ECLI:NL:RBZWB:2026:7856

ECLI:NL:RBZWB:2026:7856

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer 25/5088 T
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Tussenuitspraak. Motiveringsgebrek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

Samenvatting

Feiten en omstandigheden

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5088 WGA T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M.B. Ullah),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Heerlen), verweerder.

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) in de vorm van een loongerelateerde uitkering (WGA) aan eiser, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,77%. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft toegekend in de vorm van een WGA.

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek kent en stelt het UWV in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2. Eiser is werkzaam geweest bij [werkgever] B.V. als allround medewerker/ chauffeur. Voor dat werk is hij op 21 oktober 2022 uitgevallen vanwege belemmerende gezondheidsklachten.

Het UWV heeft met het besluit van 4 februari 2025 (primair besluit) aan eiser een WIA-uitkering in de vorm van een WGA toegekend met ingang van 18 oktober 2024 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 52,00%.

[werkgever] B.V. heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Eiser heeft ook bezwaar gemaakt. Hij stelt zich op het standpunt dat hij niet in staat is om vier uur per dag te werken.

Procesverloop

3. Met het bestreden besluit van 21 augustus 2025 heeft het UWV de bezwaren van zowel eiser als [werkgever] B.V. gegrond verklaard. Hierdoor wijzigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser per 18 oktober 2024 van 52,00% naar 52,77%, maar blijft de hoogte van de loongerelateerde WGA-uitkering gelijk.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 29 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, en namens het UWV [gemachtigde] .

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader

4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Toetsingskader

5. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiser medische beperkingen heeft en of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

Zijn de beperkingen juist vastgesteld?

6. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arts (getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts) en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

De primaire arts heeft het dossier bestudeerd en heeft eiser gezien op het spreekuur. De arts rapporteert dat eiser aan een ernstig ongeluk in Turkije vele verschijnselen van Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) heeft overgehouden. Zijn concentratie is veel minder, hij kan de aandacht er niet meer zo goed bijhouden en verdelen. Hij is snel overbelast voor zowel geluid als voor prikkels en hij is snel vermoeid. Het is plausibel dat deze symptomen leiden tot belemmeringen in het vasthouden en verdelen van de aandacht en het herinneren. Eiser is daarnaast aangewezen op een voorspelbare werksituatie, zonder veelvuldige deadlines of productiepieken en zonder een verhoogd persoonlijk risico. Verder is hij beperkt in het omgaan met conflicten en beroepsmatig vervoer, in het omgaan met klanten en/of patiëntencontacten, in leidinggevende functies en voor te veel geluidsbelasting. Vanwege de noodzaak van een regelmatig dag- en nachtritme, wordt werk in de avond en nacht afgeraden, aangezien dit energetisch veel van hem vergt. Daarnaast dient de arbeidsduur te worden beperkt tot 4 uur per dag en maximaal 20 uur per week. Indien er een gepaste functie voor eiser gevonden kan worden, rekening houdend met zijn beperkingen, is het nog heel goed mogelijk dat zijn algehele toestand zou kunnen verbeteren. De beperkingen en de belastbaarheid van eiser zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 5 oktober 2024.

De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd en heeft eiser gezien op het spreekuur, waar eiser lichamelijk en oriënterend psychisch is onderzocht.

Volgens de verzekeringsarts b&b heeft eiser last van een stemmingsstoornis, mede omdat hij moeite heeft met accepteren dat hij niet meer het oude niveau van functioneren heeft. Hier wordt hij niet voor behandeld. Ook de continu aanwezige tinnitus heeft veel impact op zijn psychische welbevinden. Omdat hij hiervoor niet onder behandeling staat, is hij geattendeerd op een audiologisch centrum waar wordt leren omgegaan met tinnitus. Omdat het vervoer voor hem een probleem is, is dit niet ingezet.

Eiser is belastbaar te achten met arbeid. Hij voldoet niet aan een van de criteria voor geen benutbare mogelijkheden (GBM). Hij is aangewezen op werkzaamheden waar hij op psychisch vlak niet wordt overvraagd, die niet stresserend zijn en weinig prikkels hebben. Vanwege deze prikkelbelasting en de stressbestendigheid moeten er beperkingen aan de FML worden toegevoegd ten aanzien van afleiding door activiteiten door anderen, veelvuldige storingen en onderbrekingen, een hoog handelingstempo en samenwerken. Er is vastgesteld dat eiser zich voldoende kan herinneren of van gebruikelijke hulpmiddelen (zoals een agenda) gebruik kan maken, waardoor geen beperkingen ten aanzien van herinneren kunnen worden onderbouwd. De sterkte waarmee het linkeroog van eiser gecorrigeerd moet worden is enkele keren gewijzigd, maar met correctie ziet hij goed, waardoor er geen beperkingen ten aanzien van zien kunnen worden aangenomen. Gelet op de onderzoeksbevindingen kunnen er geen beperkingen ten aanzien van dynamische handelingen en statische houdingen worden aangenomen. Door eiser wordt aangegeven dat fysieke inspanning tot meer mentale en energetische klachten kan leiden, maar dit kan niet worden herleid tot de NAH. Wat betreft de urenbeperking kunnen er geen forse beperkingen worden aangenomen. Uit het dagverhaal dat eiser beschrijft blijkt immers dat hij wel gedurende 4 uur per dag, 20 uur per week kan functioneren.

Niet duidelijk is welke beperkingen louter voortkomen uit de NAH. Er is immers sprake van een nog onbehandelde tinnitus en stemmingsproblematiek die van invloed kunnen zijn op alle geduide beperkingen. Behandeling kan binnen 1 tot 2 jaar leiden tot afname van de beperkingen. Er kan daardoor geen FML worden opgesteld door een bottleneckanalyse.

Er is aanleiding tot het herzien van de door de primaire arts vastgestelde belastbaarheid. De belastbaarheid wordt vastgesteld in de FML van 24 juli 2025.

Eiser is van mening dat de verzekeringsarts b&b een onvolledig beeld heeft van de aanwezige informatie. De huisarts en de KNO-arts hebben aangegeven niets meer voor de tinnitusklachten te kunnen betekenen. Behandeling bij een audiologisch centrum richt zich enkel op acceptatie. Ook voor de stemmingsklachten is eiser reeds behandeld. In 2023 volgde hij een revalidatiebehandeling met een psycholoog, ergotherapeut en fysiotherapeut. Naast dat het oordeel van de verzekeringsarts b&b – dat eiser nog niet is behandeld voor de tinnitus- en stemmingsklachten – onjuist is, is ook niet gemotiveerd waarom verwacht wordt dat een nieuwe behandeling de belastbaarheid dusdanig zal veranderen.

Er dienen verdergaande beperkingen in de FML te worden aangenomen. Eiser heeft vrijwel voortdurend hoofdpijn, waardoor zijn concentratie, aandacht en energie sterk zijn verminderd. Hij kan zich niet langer dan een half uur op een taak richten. Indien de duur van de hoorzitting en het spreekuur de richtlijn is, merkt eiser op dat hij al zijn energie en concentratie van die dag in dat ene uur heeft gestopt en dat hij daarna mentaal en lichamelijk is gesloopt. Daarnaast kan hij door het gebrek in concentratie en energie niet in een hoog, dwingend tempo werken, ook niet bij eenvoudige routinematige werkzaamheden. Wat betreft de auditieve prikkels blijft, ondanks het gebruik van een noise cancelling hoofdtelefoon of oordopjes, de tinnitus aanwezig wat zorgt voor ernstige hoofdpijn. Bovendien zorgt te veel beweging van bijvoorbeeld mensen en machines voor overprikkeling, waardoor voor visuele prikkels een beperking dient te worden aangenomen.

Eiser doet, buiten zijn wil om, in feite niets op een dag, dit wordt ook opgemerkt in het dagverhaal van de verzekeringsarts b&b. Dit kan je bezwaarlijk “functioneren” noemen. Eiser kookt niet, doet geen huishouden, is gestopt met vrijwilligerswerk, en ziet geen mensen. Er dient een forse urenbeperking te worden aangenomen, inhoudende dat eiser op dit moment, en in de toekomst, helemaal niet belastbaar is. Eiser dient in aanmerking te komen voor een IVA-uitkering, of er moeten in ieder geval verdergaande beperkingen te worden aangenomen.

Het UWV stelt dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt is. Of de beperkingen duurzaam zijn is dan niet relevant. Recht op een IVA-uitkering kan immers alleen bestaan als eiser volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Eisers standpunt dat er meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen, wordt niet onderbouwd met (nieuwe) medische informatie. Het UWV verwijst hiervoor naar de overwegingen en het oordeel van de verzekeringsarts b&b en is van mening dat er een zorgvuldig medisch onderzoek is verricht en dat de conclusies goed zijn gemotiveerd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Eiser is door zowel de primaire arts als de verzekeringsarts b&b gezien en medisch onderzocht. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt dat hij op de hoogte was van de door eiser gestelde klachten. De in het dossier aanwezige medische informatie is betrokken in de beoordeling. Dat de verzekeringsarts b&b geen volledig beeld heeft van de aanwezige informatie, kan de rechtbank niet volgen.

Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. De verzekeringsarts b&b heeft beperkingen aangenomen die gebaseerd zijn op eigen onderzoek en op de medische informatie die beschikbaar was in het dossier. Dat er verdergaande beperkingen dienen te worden aangenomen, wordt niet onderbouwd met nieuwe medische informatie. Niet is gebleken dat in de FML van 24 juli 2025 de beperkingen van eiser zijn onderschat. De beroepsgrond dat eiser meer beperkt moet worden, slaagt niet. Eiser heeft ook niet met medische stukken onderbouwd dat er een verdergaande urenbeperking moet worden aangenomen. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid zoals die is neergelegd in die FML.

Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?

7. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid:

Assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041),

Productiemedewerker confectie, kleermaken (SBC-code 272042), en

Medewerker postverzorging (intern) (SBC-code 315140).

Eiser heeft aangevoerd dat deze functies ten onrechte geschikt worden geacht, omdat de belastbaarheid wordt overschreden. De arbeidsdeskundige b&b verwerpt een aantal functies, omdat er een overschrijding is ten aanzien van het samenwerken. In de functie Productiemedewerker confectie, kleermaken worden de pantalons samen met collega’s stapsgewijs vermaakt. Uit de werkomschrijving blijkt dat eiser ‘bij grote drukte collega’s assisteert’. Enerzijds vindt hierdoor een overschrijding plaats wat betreft de samenwerking, anderzijds kan eiser geen veelvuldige productiepieken hanteren. Onduidelijk blijft wat onder ‘grote drukte’ wordt verstaan. In deze functie en in de functies Assemblagemedewerker elektronische producten en Medewerker postverzorging (intern) wordt in verband met auditieve en visuele prikkels op het onderdeel afleiding door anderen de belastbaarheid overschreden. Het dragen van een noise cancelling hoofdtelefoon of oordopjes is niet voldoende. Eiser kan bovendien in de functie Medewerker postverzorging (intern) niet deelnemen aan een dagelijks terugkerend overleg van 15 minuten en aan een maandelijks terugkerend afdelingsoverleg van één uur. Ook dit valt onder ‘samenwerken’ en op dit onderdeel is hij beperkt. Eiser heeft niet de concentratie om deel te nemen aan de besprekingen. Ook dient dagelijks het fijnsorteren met elkaar afgestemd te worden. Dit zorgt voor een overschrijding van de belastbaarheid. Eiser meent dat er onvoldoende functies overblijven waarop de restverdiencapaciteit kan worden bepaald. Hij is dan ook volledig arbeidsongeschikt op de arbeidsdeskundige gronden.

Het UWV is van oordeel dat eiser geschikt is voor de drie geduide functies. De arbeidsdeskundige b&b heeft dit beargumenteerd in diens rapportage en in een reactie op de door eiser geventileerde arbeidskundige gronden.

De functie Productiemedewerker confectie, kleermaken kenmerkt zich door samenwerken met een eigen afgebakende deeltaak. De pantalons worden zelfstandig vermaakt en dus niet gelijktijdig met een collega. Dit overschrijdt de belastbaarheid niet, zoals blijkt uit de resultaat functiebeoordeling. Het assisteren van collega’s bij grote drukte betekent niet dat er dan ook sprake is van een productiepiek. Productiepieken zijn tijdelijk opgeschroefde eisen aan de kwantitatieve output, waardoor het werktempo beduidend hoger is. Dat is hier niet het geval. Als het werk aan het eind van de dag niet af is omdat er eenvoudigweg te veel werk was, is de oplossing van het probleem te vinden in overwerk (extensivering) en is er geen sprake van een deadline volgens de definitie. Ook kan een efficiëntere uitvoering van een taak ervoor zorgen dat het werk wel aan het eind van de dag af is. Een deadline wordt niet gesteld en door het niet aangeven van een kenmerkende belasting door de analist kan die grote drukte niet worden gezien als productiepiek. Zoals aangegeven in de resultaat functieboordeling kan er gebruik worden gemaakt van een noise cancelling hoofdtelefoon of oordopjes, zoals in het dagelijks leven ook wordt gedaan. Dit laatste geldt ook voor de functie Assemblagemedewerker elektrotechnische producten. In de functie Medewerker postverzorging (intern) werkt eiser samen met een collega aan een eigen afgebakende deeltaak, zoals bij één snijmachine roulerend sorteren en snijden, het afstemmen van het fijnsorteren en het ophalen en verdelen van werk aan de scanstraat. Hierdoor vindt er geen signalering plaats. Het sorteren en snijden gebeurt zelfstandig, alleen, door de functionaris zelf. De vorm van het samenwerken beperkt zich tot afstemmen. Het deelnemen aan overleggen kan niet gezien worden als een vorm van samenwerken. In het CBBS is ‘samenwerken’ het met meerdere personen gezamenlijk een taak uitvoeren. Bij het overleg behoeft geen taak uitgevoerd te worden. Ook is er geen sprake van een overschrijding ten aanzien van het concentreren, vasthouden en richten van de aandacht. Zoals aangegeven kan gebruik worden gemaakt van een noise cancelling hoofdtelefoon of oordopjes, dit doet eiser in het dagelijks leven ook.

De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige in beroep voldoende heeft toegelicht dat er in de functie Productiemedewerker confectie, kleermaken alleen sprake is van samenwerking in de vorm van een eigen afgebakende deeltaak. Dit is in overeenstemming met eisers beperkingen op grond van de FML. Ook het standpunt dat er geen sprake is van productiepieken is voldoende toegelicht. De stelling van eiser dat hij de functie niet kan uitoefenen vanwege visuele prikkels wordt niet gevolgd, aangezien hij volgens de FML hier niet op beperkt is. Verder is voldoende gemotiveerd dat het overleg bij de functie Medewerker postverzorging (intern) niet kan worden aangemerkt als samenwerken in de zin van de FML. In zoverre slagen de gronden van eiser niet.

De rechtbank heeft echter wel twijfels bij de geschiktheid van de geduide functies om de volgende redenen. Niet in geschil is dat bij eiser sprake is van tinnitus. Om die reden is er een beperking aangenomen op item 1.8.1 (afleiding door anderen). Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat het gebruik van een noise cancelling hoofdtelefoon of oordopjes de tinnitus verergert. Doordat er geen geluid is van buitenaf, wordt de focus juist gericht op de tinnitus. Eiser gebruikt dan ook geen noise cancelling (meer) vanwege de toegenomen klachten die hij daardoor ervaart. Dit komt voor de rechtbank plausibel over. Onder deze omstandigheden kan de redenering van de arbeidsdeskundige b&b dat eiser een noise cancelling hoofdtelefoon of oordopjes kan dragen om de functies te kunnen verrichten niet worden gevolgd. Daarnaast geldt voor de functie Medewerker postverzorging (intern) dat het overleg van één uur de belastbaarheid van eiser overschrijdt op het item 1.1 (vasthouden van de aandacht), omdat eiser zich niet langer dan een half uur kan richten op één taak.

Conclusie en gevolgen

8. Uit wat onder 7.4 is overwogen volgt dat het bestreden besluit lijdt aan een motiveringsgebrek. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.

De rechtbank ziet aanleiding om het UWV in de gelegenheid te stellen dit gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar.

Indien het UWV tot de conclusie komt dat eiser 80-100% arbeidsongeschikt is, dan dient ook beoordeeld te worden of eiser duurzaam arbeidsongeschikt is. Daarbij dient het UWV dan in te gaan op de aangevoerde beroepsgronden over de duurzaamheid en op de stukken die eiser op 28 juli 2026 heeft overgelegd. De rechtbank betrekt, anders dan ter zitting was besloten, deze te laat ingediende stukken dus alsnog in het geding, nu de procedure via deze tussenuitspraak wordt voortgezet.

De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV de gebreken kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak. Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of het gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. Als het UWV gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier, op 18 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Bijlage: wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. In het tweede lid is bepaald dat in het eerste lid onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. In het derde lid is bepaald dat onder duurzaam mede wordt verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand