beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/447115 / FA RK 26-1900
datum uitspraak: 20 juli 2026
beschikking over vervangende toestemming
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. D. Boudrad in Gilze, ter zitting waargenomen door haar kantoorgenoot mr. R.G.J. van Kerkhof,
tegen
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 2] ,
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, opgeroepen voor de zitting.
1. Het procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 13 april 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen.
Het verzoek is mondeling behandeld op 16 juli 2026. Bij die behandeling zijn gekomen:
- de man,
- de vrouw, met haar (waarnemend) advocaat,
- een vertegenwoordigster van de Raad,
- voor beide partijen een tolk in de Arabisch-Syrische taal.
2. De feiten
Tussen partijen heeft een Islamitisch huwelijk bestaan. Uit dit niet door de Nederlandse staat erkende huwelijk zijn geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2019.
De man heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend. Ten aanzien van [minderjarige 1] hebben partijen het gezamenlijk gezag aangetekend in het gezagsregister. In de beschikking van 8 december 2022 is beslist dat partijen samen het gezag hebben over [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.
De man en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de benodigde toestemming van de man te vervangen voor de aanvraag van Nederlandse identiteitsbewijzen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- de toestemming van de man te vervangen voor een reis van de vrouw met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Turkije gedurende de zomervakantie van 2026 (13 juli tot en met 23 augustus 2026);
- de vrouw doorlopende toestemming te verlenen c.q. de toestemming van de man te vervangen voor dagtripjes met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar België.
Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan.
4. De standpunten en de beoordeling
Identiteitsbewijzen
De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de identiteitsbewijzen van de kinderen zijn verlopen. Zij wil Nederlandse identiteitskaarten voor de kinderen aanvragen, zodat zij binnen de landen waarin een identiteitskaart geldig is kan reizen met de kinderen. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij er geen bezwaar tegen heeft als de vrouw identiteitsbewijzen aanvraagt voor de kinderen. De vrouw heeft niet eerder aan hem heeft gevraagd of hij toestemming wilde verlenen voor de aanvraag van nieuwe identiteitsbewijzen.
Reis naar Turkije
Ten aanzien van de reis naar Turkije heeft de vrouw tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij in deze zomervakantie naar Turkije wil afreizen voor een oogoperatie. De vrouw heeft in Nederland nauwelijks een netwerk zodat de kinderen mee moeten naar Turkije. De oogoperatie, die overigens nog gepland moet worden, zal in Istanbul worden uitgevoerd. De vrouw heeft de reis en het verblijf nog niet geboekt maar eerst de uitkomst van deze procedure afgewacht. Zodra zij exacte verblijfsgegevens heeft zal zij de man hiervan op de hoogte stellen. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij dacht dat het om een vakantie ging en nu pas hoort dat het om een medische behandeling gaat. Hij heeft er echter geen bezwaar tegen als de vrouw met de kinderen naar Turkije gaat. Hij wil wel graag weten waar de vrouw en de kinderen dan zullen verblijven.
Doorlopende toestemming dagtripjes naar België
De vrouw heeft toegelicht dat zij en een vriendin graag met de kinderen dagtripjes maken naar Antwerpen en Plopsaland. Eerder heeft zij zich niet gerealiseerd dat zij hiervoor strikt genomen toestemming van de man nodig heeft. De vrouw wil graag doorlopende toestemming voor deze uitjes naar België om eventuele problemen te voorkomen. De man heeft aangegeven dat hij graag wil weten waar zijn kinderen zijn als zij voor langere tijd weggaan, maar dat hij er geen bezwaar tegen heeft als de vrouw en de kinderen korte uitstapjes (van 1 of 2 dagen) naar België maken.
De vrouw heeft verder toegelicht dat zij haar verzoeken aan de rechtbank heeft voorgelegd omdat de man gedurende vier maanden in Syrië is geweest en dat hij daardoor lange tijd niet bereikbaar was voor de vrouw. Zij heeft daardoor geen toestemming heeft kunnen vragen aan de man. Toen de man terug was in Nederland heeft de vrouw de man niet gevraagd om toestemming te geven voor haar verzoeken. Zij wil niet meer rechtstreeks met de man communiceren. De man heeft toegelicht dat hij maar twee maanden in Syrië is geweest en dat hij daaraan voorafgaand aan de vrouw per whatsapp heeft gevraagd of zij nog ergens toestemming van hem voor nodig had. De vrouw heeft toen gezegd dat dat niet nodig was. Bovendien was de man telefonisch bereikbaar maar heeft de vrouw hem geblokkeerd.
Partijen hebben zoals uit het bovenstaande blijkt overeenstemming bereikt over de drie verzoeken die aan de rechtbank zijn voorgelegd. De vrouw had tijdens de mondelinge behandeling geen toestemmingsformulieren bij zij zich zodat er niet direct kon worden overgegaan tot ondertekening van de toestemmingsformulieren. De rechtbank zal vervangende toestemming verlenen vanwege de spoedeisendheid en om te voorkomen dat de verstoorde verstandhouding tussen partijen nog leidt tot vertraging in de ondertekening van de toestemmingsformulieren voor de aanvraag van de identiteitsbewijzen, de reis naar Turkije, en de dagtripjes naar België. De rechtbank merkt daarbij wel uitdrukkelijk op dat het aan partijen is om een weg te vinden waarop zij in de toekomst over dit soort aangelegenheden contact met elkaar hebben. Partijen kunnen zich hiervoor niet steeds tot de rechtbank wenden, zeker niet in de gevallen waarin eigenlijk overeenstemming bestaat tussen partijen.
5. De beslissing
De rechtbank
verleent aan de vrouw vervangende toestemming - ter vervanging van de toestemming van de man - voor het aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart voor de kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2019.
verleent aan de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man -
vervangende toestemming voor een (nog te plannen) een reis naar Turkije met de
kinderen in de periode 13 juli tot en met 23 augustus 2026 (zomervakantie 2026, regio Zuid
Nederland) om tezamen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] af te reizen en aldaar te verblijven;
verleent aan de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man -
doorlopende toestemming voor dagtripjes met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar België;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026 in aanwezigheid van Van Dongen, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.