ECLI:NL:RBZWB:2026:7861

ECLI:NL:RBZWB:2026:7861

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer BRE 25/3687 PW en 25/6054 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Schending inlichtingenplicht door het niet melden van werkzaamheden als sekswerker. Intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering houden stand, evenals afwijzing van de nieuwe aanvraag. Eiseres heeft gewijzigde omstandigheden en (daarmee) bijstandbehoevende omstandigheden niet aannemelijk gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2026 in de zaken tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 25/3687 PW en 25/6054 PW

(gemachtigde: mr. G.J. de Kaste),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder,

(gemachtigde: mr. J. Jansen).

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking en terugvordering van de uitkering van eiseres op grond van de Participatiewet (PW) en de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van de PW. Eiseres is het daarmee niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beroepen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen ongegrond zijn. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 12 juni 2025 (bestreden besluit I) en het bestreden besluit van 16 oktober 2025 (bestreden besluit II) op de bezwaren van eiseres is het college bij de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering en de afwijzing van de aanvraag om een bijstandsuitkering gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

Het college heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.

De rechtbank heeft het onderzoek in de beroepen op de zitting van 18 mei 2026 geopend en vrijwel direct – op schriftelijk verzoek van de gemachtigde van eiseres dat kort voor zitting was ontvangen – geschorst. Op deze zitting waren eiseres en de gemachtigde van het college aanwezig. In het (korte) proces-verbaal van deze zitting heeft de rechtbank ter voorbereiding op de volgende zitting voor beide partijen vragen geformuleerd.

De rechtbank heeft de beroepen vervolgens op de zitting van 7 juli 2026 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van de bestreden besluiten

Eerdere intrekking en terugvordering

3. Eiseres ontving sinds 21 november 2016 een bijstandsuitkering.

Met de besluiten van 11 januari 2024 en 12 februari 2024 heeft het college deze uitkering met ingang van 6 januari 2021 ingetrokken en de ten onrechte betaalde uitkering over de periode van 6 januari 2021 tot en met 30 november 2023 ten bedrage van € 30.516,39 van eiseres teruggevorderd, omdat zij in strijd met de inlichtingenplicht geen melding had gemaakt van haar werkzaamheden als sekswerker. Met het besluit van op bezwaar van 4 juli 2024 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen deze besluiten ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit op bezwaar. De rechtbank heeft dat beroep op 18 februari 2025 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft (kort gezegd) geoordeeld dat het college met de bevindingen uit onderzoek – in samenhang bezien – voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres als sekswerker (als ‘ [persoon 1] ’ via [website 1] ) werkzaam is geweest en dat sprake was van op geld waardeerbare werkzaamheden. Tegen deze uitspraak is hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) aanhangig.

De periode in geding

Eiseres ontving met ingang van 26 februari 2024 weer een bijstandsuitkering.

Met het besluit van 9 januari 2025 heeft het college deze uitkering met ingang van 26 februari 2024 ingetrokken omdat het recht op bijstand niet is vast te stellen. Eiseres heeft volgens het college inkomsten uit werkzaamheden en dat in strijd met de inlichtingenplicht niet gemeld. In dat besluit stond daarnaast dat eiseres over de periode van 26 april 2024 tot en met 30 november 2024 teveel uitkering had ontvangen en dit zou moeten terugbetalen.

Vervolgens heeft het college op 23 januari 2025 een tweetal besluiten genomen. Met het ene besluit van die datum is het besluit van 9 januari 2025 ingetrokken en is daarvoor in de plaats een nieuw besluit genomen dat gelijkluidend was met dien verstande dat er nu in stond dat eiseres over de periode van 26 februari 2024 tot en met 30 november 2024 teveel uitkering had ontvangen en dit zou moeten terugbetalen. In het andere besluit van die datum is de ten onrechte betaalde bijstand over die periode ten bedrage van € 9.372,17 van eiseres teruggevorderd.

Op 22 januari 2025 en 5 februari 2025 heeft het college aan eiseres brieven gestuurd in verband met terugbetaling van deze vordering van € 9.372,17 en die van € 30.516,39.

Eiseres heeft tegen deze brieven en de besluiten van 9 en 23 januari 2025 bezwaar gemaakt.

Op 13 januari 2025 heeft eiseres zich digitaal gemeld om weer een bijstandsuitkering aan te vragen. Dit heeft volgens het college niet tot een aanvraag geleid omdat eiseres geen afspraak voor een meldingsgesprek heeft gemaakt.

Op 10 maart 2025 heeft eiseres weer een melding gemaakt en vervolgens op 25 maart 2025 een aanvraag ingediend.

Met het primaire besluit van 1 mei 2025 heeft het college deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden ten opzichte van het eerdere besluit waarmee de uitkering is ingetrokken.

Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bestreden besluit I

Met bestreden besluit I van 12 juni 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen de besluiten van 23 januari 2025, onder aanvulling van de motivering, ongegrond verklaard. Het bezwaar tegen het besluit van 9 januari 2025 en de brieven van

22 januari 2025 en 5 februari 2025 verklaart het college niet-ontvankelijk.

Het college stelt dat hij op 3 december 2024 van het Bestuurlijk [interventieteam] een melding heeft ontvangen dat eiseres op 29 november 2024 tijdens een prostitutie-controle in [plaats] als sekswerker is aangehouden. De controle is uitgevoerd naar aanleiding van een advertentie op de website [website 1] . Er is contact gelegd met ‘ [persoon 2] ’ die seksuele handelingen tegen betaling aanbood. Er is een afspraak gemaakt bij [locatie] in [plaats] voor een date van 2 uur en een bedrag van € 440,-.

Op de afspraak is een vrouw verschenen in een grijze Mercedes en zij heeft aangegeven [persoon 2] te zijn. Zij kon zich niet legitimeren maar gaf aan te zijn: [persoon 3] , geboren op [geboortedag 1] 1989, woonachtig aan de [adres 1] . Bij controle door het Prostitutie Controleteam (PCT) kon op deze gegevens geen persoon worden gevonden. Het kenteken van de Mercedes is gecontroleerd en daaruit bleken de volgende gegevens: [persoon 3] , geboren op [geboortedag 2] 1987, woonachtig [adres 2] .

Tijdens het gesprek met het PCT op 29 november 2024 heeft eiseres verklaard dat zij dit werk doet, naast een baan voor 3 dagen, om extra geld bij te verdienen na een break met haar vriend. Het is financieel moeilijk om rond te komen voor eiseres en haar kindje. Eiseres woont tijdelijk weer bij haar ouders. Eiseres werkt pas net in de prostitutie en is nooit eerder gecontroleerd. Nadien bleek dit niet waar te zijn. Naast dat eiseres een valse naam, geboortedatum en adres heeft opgegeven, bleek zij geen kind te hebben, al sinds 2018 alleen bij haar vader te wonen, geen inkomsten te hebben maar een bijstandsuitkering en al meerdere keren te zijn gecontroleerd voor prostitutie buiten de gemeente [plaats] . Eiseres werkte toen onder de naam [persoon 1] .

Volgens het college is voldoende duidelijk dat eiseres prostitutiewerkzaamheden heeft verricht onder de naam [persoon 2] . De persoonsgegevens die tijdens de controle op

29 november 2024 zijn verstrekt wijken slechts minimaal af van de persoonsgegevens van eiseres. Daarnaast blijkt het kenteken van de Mercedes, die op die dag is waargenomen en waarvan de bestuurster naar de hotelkamer kwam en heeft aangegeven [persoon 2] te zijn, op naam van eiseres te staan. Verder heeft [interventieteam] eiseres, aan de hand van een foto van haar identiteitsbewijs, positief geïdentificeerd als [persoon 2] . Tot slot is eiseres de persoon op de verificatiefoto die bij [bedrijf] B.V. (het platform achter de website [website 1] ) is ingediend ter verificatie van het profiel van [persoon 2] op [website 1] .

Op 4 en 6 december 2024 heeft internetonderzoek plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat het account van [persoon 2] nog steeds actief is. Deze advertentie is voor het laatst op 1 december 2024 gewijzigd en actief sinds 11 december 2023. Dit is kort nadat het account ‘ [account] ’ op 7 december 2023 van [website 1] is verwijderd. Er zijn reviews over eiseres op [website 2] geschreven onder andere over het gegeven dat de standplaats van eiseres in de tussentijd een aantal malen veranderd is. Op 7 februari 2024 is een review geplaatst door iemand die dezelfde avond seks tegen betaling met eiseres heeft gehad. Hieruit kan worden opgemaakt dat eiseres in ieder geval vanaf 7 februari 2024 (weer) actief is als sekswerker. Daarnaast blijkt uit informatie van [bedrijf] dat de advertentie van [persoon 2] actief is sinds 11 december 2023, voor aanvang van de bijstandsuitkering dus. Verder blijkt uit de logs van [bedrijf] dat eiseres vanaf 11 december 2023 tot in ieder geval

8 december 2024 actief is geweest door bijvoorbeeld locatiewijzigingen door te geven. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat eiseres de advertentie meerdere malen bijgewerkt heeft. Tijdens de laatste controle op 7 januari 2025 stond de advertentie nog steeds online en was in totaal ruim 52.000 keer bekeken.

Het college concludeert dat eiseres werkzaamheden als sekswerker heeft verricht en dat sprake is van op geld waardeerbare werkzaamheden. Door hiervan geen melding te maken heeft eiseres de inlichtingenplicht geschonden. Hierdoor kan het college het recht op bijstand niet vaststellen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt als zij de inlichtingenplicht niet zou hebben geschonden zij wel recht zou hebben gehad op bijstand. Eiseres blijft ontkennen als sekswerker gewerkt te hebben en heeft geen gegevens/administratie over die werkzaamheden verstrekt. Daarmee is het recht op bijstand ook niet schattenderwijs vast te stellen. Het college stelt dan ook terecht de bijstandsuitkering met ingang van 26 februari 2024 te hebben ingetrokken en de ten onrechte betaalde bijstand te hebben teruggevorderd.

Het college ziet geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het college stelt na melding van [interventieteam] voortvarend tewerk te zijn gegaan. Daarnaast is de uitkering vanaf 1 december 2024 niet meer betaald om de terugvordering zoveel mogelijk te beperken. Verder vindt het college bij de belangenafweging van belang dat eiseres de inlichtingenplicht geschonden heeft en er eerder bijstand van haar is teruggevorderd vanwege het niet melden van werkzaamheden als sekswerker. Ook geeft eiseres geen openheid van zaken maar blijft ontkennen. Tot slot wordt eiseres bij de invordering van de terugvordering beschermd door de beslagvrije voet.

Bestreden besluit II

Met bestreden besluit II van 16 oktober 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit van 1 mei, onder wijziging van de grondslag, ongegrond verklaard.

Het college stelt dat in het kader van de aanvraag is verzocht om bewijsstukken over de inkomsten en de manier waarop eiseres na de intrekking van de uitkering in haar levensonderhoud heeft voorzien en er is gevraagd of eiseres met het sekswerk is gestopt. Eiseres heeft geen bewijsstukken over de inkomsten overgelegd noch aangegeven dat zij is gestopt met het sekswerk of dat er anderszins een relevante wijziging in haar omstandigheden is geweest. Na overleg met de gemachtigde van eiseres heeft eiseres per e-mail laten weten geen prijs te stellen op een gesprek en de aanvraag door te zetten.

Het college stelt verder dat in bezwaar is gebleken dat eiseres nog steeds met het profiel [persoon 2] op de website [website 1] staat. Het profiel is actief sinds 11 december 2023 en voor het laatst bijgewerkt op 26 september 2025. Op het profiel van [persoon 1] op [website 2] , waarvan eerder is vastgesteld dat eiseres dat profiel gebruikt, heeft een gebruiker op 5 april 2025 aangegeven dat eiseres nog bekend is. Deze gegevens in combinatie met de eerdere onderzoeken maakt dat het college er van uit gaat dat eiseres nog steeds sekswerk verricht.

Het college stelt dan ook dat hij niet kan vaststellen dat eiseres in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Er is ook geen sprake van gewijzigde omstandigheden sinds de primaire besluiten van 23 januari 2025. Volgens het college is de aanvraag van eiseres om een bijstandsuitkering daarom terecht afgewezen.

Beroep

Bestreden besluit I

Eiseres stelt ten aanzien van bestreden besluit I dat uit onderzoek niet blijkt dat zij over de periode in geding inkomsten heeft gehad. Er zitten hiaten in het onderzoek en de herkomst van de bevindingen bij onderzoek blijven onduidelijk en niet te verifiëren. Er zijn geen objectieve en controleerbare gegevens dat eiseres is aangetroffen bij een prostitutiecontrole. Haar identiteit is niet feitelijk vastgesteld. Dat het college uit een kentekenregistratie en herkenning achteraf afleidt dat eiseres sekswerker is, is niet houdbaar. Ook de koppeling met het online profiel is ontoereikend. Het college baseert zich op een verificatiefoto maar er is geen onderbouwing voor de authenticiteit of herkomst van de foto. Er ontbreekt direct en overtuigend bewijs dat eiseres de bedoelde advertenties heeft geplaatst of beheerd. Verder is niet aangetoond dat in de te beoordelen periode afspraken hebben plaatsgevonden, betalingen zijn ontvangen of inkomsten zijn gegenereerd. De reviews zijn anoniem, niet verifieerbaar en niet te koppelen aan eiseres. Het college heeft niet aangetoond dat eiseres op geld waardeerbare arbeid heeft verricht en het is niet aan eiseres om aan te tonen dat zij dat niet heeft gedaan.

Verder stelt dat eiseres dat een daadwerkelijke evenredigheidstoets ontbreekt.

4..1.3 Tot slot stelt eiseres dat zij verschillende keren heeft aangegeven niet te willen verklaren. Dat is genegeerd.

Bestreden besluit II

Ten aanzien van bestreden besluit II stelt eiseres dat dat besluit ondeugdelijk gemotiveerd is. De aanvraag is afgewezen zonder dat het college zorgvuldig onderzoek heeft gedaan.

Het college leidt uit het profiel op [website 1] ten onrechte af dat sprake is van voortgezet sekswerk. Deze conclusie is niet onderbouwd en niet gebaseerd op controleerbare feiten. Het college heeft geen onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke inkomsten, werkzaamheden of de betekenis van het profiel. De enkele vermelding van een profiel is geen bewijs van inkomsten en onvoldoende voor de conclusie dat eiseres niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Het college heeft ook nagelaten eiseres te horen over het profiel. Bovendien staat het besluit over de intrekking nog niet in rechte vast.

Verweer

Bestreden besluit I

Het college heeft over bestreden besluit I in beroep aanvullend gesteld dat door [interventieteam] is aangegeven dat hij eiseres voor 100% herkent op de foto van haar identiteits-bewijs die eiseres heeft ingeleverd bij haar aanvraag om bijstand. Het college ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [interventieteam] . Eiseres kan worden gekoppeld aan de advertentie van [persoon 2] op [website 1] . en zij is verschenen op de afspraak die is gemaakt naar aanleiding van de advertentie van [persoon 2] . Volgens het college is aangetoond dat eiseres werkzaamheden als sekswerker heeft verricht. Dat er tijdens het onderzoek druk op eiseres is uitgeoefend blijkt uit niets en is ook niet aangetoond. Er waren volgens het college geen minder belastende onderzoeksmethoden beschikbaar, aangezien eiseres al eerder de inlichtingenplicht heeft geschonden en nog steeds geen openheid van zaken geeft.

Bestreden besluit II

Het college heeft over bestreden besluit II in beroep aanvullend gesteld dat het op de weg van eiseres, als aanvrager, ligt om aan te tonen dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert en wat de gewijzigde omstandigheden zijn.

Over de periode van 6 januari 2021 tot en met 30 november 2023 en van

26 februari 2024 tot en met 30 november 2024 heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken vanwege schending van de inlichtingenplicht in verband met het niet opgeven van (inkomsten uit) sekswerk. Dat eiseres ontkent gewerkt te hebben en de rechtbank en/of CRvB nog geen uitspraak hebben gedaan, maakt volgens het college niet dat hij de bevindingen van eerdere onderzoeken niet mag betrekken bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag om bijstand.

Eiseres heeft bij die aanvraag niet aangegeven wat de gewijzigde omstandigheden sinds de eerdere intrekkingen zijn en heeft, ondanks het verzoek van het college, geen gebruik gemaakt om hierop in een gesprek een toelichting te geven.

In het kader van de volledige heroverweging in bezwaar is het college nagegaan of de accounts waarmee eiseres eerder als sekswerker adverteerde nog actueel waren. Dat bleek zo te zijn. Dat deze bevindingen niet met eiseres gedeeld zijn betekent volgens het college niet dat de besluitvorming onzorgvuldig is.

Toetsingskader

6. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Oordeel van de rechtbank

7.1.1 Op zitting heeft eiseres haar beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen de brieven van 22 januari 2025 en 5 februari 2025, ingetrokken. De rechtbank zal daarover dan ook geen oordeel vellen.

7.1.2 Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen het besluit van 9 januari 2025 heeft eiseres gehandhaafd. Dat beroep verklaart de rechtbank ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college dat bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang, omdat het besluit van

9 januari 2025 is ingetrokken en vervangen door het besluit van 23 januari 2025.

Intrekking en terugvordering

7.2.1 De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het college op goede gronden de bijstandsuitkering van eiseres met ingang van 26 februari 2024 heeft ingetrokken en de ten onrechte betaalde bijstand over de periode van 26 februari 2024 tot en met 30 november 2024 heeft teruggevorderd.

De te beoordelen periode loopt van 26 februari 2024 tot en met 30 november 2024.

7.2.2 Intrekking is een voor de betrokkene belastend besluit. Op grond van vaste rechtspraak rust daarom de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op de bijstandverlenende instantie. Deze bewijslast brengt in dit geval met zich dat het college aannemelijk moet maken dat, en in welk opzicht eiseres in de te beoordelen periode de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat als gevolg daarvan het recht op bijstand over die periode niet kan worden vastgesteld.

Schending van de inlichtingenverplichting levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in hoeverre de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Het is dan aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij, indien hij destijds wel aan de inlichtingenverplichting zou hebben voldaan, over de betreffende periode recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad.

Indien na een schending van de inlichtingenverplichting de door de betrokkene gestelde en aannemelijk gemaakte feiten geen grondslag bieden voor een precieze vaststelling van het recht op bijstand, dan is de bijstandverlenende instantie gehouden om, indien mogelijk, schattenderwijs vast te stellen tot welk bedrag de betrokkene in ieder geval wel recht op bijstand heeft, op basis van de vaststaande feiten. Het eventuele nadeel voor de betrokkene dat voortvloeit uit de resterende onzekerheden, komt daarbij wegens schending van de inlichtingenverplichting voor zijn rekening.

7.2.3 Het college heeft de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken en teruggevorderd omdat uit onderzoek is gebleken dat zij in de te beoordelen periode prostitutie-werkzaamheden heeft verricht, die op geld waardeerbaar zijn, en waarvan zij in strijd met de inlichtingenplicht geen melding heeft gemaakt.

Het college baseert deze conclusie onder meer op de rapportage van [interventieteam] van

29 november 2024 en het Rapport van [toezichthouder] van 7 januari 2025.

7.2.4 Uit deze rapportages leidt de rechtbank af dat door het PCT van [interventieteam] op de advertentie van [persoon 2] op [website 1] is gereageerd en een afspraak is gemaakt voor betaalde seks op 29 november 2024. Op die afspraak is een vrouw verschenen die kwam aanrijden in een grijze Mercedes en bevestigde [persoon 2] te zijn. Hoewel eiseres betwist dat zij dit is geweest, is de rechtbank van oordeel dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres de persoon is die door het PCT is gecontroleerd. Weliswaar bevat de betreffende rapportage geen verslaglegging van de waarneming van het kenteken, maar duidelijk is wel dat het PCT – omdat ‘ [persoon 2] ’ zich niet kon niet legitimeren en op basis van de opgegeven persoonsgegevens niemand kon worden gevonden – op basis van het kenteken heeft vastgesteld dat de auto waarin ‘ [persoon 2] ’ kwam aanrijden, op naam van eiseres staat. De rechtbank ziet geen redenen om eraan te twijfelen dat het PCT heeft gezocht op het kenteken dat bij de controle is waargenomen. Daar komt bij dat de bij de controle opgegeven persoonsgegevens maar in geringe mate afwijken van de gegevens van eiseres (zowel qua naam, adres als geboortedatum). Bovendien is door [interventieteam] bevestigd dat zij eiseres, op basis van haar identiteitsbewijs, herkennen als zijnde de vrouw die zij tijdens de controle op 29 november 2024 hebben aangetroffen.

7.2.5 Met het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank tevens de koppeling met het profiel van [persoon 2] aannemelijk gemaakt. Immers, eiseres is verschenen naar aanleiding van een afspraak die met [persoon 2] is gemaakt voor seks tegen betaling. Bovendien staat eiseres op de verificatiefoto die hoort bij dat profiel op [website 1] . Het college heeft op basis daarvan kunnen concluderen dat eiseres werkzaam was als sekswerker.

7.2.6 De stelling van eiseres dat is genegeerd dat zij verschillende keren heeft aangegeven niet te willen verklaren en dat de beslissing geen duiding geeft van ‘informed consent’, maakt het voorgaande niet anders. Eiseres heeft bij [toezichthouder] niet (inhoudelijk) verklaard, maar alleen aangegeven dat zij zich er niet in herkend, niet kan verklaren en verwezen naar haar advocaat. Bij de controle door het PCT van [interventieteam] heeft eiseres wel een korte verklaring afgelegd, maar die bleek grotendeels bezijden de waarheid en bovendien ligt die verklaring niet ten grondslag aan de conclusie dat eiseres als [persoon 2] sekswerk heeft verricht.

7.2.7 Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college verder afdoende gemotiveerd dat, omdat het account/de advertentie van [persoon 2] op [website 1] over de gehele te beoordelen periode actief is geweest, tussentijds een aantal keren is gewijzigd en gelet op de review op 7 februari 2024, sprake is van (op geld waardeerbare) werkzaamheden met ingang van 26 februari 2024.

7.2.8 Door het niet melden van de werkzaamheden als sekswerker en de inkomsten daaruit heeft eiseres de inlichtingenplicht geschonden.

7.2.9 In het bestreden besluit heeft het college vervolgens de term “omkering bewijslast” gebruikt. In beroep ageert eiseres daartegen, maar lijkt zich daarbij voornamelijk te richten op de feitenvaststelling die vooraf gegaan is aan de conclusie van het college dat de inlichtingenplichtenplicht is geschonden. Zoals hiervoor is overwogen, heeft het college aannemelijk gemaakt dat de inlichtingenplicht is geschonden en is daarbij (dus) geen sprake geweest van omkering van de bewijslast.

Voor zover met de omkering van de bewijslast is gedoeld op het uitgangspunt dat het vervolgens aan eiseres is om aannemelijk te maken dat zij, indien zij destijds wel aan de inlichtingenverplichting zou hebben voldaan, over de betreffende periode recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad, geldt dat dit in overeenstemming is met de (in rechtsoverweging 7.2.2 genoemde) vaste rechtspraak. Daarom slaagt ook deze beroepsgrond niet.

7.2.10 Aangezien eiseres verder geen inlichtingen heeft verschaft/willen verschaffen over haar werkzaamheden, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat als zij wel aan de inlichtingenplicht had voldaan zij (aanvullend) recht zou hebben gehad op bijstand en heeft het college ook niet schattenderwijs het recht op bijstand kunnen vaststellen.

Omdat als gevolg van de schending van de inlichtingenplicht niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in welke mate eiseres in de te beoordelen periode verkeerde in bijstandbehoevende omstandigheden, was het college verplicht de bijstand op grond van de artikelen 54, derde lid, eerste volzin en 58, eerste lid, van de PW in te trekken en terug te vorderen.

Evenredigheidsbeginsel

7.2.11 De artikelen 54, derde lid, eerste volzin en 58, eerste lid, van de PW hebben een verplichtend karakter. Daarom is er in beginsel geen ruimte voor toetsing van het daarop gebaseerde besluit aan het evenredigheidsbeginsel. Uit het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet volgt dat de rechter een bepaling van een wet in formele zin, zoals de PW, niet mag toetsen aan de Grondwet en ook niet aan algemene rechtsbeginselen. Dit brengt mee dat de rechter niet mag oordelen over de belangenafweging die de wetgever heeft verricht of geacht moet worden te hebben verricht bij de totstandkoming van die wettelijke bepaling. Als zich bijzondere omstandigheden voordoen waarmee de wetgever in zijn afweging geen rekening heeft gehouden, kan aanleiding bestaan om tot een andere uitkomst te komen dan waartoe toepassing van de wettelijke bepaling leidt. Dat is het geval als die bijzondere omstandigheden de toepassing van die bepaling zozeer in strijd doen zijn met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven.

7.2.12 Eiseres heeft gesteld dat een daadwerkelijke evenredigheidstoets ontbreekt. Op zitting heeft zij toegelicht dat het gaat om een grote vordering en dat zij psychische klachten heeft. Zij kijkt nog steeds om zich heen of zij niet gevolgd wordt.

7.2.13 Behalve dat hieruit niet blijkt dat de psychische klachten van eiseres een direct gevolg zijn van de terugvordering, heeft zij die stelling ook niet met (medische stukken) onderbouwd. De rechtbank vindt de (enkele) stelling van eiseres onvoldoende om te oordelen dat op grond van het evenredigheidsbeginsel de dwingendrechtelijke bepalingen van de artikelen 54 en 58 PW (contra legem) buiten toepassing zouden moeten blijven. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep op het evenredigheidsbeginsel daarom niet.

Afwijzing nieuwe aanvraag

7.3.1 De vraag die in dit kader beantwoord moet worden is of het college op goede gronden de aanvraag van eiseres om een bijstandsuitkering van 25 maart 2025 heeft afgewezen.

De te beoordelen periode loopt van 10 maart 2025 (datum melding) tot en met 1 mei 2025 (besluit tot afwijzing).

7.3.2 Omdat de intrekking van de bijstand met ingang van 26 februari 2024 naar het oordeel van de rechtbank standhoudt, is de aanvraag van 25 maart 2025 aan te merken als een nieuwe aanvraag.

Het ligt daarom conform vaste rechtspraak op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat haar omstandigheden zijn gewijzigd sinds de intrekking van bijstand waardoor zij nu wel recht op bijstand heeft.

7.3.3 De rechtbank is van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat eiseres de gewijzigde omstandigheden en (daarmee) bijstandbehoevende omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt. Het college daarbij rekening mogen houden met het gegeven dat het account van [persoon 2] nog steeds actief was op [website 1] ; voor het laatst bijgewerkt op 26 september 2025. Aldus is niet aannemelijk dat eiseres over de te beoordelen periode haar werkzaamheden als sekswerker beëindigd heeft en – aangezien eiseres tijdens het onderzoek naar aanleiding van haar aanvraag geen bewijzen van inkomsten of andere bewijsstukken met betrekking tot deze werkzaamheden heeft ingeleverd – in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.

Conclusie en gevolgen

De rechtbank komt tot de slotsom dat de besluiten tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiseres en tot afwijzing van haar nieuwe aanvraag om bijstand, standhouden. De beroepen zijn dan ook ongegrond.

Omdat de beroepen ongegrond zijn heeft eiseres geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond,

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. H.D. Sebel, griffier op 18 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Participatiewet

Artikel 11

1. Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.

Artikel 17

1. De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.

2. De belanghebbende verleent het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

Artikel 54

3. Het college herziet een besluit tot toekenning van bijstand, dan wel trekt een besluit tot toekenning van bijstand in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand kan het college een besluit tot toekenning van bijstand herzien of intrekken, indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Artikel 58

1. Het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend vordert de kosten van bijstand terug voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand