ECLI:NL:RBZWB:2026:7881

ECLI:NL:RBZWB:2026:7881

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-06-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer C/02/438145 / FA RK 25-3853
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Gezagsbeëindiging met ieders instemming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer: C/02/438145 / FA RK 25-3853

datum uitspraak: 17 juni 2026

beschikking over beëindiging van het gezag

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Zuidwest Nederland,

locatie Breda,

hierna: de Raad,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023 (hierna: [minderjarige] ).

Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,

raadsman: mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg;

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

raadsman: mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg;

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen de GI,

gevestigd in Middelburg;

[pleegouder 1] en [pleegouder 2], hierna te noemen de pleegouders,

wonende in [woonplaats 2] .

1. De zaak bij de rechtbank

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 21 juli 2025 ontvangen verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag, met bijlagen.

Het verzoek is mondeling behandeld op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig een vertegenwoordiger namens de Raad, mr. N. Wouters (als waarnemer van mr. R. Wouters) als raadsvrouw van de ouders, een vertegenwoordiger namens de GI en de pleegouder met voor hen een tolk Arabisch (Libanees).

Hoewel behoorlijk opgeroepen, zijn de moeder en de vader niet verschenen.

2. De feiten

De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.

De vader heeft [minderjarige] erkend.

De vader en de moeder hebben samen het gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 15 mei 2023 is de destijds nog ongeboren [minderjarige] voorlopig

onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 15 mei 2023 en tot 29 mei 2023. Bij

beschikking van 26 mei 2023 is de voorlopige ondertoezichtstelling verlengd tot

15 augustus 2023.

Bij beschikking van 31 mei 2023 is een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige] in een ziekenhuis en aansluitend in een voorziening voor pleegzorg verleend met

ingang van 31 mei 2023 en tot 14 juni 2023. Deze machtiging is daarna verlengd tot 15 augustus 2023.

Bij beschikking van 8 augustus 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI

met ingang van 8 augustus 2023 en tot 8 augustus 2024. Tevens is bij deze beschikking een

machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend met ingang

van 8 augustus 2023 en tot 8 mei 2024. Deze maatregelen zijn hierna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 augustus 2026.

Op grond van voornoemde beschikking(en) verblijft [minderjarige] bij de pleegouders (tevens zijn grootouders).

3. Het verzoek en de standpunten

De Raad heeft aan de rechtbank gevraagd het gezag van de moeder en de vader te beëindigen. Hij heeft daarbij het advies gegeven om aan de pleegouders de voogdij over [minderjarige] te geven. Dit betekent dat in plaats van de moeder en de vader voortaan de pleegouders belangrijke beslissingen over [minderjarige] zouden mogen nemen. De Raad baseert zijn standpunt op zijn rapport van 15 juli 2026.

De GI heeft aangegeven dat zij het eens is met het verzoek van de Raad.

Door en namens de vader en de moeder is geen verweer gevoerd tegen het verzoek.

De pleegouders zijn het eens met het verzoek en zijn bereid de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.

Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De rechtbank constateert dat [minderjarige] en de moeder de Poolse nationaliteit hebben en dat de vader de Syrische nationaliteit heeft. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de rechtbank (ambtshalve) dient te beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de rechtbank het toepasselijk recht te bepalen.

Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse kinderrechter rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.

Wat vindt de rechtbank?

Volgens de wet kan de rechtbank het gezag van een ouder of van beide ouders beëindigen als het kind opgroeit op een manier waardoor het ernstig in de ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen. Bovendien dient er ook geen zicht te zijn op verbetering van de situatie binnen een voor het kind aanvaardbare termijn. De aanvaardbare termijn is de periode waarin het voor dit kind duidelijk moet zijn waar hij zal opgroeien. Dit staat in artikel 1:266 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank vindt dat voldoende is gebleken dat de moeder en de vader de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] niet kunnen dragen en dat ook niet kan worden verwacht dat dit hen wel lukt binnen een termijn die voor [minderjarige] en zijn ontwikkeling aanvaardbaar is.

Bij beide ouders zijn er zorgen over hun emotionele beschikbaarheid, hun persoonlijk functioneren en hun opvoedkundige mogelijkheden en daarmee over hun mogelijkheden om aan te sluiten bij de behoeften van [minderjarige] . Beide ouders zijn belast met een zwaar verleden en tijdens hun relatie waren er zorgen over onder andere huiselijk geweld en middelengebruik. Er is hulpverlening ingezet, maar de ouders kwamen afspraken niet na, ook niet over contact met [minderjarige] , en stonden niet open voor hulp en diagnostiek. Er is daardoor geen zicht gekomen op de oorzaak van hun houding en specialistische hulp kon daardoor niet worden ingezet. De ouders zijn daardoor niet in staat gebleken een veilige opvoedomgeving voor [minderjarige] te creëren. Zij geven nauwelijks invulling aan hun gezag en zijn onvoldoende in staat beslissingen over hem te nemen die passend zijn bij zijn behoeften. Zaken die geregeld moeten worden, zoals een paspoort voor [minderjarige] of inschrijving bij het kinderdagverblijf, worden niet geregeld. Er is lange tijd geen stabiel en structureel contact geweest. De moeder is vertrokken naar Polen, waardoor het contact tussen haar en [minderjarige] nu nog moeizamer is. Tussen de vader en [minderjarige] is er inmiddels wel sprake van positief contact.

[minderjarige] is na zijn geboorte in een pleeggezin geplaatst en is na een aantal maanden overgeplaatst naar de pleegouders, de grootouders van [minderjarige] . Sindsdien heeft hij bij hen gewoond. [minderjarige] heeft recht op zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting met pleegouders en duidelijkheid over opvoedperspectief. Hij heeft een veilige opvoedomgeving nodig waarbij goed wordt gereageerd op zijn behoeften en waar hij gestimuleerd wordt in zijn ontwikkeling. Het is voor hem van belang dat hij blijvende stabiliteit ervaart over waar hij opgroeit en dat hij contact heeft met de ouders en de voor hem belangrijke personen. De opvoedsituatie van de pleegouders komt tegemoet aan zijn behoeften en het is in het belang van [minderjarige] dat zijn verblijf bij de pleegouders wordt gecontinueerd.

Het is niet de verwachting dat [minderjarige] bij een van de ouders gaat opgroeien. Zij zijn niet in staat de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] te dragen binnen een voor hem aanvaardbare termijn. Zij hebben onvoldoende kunnen profiteren van de aangeboden hulp om binnen een aanvaardbare termijn te werken aan thuisplaatsing. Het opvoed- en opgroeiperspectief van [minderjarige] ligt bij de pleegouders en de ouders stellen dat niet ter discussie. Ter zitting is door de raadsvrouw van de ouders bevestigd dat de vader ermee instemt dat de voogdij over [minderjarige] naar de pleegouders toegaat. De moeder is niet ter zitting verschenen en het is haar raadsvrouw niet gelukt om haar te spreken over het verzoek, maar zij lijkt te accepteren dat [minderjarige] bij de pleegouders opgroeit.

Als de ouders belast zouden blijven met het gezag, is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] omdat zaken dan onvoldoende voor hem worden geregeld. De rechtbank vindt het voor [minderjarige] het beste dat vanaf nu alle belangrijke beslissingen over hem niet meer door de moeder en de vader (moeten) worden genomen. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de Raad zal toewijzen en het gezag van de moeder en de vader over [minderjarige] zal beëindigen.

Omdat het gezag van de moeder en de vader wordt beëindigd, moet er een voogd worden benoemd. De Raad heeft het advies gegeven om de pleegouders met de voogdij over [minderjarige] te belasten. De pleegouders hebben tijdens de mondeling behandeling kenbaar gemaakt dat zij de voogdij over [minderjarige] op zich willen nemen. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat zij de voogdij over [minderjarige] krijgen. [minderjarige] verblijft bij de pleegouders en zij zijn hechtingsfiguren voor hem. De pleegouders zetten het belang van [minderjarige] voorop, maar zetten zich ook in om beide ouders een rol te geven in het leven van [minderjarige] . Zo bezoekt de vader [minderjarige] bij de pleegouders thuis. Ze staan ook open voor contact tussen [minderjarige] en de moeder. De verwachting is dat de pleegouders zullen regelen wat nodig is voor [minderjarige] en zijn belang voorop zullen stellen, waardoor [minderjarige] zich kan blijven ontwikkelen. De rechtbank zal daarom de pleegouders benoemen tot voogden over [minderjarige] .

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat pleegzorg betrokken zal blijven bij de pleegouders. Zij kunnen de pleegouders blijven ondersteunen bij het stimuleren van de ontwikkeling, maar ook bij het onderhouden en investeren in contact tussen [minderjarige] en beide ouders.

Rekening en verantwoording

Op grond van artikel 1:276 lid 1 BW worden de moeder en de vader als ouders van wie het gezag wordt beëindigd, er vanuit gaande dat zij het bewind voerden over het vermogen van [minderjarige] , veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover aan hun opvolger in dit bewind.

Nu tijdens de mondelinge behandeling niet is gebleken dat de moeder en de vader het bewind over het vermogen van [minderjarige] hebben gevoerd, kunnen de moeder en de vader niet worden veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording in dit bewind.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

beëindigt het ouderlijk gezag van de moeder, [de moeder] , en de vader, [de vader] , over

- [minderjarige] ;

benoemt [pleegouder 1] en [pleegouder 2] tot voogden over [minderjarige] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 in aanwezigheid van mr. Van der Welle, griffier, en op schrift gesteld op 3 juli 2026.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. De Beer

Griffier

  • mr. Van der Welle

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand