RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449876 / FA RK 26-3375
Datum uitspraak: 20 juli 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1945 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [persoon 1] , vervangend casemanager;
mevrouw [persoon 2] , medewerker sociale benadering dementie.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
mevrouw [persoon 3] , jongste dochter;
mevrouw [persoon 4] , oudste dochter.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat zij thuis blijft wonen. Als er iets aan de hand is, dan meldt zij dit zelf. Betrokkene geeft aan dat het gewoon goed gaat met haar en zij nooit bij de huisarts komt. Verder wil betrokkene al jaren haar medicatie niet meer.
De casemanager verklaart dat er samengevat sprake is van zelfverwaarlozing zonder daar bewust van te zijn. Gesprekken met betrokkene zijn mogelijk maar zorginzet weigert ze.
De medewerker van sociale benadering dementie deelt mede dat er geprobeerd is om betrokkene mee te krijgen, maar zij zelf gewoon echt niet wil.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft absoluut aan niet weg te willen en herkent zich niet in de genoemde voorbeelden in het dossier. Betrokkene wil zelf blijven beslissen over haar leven.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene de door de huisarts geadviseerde medicatie in verband met haar zeer hoge bloeddruk niet neemt. Daarnaast heeft betrokkene een onvoldoende inname van vocht en voeding en wordt er bedorven voedsel aangetroffen. Betrokkene wordt met enige regelmaat ’s nachts angstig wakker en gaat dan bij de buren aanbellen. Tijdens de recente periode met hitte, waarin het meer dan dertig graden was, trok betrokkene een dikke trui aan. Voorts is het brandalarm al meerdere keren afgegaan tijdens het koken en betrokkene weet dan niet hoe te handelen. Betrokkene laat fysieke en verbale agressie zien richting haar mantelzorgers waardoor zij als gevolg hiervan afhaken.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat ondersteuning of begeleiding niet nodig is en een opname niet gaat gebeuren.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene accepteert geen wijkverpleging, huishoudelijke hulp, thuisbegeleiding of dagbesteding. Daarnaast wil betrokkene eventuele medicatie om het ernstig nadeel weg te nemen niet nemen. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1945 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 januari 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.