RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Samenvatting
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/6630
en
1. Deze uitspraak gaat over de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende is het niet eens met de naheffingsaanslag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze beroepsgronden of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd. Dit betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 december 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [persoon] deelgenomen.
Feiten
3. Op 9 november 2025 omstreeks 18:24 uur stond de auto van belanghebbende, met kenteken [kenteken], geparkeerd in de Schoenerstraat te Tilburg.
Tijdens een controle door een scanauto is geconstateerd dat de auto geparkeerd stond in parkeerzone 51340 en dat de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting niet was betaald. Naar aanleiding hiervan heeft de heffingsambtenaar aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 52,43, bestaande uit een bedrag aan parkeerbelasting van € 3,50 en € 48,93 aan kosten van de naheffingsaanslag.
Belanghebbende heeft parkeerbelasting betaald gebruikmakend van een softwareapplicatie van Easypark (de parkeerapp). Hij heeft € 18,40 aan parkeerbelasting betaald voor parkeerzone 51397 voor de periode vanaf 18:07 uur op 9 november 2025 tot 17:07 uur op 10 november 2025.
Beoordeling door de rechtbank
4. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan hem is opgelegd. Hij heeft wel parkeerbelasting betaald, maar hij heeft zich bij het activeren van de parkeerapp niet gerealiseerd dat de auto in een andere parkeerzone (namelijk parkeerzone 51397) geparkeerd stond. Dat hij parkeerbelasting heeft betaald voor de verkeerde parkeerzone is volgens belanghebbende te wijten aan de onduidelijke situatie ter plekke. Aan de rechterzijde van de Schoenerstraat, bezien vanaf de Havendijk, is volgens de bebording namelijk sprake van parkeerzone 51340, terwijl aan de linkerzijde van de Schoenerstraat sprake is van parkeerzone 51397.
Tussen partijen is niet in geschil dat op de locatie waar de auto geparkeerd stond tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd en partijen zijn het er ook over eens dat feitelijk sprake is geweest van parkeren. Dat belanghebbende zich via de parkeerapp voor de verkeerde parkeerzone heeft aangemeld en dat hij voor deze (onjuiste) parkeerzone feitelijk wel parkeerbelasting heeft betaald is evenmin in geschil.
De rechtbank stelt voorop dat op een parkeerder een onderzoeksplicht rust als hij gebruik wenst te maken van de parkeergelegenheden van de gemeente. Het is dus aan de parkeerder om zich (vooraf) op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat op de parkeerlocatie van toepassing is. Deze onderzoeksplicht is ook van toepassing indien gebruik wordt gemaakt van een parkeerapp. Voor een dergelijk geval rust op de parkeerder de verplichting om de ter plaatse beschikbare informatie over zone-codes (bebording) te combineren met de informatie in de parkeerapp. De bebording is leidend als het gaat om de zone-codes, niet de informatie in de parkeerapp. Het foutief invoeren van een parkeerzone in een parkeerapp komt dan ook voor rekening en risico van een belanghebbende.
De rechtbank stelt op basis van de gedingstukken vast dat belanghebbende zijn auto heeft geparkeerd in het tweede parkeervak aan de rechterzijde van de Schoenerstraat. Deze parkeerplaats valt onder parkeerzone 51340, waarvoor een dagtarief van € 25 geldt. De parkeerbelasting voor de parkeerzone waar belanghebbende geparkeerd stond (met nummer 51340) is hoger dan de parkeerbelasting voor de parkeerzone die belanghebbende in de parkeerapp heeft ingevoerd (met nummer 51397). Daarvoor geldt namelijk een tarief van € 1 per uur. Belanghebbende heeft dus te weinig parkeerbelasting betaald (€ 18,40 in plaats van € 25).
De rechtbank is van oordeel dat dit voor risico van belanghebbende moet blijven. Het lag namelijk op de weg van belanghebbende om te onderzoeken binnen welke parkeerzone hij parkeerde. Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij het zonenummer zoals vermeld in de parkeerapp heeft gevolgd en heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een screenshot van de parkeerapp overgelegd. Op dat screenshot staat echter ook vermeld dat het GPS-signaal onnauwkeurig kan zijn. De rechtbank overweegt dat het aan belanghebbende is om de situatie ter plaatse te controleren, zeker in de situatie dat parkeerzones in elkaar overgaan of dicht bij elkaar liggen, zoals hier het geval is.
De omstandigheid dát betaald is maakt het voorgaande niet anders. De Gemeentewet bied de gemeente de mogelijkheid tot het heffen van parkeerbelasting. Op de gemeente rust geen plicht om betalingen te verrekenen en de Gemeentewet biedt geen ruimte om op grond van redelijkheid en billijkheid de naheffing achterwege te laten.
Belanghebbende voert nog aan dat de heffingsambtenaar de motiveringsplicht heeft geschonden. Volgens belanghebbende is de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd, omdat daarin niet de exacte parkeerlocatie is vermeld, maar slechts de parkeerzone waar de auto zou zijn geparkeerd. Daarnaast is de heffingsambtenaar tegenstrijdig in zijn uitspraken, aangezien hij enerzijds stelt dat geen parkeerbelasting is betaald en anderzijds dat te weinig parkeerbelasting is betaald.
De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de motiveringsplicht niet heeft geschonden, omdat de heffingsambtenaar zijn uitspraak op bezwaar voldoende heeft toegelicht. De heffingsambtenaar handelt in strijd met de motiveringsplicht wanneer in de uitspraak op bezwaar niet concreet wordt ingegaan op de bezwaren die door de belanghebbende naar voren zijn gebracht. Dat is hier niet het geval. Het bezwaar van belanghebbende zag op het niet betaald hebben van de parkeerbelasting. De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar voldoende toegelicht dat belanghebbende weliswaar parkeerbelasting heeft betaald, maar dat hij, doordat hij in de parkeerapp de verkeerde parkeerzone heeft aangemeld, te weinig parkeerbelasting heeft betaald.
Het beroep van belanghebbende op schending van de hoorplicht slaagt naar het oordeel van de rechtbank ook niet. Een belanghebbende wordt alleen gehoord op zijn verzoek. Dit brengt mee dat het initiatief voor het horen bij belanghebbende ligt. Belanghebbende heeft niet om een hoorgesprek verzocht.
Gelet op het voorgaande is de naheffingsaanslag parkeerbelasting naar het oordeel van de rechtbank terecht aan belanghebbende opgelegd.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Omdat het beroep ongegrond is krijgt belanghebbende het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.