasting, waarbij opzet, schuld en intentie geen rol spelen. Een naheffingsaanslag parkeerbelasting is niets meer dan het alsnog in rekening brengen van de verschuldigde parkeerbelasting en de gemaakte kosten. Bovendien volgt uit vaste jurisprudentie dat het gebruik van een parkeerapp voor het voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting voor rekening en risico van de parkeerder komen.
Voor zover belanghebbende stelt dat hij de verschuldigde parkeerbelasting niet op een andere wijze heeft kunnen voldoen doordat de aanwezige parkeerautomaten (regelmatig) in storing zijn of er lange wachtrijen zijn, heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hiervan in dit geval sprake is geweest. De rechtbank volgt deze stelling van belanghebbende daarom niet.
Het voorgaande betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de naheffingsaanslag gehandhaafd blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J.C.J. Wesel - de Jongh, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.