ECLI:NL:RBZWB:2026:7932

ECLI:NL:RBZWB:2026:7932

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer BRE 26/3291
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van 4 december 2025 (het bestreden besluit), over een door het college aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van 69 woningen in het gebied gelegen tussen de X en de Y in Z. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening. Op zitting heeft verzoeker desgevraagd bevestigd dat de omgevingsvergunning binnen de planregels past. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding om strijd met de planregels aan te nemen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moest het college de omgevingsvergunning daarom verlenen. Voor wat betreft ‘de vleermuizen’, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Met de invoering van de Omgevingswet is de zogeheten ‘onlosmakelijke samenhang’ komen te vervallen. Of vergunninghoudster naast deze verleende omgevingsvergunning nog een vergunning nodig heeft, is haar verantwoordelijkheid. Dit raakt niet de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

14 augustus 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , wonende te [plaats 1] , verzoeker,

gemachtigde: mr. M.J.C. Mol,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, college.

Als derde partij neemt aan deze procedure deel: de besloten vennootschap [vergunninghoudster] B.V., gevestigd te [plaats 2] , vergunninghoudster,

gemachtigde: mr. T.E.P.A Lam.

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van 4 december 2025 (het bestreden besluit), over een door het college aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van 69 woningen in het gebied gelegen tussen de [adres 1] en de [adres 2] . Verzoeker heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 augustus 2026 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben aan de zitting deelgenomen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1] en [persoon 2] . Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door [persoon 3] en [persoon 4] , bijgestaan door mr. J. van Vulpen als waarnemend gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van de wet treft een voorzieningenrechter alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat eist. Daarvan is onder andere sprake als er, zonder het treffen van een voorlopige voorziening, sprake is van onomkeerbare gevolgen waardoor de uitkomst van de beroepsprocedure niet kan worden afgewacht. Op zitting heeft vergunninghoudster toegelicht dat er al gestart is met bouwen en dat hier aanstaande maandag – 17 augustus 2026 – weer mee verder wordt gegaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hierdoor sprake is van spoedeisend belang.

3. Bij beantwoording van de vraag of er aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening is van belang of het beroep een redelijke kans van slagen heeft, het zogeheten voorlopig rechtsmatigheidsoordeel. Dit kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter beoordeelt dat aan de hand van de gronden van verzoeker. Omdat een voorlopige voorziening procedure een spoedprocedure is, beperkt de voorzieningenrechter zich tot een voorlopige beoordeling van de voornaamste gronden van verzoeker: verkeer en parkeren, aantasting woongenot en privacy, geluid en leefomgeving – inclusief bescherming van vleermuizen. Volgens verzoeker heeft het college onvoldoende rekening gehouden met deze aspecten.

De voorzieningenrechter overweegt dat bij de vaststelling van de planregels al rekening is gehouden met de aspecten die verzoeker noemt. Als er sprake is van een zogenaamde ‘binnenplanse omgevingsplanactiviteit’, dan past de activiteit dus binnen die planregels. En een aanvraag van een omgevingsvergunning die daarin past, moet door het college worden verleend. Buiten de planregels om kunnen er dus geen aanvullende redenen zijn om de omgevingsvergunning te weigeren.

Op zitting heeft verzoeker desgevraagd bevestigd dat de omgevingsvergunning binnen de planregels past. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding om strijd met de planregels aan te nemen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moest het college de omgevingsvergunning daarom verlenen.

Voor wat betreft ‘de vleermuizen’, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Met de invoering van de Omgevingswet is de zogeheten ‘onlosmakelijke samenhang’ komen te vervallen. Of vergunninghoudster naast deze verleende omgevingsvergunning nog een vergunning nodig heeft, is haar verantwoordelijkheid. Dit raakt niet de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning en kan ook geen grondslag zijn om deze te schorsen.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de omgevingsvergunning dus rechtmatig verleend. Dit betekent dat er in principe geen ruimte meer is voor een belangenafweging, tenzij er sprake is van een heel zwaarwegend belang bij de schorsing van de omgevingsvergunning. Verzoeker heeft dergelijke belangen niet genoemd en de voorzieningenrechter ziet deze ook niet.

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst, heeft verzoeker geen recht op terugbetaling van het griffierecht en ook geen recht op een proceskostenvergoeding. 4.1. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.J.E. Loontjens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand