ECLI:NL:RBZWB:2026:7892

ECLI:NL:RBZWB:2026:7892

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer BRE 26/1957
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Parkeerbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 26/1957 en BRE 26/1958

(gemachtigde: drs. [gemachtigde]),

en

1. Deze uitspraak gaat over de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Belanghebbende is het niet eens met de naheffingsaanslagen. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze beroepsgronden of de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen en dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Dit betekent dat de naheffingsaanslagen in stand blijven. De beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraken op bezwaar van 10 maart 2026 de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de beroepen op 5 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben gemachtigde en, namens de heffingsambtenaar, [persoon] deelgenomen.

Feiten

3. Belanghebbende heeft op 25 februari 2026 een auto met kenteken [kenteken 1] (merk Volvo) en een auto met kenteken [kenteken 2] (merk Ford) geparkeerd in de Herstalsestraat te Tilburg. Tijdens een controle omstreeks 9:32 uur op die datum is door een scanauto geconstateerd dat voor beide auto’s geen parkeerbelasting was betaald.

De heffingsambtenaar heeft naar aanleiding hiervan aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd, beiden van € 57,94, bestaande uit een bedrag aan belasting van € 1 en € 56,94 aan kosten van de naheffingsaanslag.

Beoordeling door de rechtbank

4. Tussen partijen is niet in geschil dat op de locatie waar de auto’s geparkeerd stonden tussen 9.00 uur en 15.00 uur tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd en partijen zijn het er ook over eens dat voor beide auto’s feitelijk sprake is geweest van parkeren. Dat belanghebbende voor dit parkeren geen parkeerbelasting heeft betaald is evenmin in geschil.

Belanghebbende voert aan dat hij in de avond van 24 februari 2026 beide auto’s op straat heeft geparkeerd omdat zijn oprit bezet was door een bus van zijn aannemer. Door zijn drukke bezigheden de volgende ochtend is belanghebbende vergeten om de auto’s vóór 9.00 uur weer op de oprit te zetten. Volgens belanghebbende was sprake van een eenmalige en uitzonderlijke situatie die afweek van zijn normale parkeergedrag.

De rechtbank overweegt als volgt. De parkeerbelasting is geen boete, maar een objectieve belasting, waarbij opzet, schuld of intentie geen rol spelen. Dat betekent dat het voor de verschuldigdheid van de parkeerbelasting niet relevant is of belanghebbende al dan niet bewust geen parkeerbelasting heeft voldaan. Het enkele feit dat geen of te weinig parkeerbelasting is betaald, is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag parkeerbelasting over te gaan. Daarom kunnen de gronden van belanghebbende niet tot vernietiging van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting leiden.

Belanghebbende voert aan dat de heffingsambtenaar de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. De uitspraak op bezwaar is volgens belanghebbende onvoldoende gemotiveerd, omdat niet concreet is ingegaan op de aangevoerde situatie. Daarnaast is de uitspraak op bezwaar onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat het een standaardafwijzing zonder individuele beoordeling betreft, de beslissing niet is ondertekend en deze geautomatiseerd is verzonden. Ten slotte is het gelet op de feiten en omstandigheden duidelijk dat er geen zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden, wat juist van belang is bij de toepassing van het evenredigheidsbeginsel, aldus belanghebbende.

Dat de algemene begindelen van behoorlijk bestuur zijn geschonden is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. De heffingsambtenaar handelt in strijd met de motiveringsplicht wanneer in de uitspraak op bezwaar niet concreet wordt ingegaan op de bezwaren die door de belanghebbende naar voren zijn gebracht. Dat is hier niet aan de orde. De heffingsambtenaar heeft zijn uitspraak op bezwaar voldoende toegelicht, waarbij hij is ingegaan op de situatie van belanghebbende en de gronden van zijn bezwaar. De heffingsambtenaar heeft daarnaast ook niet onzorgvuldig gehandeld. De omstandigheid dat de uitspraak op bezwaar vanwege de geautomatiseerde verzending niet is ondertekend maakt niet dat de uitspraak op bezwaar onzorgvuldig tot stand is gekomen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting in stand blijven. Omdat de beroepen ongegrond zijn krijgt belanghebbende het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier.

De rechter is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand