ECLI:NL:RBZWB:2026:7935

ECLI:NL:RBZWB:2026:7935

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer BRE 26/1010
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de door het UWV afgewezen aanvraag voor een Indicatie banenafspraak. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. De rechtbank beoordeelt of het UWV in de bezwaarprocedure op goede gronden de afwijzing van de aangevraagde indicatie in stand heeft gelaten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de afwijzing van de aanvraag voor een Indicatie banenafspraak terecht in stand heeft gelaten, omdat eiseres niet valt onder de doelgroepen van artikel 38b, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.

Samenvatting

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/1010

(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),

en

1. Deze uitspraak gaat over de door het UWV afgewezen aanvraag voor een Indicatie banenafspraak. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. De rechtbank beoordeelt of het UWV in de bezwaarprocedure op goede gronden de afwijzing van de aangevraagde indicatie in stand heeft gelaten.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de afwijzing van de aanvraag voor een Indicatie banenafspraak terecht in stand heeft gelaten, omdat eiseres niet valt onder de doelgroepen van artikel 38b, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Eiseres heeft de aanvraag op 18 juni 2025 ingediend. Het UWV heeft deze aanvraag bij besluit van 1 juli 2025 afgewezen. Met de beslissing van

30 december 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 13 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde en een tolk, deelgenomen. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Celiköz.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres – afkomstig uit Oekraïne en in 2022 getrouwd met een Duitser – is vanwege de oorlog in Oekraïne naar Nederland gekomen. Zij heeft vanaf 21 januari 2024 tot 1 september 2025 voor 20 uur per week als schoonmaakster in een hotel gewerkt. Eiseres heeft op 18 juni 2025 een Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend voor toekenning van een Indicatie banenafspraak. Na de afwijzing door het UWV van deze aanvraag heeft eiseres bezwaar gemaakt. Het UWV heeft in het bestreden besluit de afwijzing van de aanvraag in stand gelaten, omdat eiseres volgens het UWV niet aan de voorwaarden voor toekenning van de indicatie voldoet. Zij was destijds nog in dienst bij haar werkgever en er is geen sprake van een situatie dat zij speciaal onderwijs heeft gevolgd of een entree-opleiding volgt.

Wat voert eiseres in beroep aan tegen het bestreden besluit?

4. Eiseres voert in beroep aan dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is en dat zij wel onder de doelgroep van de Participatiewet valt. Volgens eiseres is dat het geval omdat zij enerzijds een ontheemde uit Oekraïne is en anderzijds is zij door haar huwelijk familielid van een Unieburger op grond van de Burgerschapsrichtlijn.

Waarom vindt het UWV dat het beroep van eiseres ongegrond is?

5. Het UWV stelt dat de afwijzing van de aanvraag voldoende gemotiveerd is en dat eiseres niet onder de doelgroep van de Participatiewet valt, omdat zij destijds nog in dienst was van een werkgever en ten tijde van het bestreden besluit dit ook niet is komen vast te staan. Ook is er geen sprake van begeleiding naar werk door de gemeente.

Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep tegen het bestreden besluit?

6. Per 1 mei 2015 is de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Wbqa) in werking getreden, waarbij de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) op onderdelen is gewijzigd. De banenafspraak houdt in dat werkgevers een bepaald aantal werkplekken voor arbeidsbeperkten in de zin van de Wbqa, voor wie een indicatie banenafspraak is afgegeven, creëren. Daarvoor zijn meerdere doelgroepen aangewezen in artikel 38b, eerste en tweede lid van de Wfsv. Om in aanmerking te komen voor een Indicatie banenafspraak moet eiseres behoren tot één van de in artikel 38b, eerste en tweede lid, van de Wfsv limitatief opgesomde categorieën personen. Eiseres stelt dat zij behoort tot de doelgroep van dit artikel.

Na bestudering van het dossier is de rechtbank met het UWV van oordeel dat eiseres niet behoort tot één van de artikel 38b, eerste of tweede lid, van de Wfsv opgesomde personen. Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit was aan eiseres een uitkering op grond van de Ziektewet toegekend. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat eiseres nog steeds een Ziektewetuitkering ontvangt. Zij werd en wordt nog steeds door het UWV en niet door de gemeente begeleid bij het vinden van werk. Dat betekent dat eiseres voor de indicatie geen beroep kan doen op artikel 38b, eerste lid, sub a en e, van de Wfsv. Het UWV heeft dan ook terecht geen onderzoek gedaan naar de verdiencapaciteit van eiseres. Ook is eiseres niet geïndiceerd op grond van de Wet sociale werkvoorziening; zij kan ook geen beroep doen op artikel 38b, eerste lid, sub b, van de Wfsv. Bovendien staat vast dat eiseres geen recht heeft of heeft gehad op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wajong of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat eiseres evenmin een beroep kan doen op artikel 38b, eerste lid, sub c, f en g, en het tweede lid, van de Wfsv.

Eiseres zou mogelijk nog onder de doelgroep van artikel 38b, eerste lid, sub d, van de Wfsv kunnen vallen, mits zij voldoet aan een bij of op basis van een algemene maatregel van bestuur vastgestelde indicatie. De hiervoor aangehaalde algemene maatregel van bestuur is het Besluit Wfsv. Van dit besluit zijn de artikelen 2.24 en 2.25 voor deze procedure relevant. Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden van deze artikelen, omdat zij geen deel heeft uitgemaakt van de doelgroep voor speciaal onderwijs dan wel praktijkonderwijs en eiseres geen entreeopleiding volgt.

Het UWV heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht de door eiseres aangevraagde indicatie afgewezen, omdat eiseres niet aan cumulatieve voorwaarden voor toekenning van de aanvraag voldoet. De door eiseres aangevoerde beroepsgrond brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Tussen partijen is niet in geding dat eiseres in beginsel onder de werkingssfeer van de Participatiewet valt. Maar enkel dat gegeven is nog niet voldoende voor toekenning van de verzochte indicatie. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 38b van de Wfsv duidelijk dat er een recht moet bestaan op arbeidsondersteuning van de zijde van het college van burgemeester en wethouders. Dat is niet het geval; eiseres heeft überhaupt geen aanvraag voor een bijstandsuitkering ingediend en het recht op bijstand wordt op grond van artikel 43 van de Participatiewet op aanvraag vastgesteld. Eiseres heeft tijdens de zitting nog gewezen op de arbeidsondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van niet-uitkeringsgerechtigden. Gelet op de in artikel 6, sub a, van de Participatiewet opgenomen definitie van een niet-uitkeringsgerechtigde kan eiseres niet als zodanig worden gekwalificeerd. Zij ontvangt een Ziektewetuitkering en dat betekent dat zij door het UWV begeleid wordt bij het zoeken naar werk. De rechtbank beschouwt de Ziektewetuitkering bovendien als een uitkering die naar aard en strekking overeenstemt met de in artikel 6, sub a, van de Participatiewet genoemde wetten. De beroepsgronden slagen dan ook niet.

De rechtbank kan zich voorstellen dat deze uitkomst teleurstellend en onbevredigend is voor eiseres, te meer nu het de rechtbank ook duidelijk is dat eiseres zeer gemotiveerd is om weer aan het werk te gaan. Dat het UWV in dit geval geen indicatie banenafspraak kan afgeven, is echter het gevolg van toepasselijke wet- en regelgeving. De rechtbank is gebonden aan deze wet- en regelgeving en moet het bestreden besluit daaraan toetsen. Deze toetsing kan in dit geval niet tot een ander oordeel leiden dan dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op de datum van het bestreden besluit niet voldoet aan alle voorwaarden van artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv voor toekenning van een indicatie banenafspraak.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aangevraagde Indicatie banenafspraak in stand blijft en er dus niks verandert voor eiseres. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 24 augustus 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv)

Artikel 38b, eerste en tweede lid,

1. In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte verstaan de persoon, niet zijnde de persoon van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet:

a. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid of ten behoeve van wie loonkostensubsidie wordt verstrekt op grond van artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet, en van wie uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet,

b. die geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014,

c. die recht heeft op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, met dien verstande dat de persoon die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, of 3:8, eerste lid, van die wet slechts wordt aangemerkt als arbeidsbeperkte indien die persoon arbeid verricht in een dienstbetrekking,

d. die voldoet aan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde indicatie,

e. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid, en van wie op eigen verzoek door het UWV is of wordt vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de persoon, bedoeld in de vorige zin, nadere regels worden gesteld,

f. die op of na 1 januari 2013 een persoon was als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, en op 1 mei 2015 niet langer een zodanige persoon was, met uitzondering van de persoon, bedoeld in onderdeel c, die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie meer heeft als bedoeld in artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, of

g. die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in Hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en voor wie op grond van artikel 82, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen bij wijze van experiment, bedoeld in artikel 2:20 en 3:63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, is ingezet.

2. Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte mede verstaan een persoon die naar het oordeel van het UWV wegens ziekte of gebrek ontstaan voordat de leeftijd van 18 jaren is bereikt of in de tijd dat hij studerende was als bedoeld in artikel 1:4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een belemmering ondervindt in het verrichten van arbeid in dienstbetrekking, en zonder een voorziening als bedoeld in artikel 10 van de Participatiewet of artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.

Besluit Wfsv

Artikel 2.24, eerste lid:

1. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen nadat hij zich daartoe schriftelijk meldt bij het UWV om opgenomen te worden in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d, eerste lid,van de Wfsv:

a. de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van het voorgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;

b. de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voorgezet onderwijs 2020.

Artikel 2.25, eerste lid, sub a en d, en tweede lid:

1. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen:

a. de persoon die op de laatste dag van de periode waarin hij onderwijs genoot, deel uitmaakt van de doelgroep van de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en van wie op eigen verzoek op of na 18 juli 2015 door UWV het arbeidsvermogen is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet;

d. de persoon, niet zijnde een persoon als bedoeld in onderdeel a, b of c, die door het college wordt ondersteund bij de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie op eigen verzoek door UWV is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij wegen ziekte of gebrek niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.

Besluit SUWI

Artikel 3.5, eerste lid:

1. Het UWV verricht op verzoek van het college van burgemeester en wethouders of op verzoek van een persoon als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel a of e, van de Wfsv een beoordeling of die persoon in staat is het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, te verdienen.

Participatiewet

Artikel 6, sub a:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die als werkloze werkzoekende staat geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en die geen recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, of ene uitkering op grond van deze wet of de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene nabestaandenwet dan wel een uitkering op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt;

Artikel 43, eerste lid:

1. Het college stelt het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag of, indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, ambtshalve vast.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand