ECLI:NL:RBZWB:2026:7902

ECLI:NL:RBZWB:2026:7902

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-07-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer C/02/430710 / FA RK 25-169
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beschikking beeindiging gezamenlijk gezag

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/430710 / FA RK 25-169

Datum uitspraak: 20 juli 2026

(Nadere) beschikking over gezag

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F.C.M. Maat-Oldenhof in ’s-Heer Arendskerke,

tegen

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. S.J. Nijssen in Goes,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 1] ;

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 2] .

Als belanghebbende in deze zaak wordt gezien:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna: de GI,

gevestigd in Middelburg.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het (verdere) procesverloop

Dit blijkt uit de volgende stukken:

de (tussen)beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het op 7 mei 2026 ontvangen rapport van de Raad met bijlage.

Het verzoek is (nader) mondeling behandeld op 3 juli 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Ook waren een tweetal vertegenwoordigers aanwezig van de Raad, alsmede een tweetal vertegenwoordigsters van het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (hierna: LET) namens de GI.

2. De (nadere) beoordeling

De vorige beschikking

De rechtbank verwijst naar de (tussen)beschikking van 2 juli 2025. De rechtbank heeft een Raadsonderzoek gelast, nu zij zich onvoldoende voorgelicht achtte om een goede beslissing op het verzoek met betrekking tot het gezag te kunnen nemen. De behandeling van de zaak met betrekking tot het gezag is in afwachting van het rapport en advies van de Raad aangehouden. Tot slot heeft de rechtbank de vrouw vervangende toestemming verleend voor een vakantie in de periode van 22 juli 2025 tot en met 9 augustus 2025 naar Italië.

Het (resterende) verzoek

Ter beoordeling ligt nog voor het verzoek van de vrouw om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vrouw met het eenhoofdig gezag over de twee minderjarige kinderen wordt belast.

Rapport en advies van de Raad

Uit het rapport van de Raad van 7 mei 2026 volgt, samengevat, dat er niet veel is veranderd in de zorgen die de Raad had ten tijde van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen in juni 2021. Er is sprake van forse scheidingsproblematiek tussen de ouders, waarbij de minderjarigen fysieke en emotionele onveiligheid hebben ervaren. Momenteel is er nog altijd sprake van conflicten tussen de ouders en worden er nog steeds over en weer aangiftes of meldingen bij de politie gedaan. Daarnaast is het gebleken dat de man moeite heeft met het onder controle houden van zijn emoties, heeft hij het gevoel dat zijn zorgen niet serieus worden genomen en is hij het vertrouwen in instanties, zoals de GI, verloren. Het gevolg is dat het soms lang duurt voordat de man zijn toestemmingen geeft die nodig zijn voor de kinderen, waarbij het soms ook aankomt op een vervangende toestemming door de rechtbank. Ook heeft de man de vrouw, de GI en de advocaat van de vrouw herhaaldelijk bedreigd en heeft de man meermaals met een gezinsdrama gedreigd. Dit heeft geleid tot een contactstop tussen de man en de minderjarigen en een contact- en gebiedsverbod ten aanzien van de vrouw en de minderjarigen dat momenteel nog steeds geldt. Meerdere hulpverleningsinstanties achten persoonlijke hulpverlening voor de man noodzakelijk, maar de man is hier niet voor gemotiveerd. Voorts zijn er zorgen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zo kan [minderjarige 1] agressief worden als hij getriggerd wordt en wenst hij, nadat de man het contact- en locatieverbod heeft geschonden door op school te verschijnen, geen contact meer met de man. [minderjarige 2] kan moeilijk omgaan met emoties en staat ook niet open voor contact met de man. Tevens is gebleken dat de man op dit moment niet in staat is om samen te werken met de vrouw of de hulpverlening, laat staan met hen belangrijke gezagsbeslissingen te nemen. De man is dermate op afstand geraakt, dat het hem niet meer lukt om zich te verplaatsen in de minderjarigen en/of aan te sluiten bij wat zij nodig hebben. Tevens is het, ondanks het feit dat de ondertoezichtstelling al sinds 2021 loopt, niet gelukt om de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de minderjarigen te doen afnemen. De verwachting is ook dat dit binnen afzienbare termijn niet zal verbeteren. Hoewel de vrouw zeer negatief over de man denkt, is zij de afgelopen jaren – zowel op persoonlijk vlak alsmede op het gebied van opvoedvaardigheden – flink gegroeid. Zij stelt zich open voor hulpverlening en volgt adviezen op. Gelet op al het voorgaande adviseert de Raad om het verzoek van de vrouw toe te wijzen en haar te belasten met het eenhoofdig gezag. Het is hierbij wel van belang dat de ondertoezichtstelling voorlopig doorloopt, zodat de ontwikkelingen gemonitord blijven worden en een plan van aanpak opgesteld kan worden.

Nadere standpunten

Door en namens de vrouw wordt, samengevat, ter zitting verklaard dat de situatie rondom de man bedreigend is voor de kinderen. De man is vooral bezig met wat de kinderen voor hem kunnen betekenen en wat de situatie met hem doet, maar daar ben je geen ouder voor. Hij plaatst ook allerlei gevoelige gegevens over de kinderen, de vrouw, de advocaat van de vrouw en andere personen op het internet, omdat hij zich niet gehoord voelt. Daarnaast heeft de man [minderjarige 1] op social media een volgverzoek gestuurd en daarmee het contactverbod overtreden, wat [minderjarige 1] zeer angstig heeft gemaakt. De vrouw maakt zich tevens zorgen over de gezagsuitoefening, aangezien de man geen verantwoorde beslissingen kan nemen over de kinderen, nu hij niet weet wat de kinderen nodig hebben, en een samenwerking tussen de ouders onmogelijk is. De vrouw moet zich ook telkens afvragen of de toestemming van de man wordt gegeven. Het in stand houden van het gezamenlijk gezag is niet meer haalbaar. De kinderen komen voorts niet aan de ontwikkeling en de hulp toe die zij echt nodig hebben, omdat zij weten dat de man alles met naam en toenaam op het internet plaatst. Het is belangrijk dat de kinderen de vrijheid gaan ervaren om hulpverlening te aanvaarden. Het is tevens de bedoeling om vanuit de ondertoezichtstelling te kijken of de kinderen ruimte ervaren om contact te hebben met de man, hetgeen iets anders is dan gezag. Het klopt ook niet dat de vrouw negatief over de man praat tegen de kinderen. Zij zal een contactherstel niet frustreren. Tot slot zal er worden gekeken naar borging in het vrijwillige kader, aangezien de man altijd recht blijft hebben op informatie over de kinderen.

Door en namens de man wordt, samengevat, ter zitting verklaard dat de man het niet eens is met de beslissing van de rechtbank in juli 2025 ten aanzien van de vervangende toestemming vakantie. Het toestemmingsformulier was namelijk niet volledig ingevuld. De man heeft voor de zomervakantie in 2026 zijn toestemming gegeven, omdat hij weet dat de rechtbank anders toch wel klakkeloos vervangende toestemming zal verlenen. Daarnaast is de man de afgelopen jaren geen enkele keer meegenomen in gezagsbeslissingen, zoals een verhuizing, inschrijving school en een inschrijving bij een zorgboerderij, wat maakt dat hij geen eerlijke kans heeft gehad. Hij ontvangt ook maar gedeeltelijke informatie over belangrijke zaken over de kinderen. Voorts wordt er niks gedaan met de aangiftes van de man bij de politie. Tevens is de man meermaals op zoek gegaan naar hulp om om te leren gaan met een falend rechtssysteem, maar is telkens aangegeven dat hij hier niet bij kan worden geholpen. Ook licht de man toe dat [minderjarige 1] de man had bezocht op social media, waaruit hij afleidt dat [minderjarige 1] de man mist en open staat voor contact. De vrouw werkt het contact tussen de man en de kinderen tegen, nu er bijvoorbeeld niet door de kinderen over de man gesproken mag worden. De man vreest dat hij elke connectie met de kinderen verliest als hij geen gezag meer heeft, aangezien gezag en omgang bij elkaar horen en de ouders – zonder ondertoezichtstelling – niet met elkaar kunnen en mogen communiceren. Hij wil zo snel mogelijk een contactherstel met de kinderen. Zonder gezag wil de man niet meer samenwerken met de jeugdbeschermers. Het verzoek van de vrouw moet worden afgewezen.

De Raad verwijst naar haar rapport en licht aanvullend toe dat het verdriet en de frustratie van de man invoelbaar zijn. Het is de man echter niet gelukt om de knop om te zetten en de situatie voor de kinderen te verbeteren. De vrouw heeft geprofiteerd van de hulpverlening binnen de ondertoezichtstelling, terwijl de man juist steeds meer op afstand van de kinderen is komen te staan. De prioriteit van de man is verschoven naar strijden tegen een in zijn ogen falend rechtssysteem. Het is wel positief dat de kinderen nog steeds fijne herinneringen hebben aan de man. De Raad vindt het daarnaast belangrijk dat de kinderen hulpverlening krijgen, aangezien zij langdurig klem zitten tussen de ouders. Aan de ene kant zegt [minderjarige 1] bijvoorbeeld dat de man een lieve vader is, maar aan de andere kant is hij erg bang van de man. De bal ligt momenteel bij de man. De man is diverse keren aangeraden om hulpverlening voor zichzelf te accepteren, zodat hij constructief met de situatie om kan leren gaan, maar het lukt hem niet. Ook is het op zitting duidelijk geworden dat het de man niet lukt om zijn emoties onder controle te houden, hetgeen de samenwerking met het LET bemoeilijkt. Het is goed dat de ondertoezichtstelling is verlengd, aangezien er nog doelen moeten worden behaald. Zo kan door het LET worden bekeken of de kinderen in de toekomst toe zijn aan een contactherstel. Tot slot heeft de Raad met de man besproken dat hij een kaartje kan sturen naar de kinderen, maar de man vindt dat dat geen zin heeft.

De vertegenwoordigsters van het LET lichten toe dat de man en de kinderen een belast verleden hebben. Er is een lange tijd geprobeerd om hulpverlening bij de man in te zetten, aangezien bij de man het verleden, waarbij hij onmacht en frustratie voelt, op de voorgrond staat. Dit belemmert hem om stappen vooruit te zetten. Momenteel is er reclasseringstoezicht bij de man betrokken om hulpverlening binnen een dwangkader in te zetten. Dit is wel lastig gebleken, aangezien de man weinig intrinsieke motivatie heeft. Er kan daarnaast nog niet worden gewerkt aan contactherstel, omdat de kinderen en de man eerst hulp moeten krijgen. In de toekomst moet opnieuw worden bekeken of de kinderen toe zijn aan contact. Hier heeft de man geen gezag voor nodig. Voorts heeft de man de mogelijkheid om via het LET kaartjes naar de kinderen te sturen, maar hier staat de man niet voor open, aangezien hij geen reactie krijgt van de kinderen. Ook krijgt de man elke maand informatie over de kinderen, zodat hij betrokken blijft in het leven van de kinderen. Voorts begrijpt het LET dat er – ook na een eventuele beëindiging van het gezag van de man – nog doelen zijn om binnen de ondertoezichtstelling aan te werken, bijvoorbeeld het contact tussen de man en de kinderen en het zorgvuldig borgen in het vrijwillige kader. Het is daarom goed om de ondertoezichtstelling nog niet te beëindigen.

Wettelijk kader

Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op

verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag

beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing

van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van

de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Ingevolge

artikel 1:253n lid 1 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op

grond van laatstgenoemde bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over minderjarigen

aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van

gezamenlijk gezag van beide ouders de kinderen klem of verloren zouden raken tussen die

ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou

komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen

noodzakelijk is.

Vast staat dat de communicatie tussen partijen ontbreekt, dat er geen contact is

tussen de man en de minderjarigen en dat het gezag van de man de afgelopen periode ook

feitelijk niet is uitgeoefend. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat

sprake is van gewijzigde omstandigheden sedert het moment dat de relatie tussen partijen is

beëindigd.

Inhoudelijke boordeling

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt voorop dat het gezamenlijk gezag als het wettelijk uitgangspunt heeft te gelden, waarvan in beginsel enkel kan worden afgeweken indien één of beide voornoemde afwijkingsgronden zich voordoen. De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd vast dat er in dit geval sprake is van een situatie waarin er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen klem en verloren zouden raken bij de instandhouding van het gezamenlijk gezag, hetgeen maakt dat er moet worden afgeweken van dit wettelijke uitgangspunt. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over de minderjarigen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de minderjarigen kunnen voordoen. Het is de rechtbank gebleken dat er sprake is van forse scheidingsproblematiek tussen de ouders, wat maakt dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is geraakt. Dit is in de afgelopen jaren niet verbeterd, ondanks de inzet van een ondertoezichtstelling (die al sinds 2021 loopt) en hulpverlening. Zo is er nog altijd sprake van conflicten tussen de ouders en worden er nog steeds over en weer aangiftes of meldingen bij de politie gedaan. Het lukt de ouders niet om samen te werken en afspraken te maken in het belang van de minderjarigen. Zij zijn hiertoe momenteel ook niet in staat, gelet op het nog tussen hen geldende locatie- en contactverbod als gevolg van herhaaldelijk dreigende uitspraken door de man. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het de man de afgelopen jaren niet is gelukt om zijn belaste verleden een plekje te geven en zich te richten op hetgeen de minderjarigen nodig hebben. De man heeft nog altijd moeite met het onder controle houden van zijn emoties, hetgeen ook ter zitting is gebleken, heeft nog altijd het gevoel dat zijn zorgen niet serieus worden genomen en is het vertrouwen in verschillende instanties, waaronder de GI, verloren. Het gevolg is dat de man niet of niet tijdig zijn toestemmingen geeft die nodig zijn om belangrijke gezagsbeslissingen te (kunnen) nemen, zoals de inzet van hulpverlening, maar ook voor leuke dingen voor de minderjarigen, zoals vakanties. De vrouw heeft hierdoor meerdere procedures moeten aanspannen waarin zij de rechtbank vervangende toestemming heeft verzocht. De man is ook niet in staat gebleken om samen te werken met de vrouw en de betrokken hulpverlening. Deze situatie is, ondanks de betrokkenheid van het LET binnen een dwangkader, niet veranderd. Meerdere hulpverleningsorganisaties hebben de man geadviseerd om persoonlijke hulpverlening in te zetten, hetgeen de man heeft nagelaten. Het ontbreekt hem immers aan voldoende (intrinsieke) motivatie om tot verandering te komen. De man heeft geprobeerd om hulpverlening in te zetten om om te gaan met een falend rechtssysteem, maar dit is niet de kern van de problematiek van de man. Gelet hierop heeft de rechtbank niet de verwachting dat dit binnen afzienbare tijd zal verbeteren. Tevens is het de rechtbank gebleken dat de zorgen over de minderjarigen die aan het begin van de ondertoezichtstelling in 2021 speelden, nog altijd actueel zijn. De minderjarigen hebben een zeer belast verleden en hebben dringend hulpverlening nodig. Mede door de houding van de man, waaronder het op het internet plaatsen van zaken die (onder andere) over de minderjarigen gaan, lukt het de minderjarigen niet om de rust te ervaren om daadwerkelijk te profiteren van de hulpverlening. Ook stelt de rechtbank vast dat de man de afgelopen jaren steeds verder op afstand is geraakt van de minderjarigen. Hij lijkt zich vooral bezig te houden met zijn strijd tegen het falende rechtssysteem, wat maakt dat het hem niet meer lukt om zich te verplaatsen in de behoeften van de minderjarigen. Zo staat de man niet open voor het versturen van een kaartje aan de minderjarigen, omdat de minderjarigen hem niks terug sturen. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de minderjarigen is. Het is noodzakelijk dat rust wordt gecreëerd voor de minderjarigen, zodat zij de ruimte krijgen om het verleden te verwerken. Om te voorkomen dat de minderjarigen steeds weer klem zitten tussen de ouders zodra er beslissingen over hen genomen moeten worden, zal de rechtbank de vrouw belasten met het eenhoofdig gezag. Dit betekent dat het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen. Daarbij overweegt de rechtbank tot slot dat de man ook zonder gezag recht heeft op informatie over en omgang met de minderjarigen. Het LET heeft ter zitting verklaard dat de ondertoezichtstelling de komende periode door zal lopen, zodat onder andere kan worden gewerkt aan een contactherstel, mits de minderjarigen daar de ruimte voor hebben, en het opstellen van een borgingsplan, zodat er – onder andere – afspraken kunnen worden gemaakt over het delen van informatie in het vrijwillige kader. Ook blijft de man altijd de mogelijkheid houden om een kaartje te sturen naar de minderjarigen.

De rechtbank zal de griffier de opdracht geven om een aantekening van de gezagsbeslissing te maken in het centraal gezagsregister, zoals de wet voorschrijft.

De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van het gezag uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het in het belang van de minderjarigen is dat de beslissing, ondanks een eventueel hoger beroep, meteen uitgevoerd kan worden.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat het gezag over de minderjarige [minderjarige 1] (roepnaam: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats] , en de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats] , voortaan alleen aan de vrouw toekomt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van de onder 3.1 genoemde beslissing in het centraal gezagsregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand