ECLI:NL:RBZWB:2026:7940

ECLI:NL:RBZWB:2026:7940

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer BRE 25/5283
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Geheimhoudingsbeslissing
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Beslissing geheimhoudingskamer

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. T.J.N. Hameleers),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Het verzoek

De inspecteur heeft bij brief van 21 november 2025 (de brief) een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb gedaan. De inspecteur heeft daarbij een gesloten envelop overgelegd met stukken die hij (deels) geheim wil houden. In de envelop is aanwezig een ongeschoonde versie van de bij het verweerschrift gevoegde bijlage 16, getiteld “correspondentie Douane Landelijk Tactisch Centrum d.d. 6 mei 2025”.

De inspecteur heeft in de brief het verzoek toegelicht en heeft als gewichtige redenen als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb aangevoerd dat in de stukken passages aanwezig zijn met (i) informatie die (mogelijk) herleidbaar is naar een melder, (ii) (contact)gegevens van ambtenaren en derden, en (iii) informatie over een specifieke controlestrategie en/of een effectieve interne werkwijze. De inspecteur is van mening dat de bescherming van persoonsgegevens en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ambtenaren en derden, en het belang van een effectieve controle en controlestrategie zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij kennisneming van deze informatie. Hij verzoekt daarom om de zwartgelakte passages geheim te houden.

De geheimhoudingskamer heeft een afschrift van de brief aan belanghebbende verstrekt en haar in de gelegenheid gesteld om op het verzoek van geheimhouding van de inspecteur te reageren. Bij brief van 14 januari 2026 heeft belanghebbende aangegeven niet akkoord te gaan met geheimhouding.

De geheimhoudingskamer neemt een beslissing op het verzoek van de inspecteur om geheimhouding van (delen van) stukken.

Overwegingen

Geen zitting

2. De geheimhoudingskamer heeft besloten een mondelinge behandeling ter zitting achterwege te laten en direct uitspraak te doen op het verzoek van de inspecteur. Reden daarvoor is dat de aard van de geheimhoudingsprocedure meebrengt dat een behandeling ter zitting in dit geval naar het oordeel van de geheimhoudingskamer niet geschikt is om het verzoek om geheimhouding van de inspecteur te behandelen. De geheimhoudingskamer heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat (de gemachtigde van) belanghebbende niet heeft verzocht om een zitting, nadat de rechtbank haar de mogelijkheid had geboden om te melden of zij prijs stelt op een zitting.

Kader voor beoordeling

De omstandigheid dat een stuk behoort tot de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van de Awb brengt in beginsel met zich dat dit stuk in zijn geheel en ongeschoond dient te worden overgelegd. Hetgeen is bepaald in artikel 8:29 van de Awb biedt aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid het overleggen van stukken te weigeren (geheimhouding) of de geheimhoudingskamer mede te delen dat uitsluitend de rechter die de hoofdzaak beslist (de hoofdkamer) kennis zal mogen nemen van deze stukken (beperkte kennisneming). Ook biedt artikel 8:29 van de Awb aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid stukken niet volledig (maar met onleesbaar gemaakte delen) aan de andere partij en de hoofdkamer ter kennis te brengen.

Het verschil tussen het honoreren van een verzoek om geheimhouding en het honoreren van een verzoek om beperking van kennisneming is als volgt:

geheimhouding: de (delen van de) stukken mogen door de inspecteur worden onthouden aan de hoofdkamer en aan de wederpartij; zowel de hoofdkamer als de wederpartij nemen geen kennis van deze (delen van) stukken en deze blijven bij de beslissing van de hoofdzaak geheel buiten beschouwing;

beperkte kennisneming: de (delen van de) stukken komen wel ter beschikking van de hoofdkamer, maar de wederpartij kan geen kennisnemen van deze (delen van) stukken.

De geheimhoudingskamer begrijpt dat de inspecteur zich beroept op geheimhouding (variant a). De geheimhoudingskamer zal daarom uitsluitend beoordelen of geheimhouding gerechtvaardigd is.

Bij de geheimhouding van (delen van) op de zaak betrekking hebbende stukken moet de grootst mogelijke terughoudendheid worden betracht. Slechts indien de door de inspecteur voor geheimhouding aangevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die geheimhouding rechtvaardigen.

Beoordeling van het verzoek

De geheimhoudingskamer heeft, met toepassing van artikel 8:29 van de Awb, kennisgenomen van de geheimgehouden stukken en van de stukken van de hoofdzaak. De geheimgehouden stukken zijn vervolgens onderworpen aan een afweging van het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming tegenover de redenen van de inspecteur om (delen van) de stukken geheim te houden.

Het verzoek om geheimhouding ziet op een aantal passages in bijlage 16 bij het verweerschrift die door de inspecteur zijn zwartgelakt. Dat zijn passages uit een e­mailbericht van [persoon 1] , verzonden op 6 mei 2025 aan [persoon 2] .

Op pagina 2 van de bijlage gaat het om vier passages;

Op pagina 3 van de bijlage is dat één wat langere passage, en vier wat kortere passages; en

Op pagina 4 van de bijlage is dat één lange passage.

De geheimhoudingskamer behandelt hierna per passage het verzoek om geheimhouding.

Zwartgelakte passages op pagina 2 van bijlage 16

Wat betreft de eerste op pagina 2 zwartgelakte passage voert de inspecteur aan dat die passage informatie bevat die mogelijk herleidbaar is naar de melder, en daarom geheim dient te blijven. De geheimhoudingskamer volgt de inspecteur ten aanzien van deze passage maar ten dele. De inspecteur mag de informatie die staat tussen de woorden “Beste” en “daar” geheim houden. De informatie die daar staat is namelijk herleidbaar naar de melder. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de melder weegt ten aanzien van die informatie zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming daarvan. Geheimhouding van dit betreffende deel van het e­mailbericht is dus gerechtvaardigd.

Voor het overige van deze op pagina 2 eerste zwartgelakte passage wijst de geheimhoudingskamer het verzoek om geheimhouding af. Die informatie is niet (direct) herleidbaar naar de identiteit van de melder. In dat geval prevaleert het belang van belanghebbende bij kennisname van die informatie.

De tweede en derde passage die de inspecteur op pagina 2 geheim wenst te houden, bevatten (contact)gegevens van ambtenaren. Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer is het geheimhouden van die gegevens gerechtvaardigd, omdat het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ambtenaren aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij kennisneming daarvan.

In de vierde en tevens laatste zwartgelakte passage op pagina 2 van de bijlage is informatie over de melder opgenomen. Omdat die informatie herleidbaar is naar de identiteit van de melder acht de geheimhoudingskamer geheimhouding van die passage gerechtvaardigd. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de melder weegt ten aanzien van die informatie aanzienlijk zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van de geheimgehouden stukken.

Zwartgelakte passages op pagina 3 van bijlage 16

Ook voor de eerste (lange) passage die de inspecteur op pagina 3 van de bijlage geheim wil houden, wijst de geheimhoudingskamer geheimhouding toe. Die passage bevat, zoals de inspecteur heeft toegelicht, adressen die mogelijk door hem gecontroleerd gaan worden. Uitoefening van een effectieve controlestrategie door de inspecteur prevaleert boven het belang van belanghebbende bij kennisname van die informatie.

De vier kortere passages die op pagina 3 van de bijlage zijn zwartgelakt, bevatten (persoons)gegevens van derden. De geheimhoudingskamer is van oordeel dat het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die derden zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij kennisname van die informatie. Geheimhouding van die passages is dus ook gerechtvaardigd.

Zwartgelakte passage op pagina 4 van bijlage 16

Tot slot bevat pagina 4 van bijlage 16 een lange zwartgelakte passage. Die passage bevat naast (persoons)gegevens van derden de weergave van een specifieke controlestrategie. De geheimhoudingskamer is van oordeel dat gelet op het belang van een effectieve controle en controlestrategie door de inspecteur, alsmede het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van derden, geheimhouding van de gehele passage op pagina 4 van de bijlage gerechtvaardigd is.

Conclusie

Kort samengevat wijst de geheimhoudingskamer ten aanzien van de eerste zwartgelakte passage op pagina 2 van de bijlage geheimhouding deels toe en deels af. De overige verzoeken om geheimhouding worden toegewezen.

Omdat geheimhouding deels wordt afgewezen, wordt de inspecteur op grond van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van deze beslissing aan de rechtbank mede te delen welke consequenties hij aan de beslissing van de geheimhoudingskamer verbindt. Dit houdt in dat de inspecteur de keuze moet maken de beslissing van de geheimhoudingskamer (geheel) na te leven – en binnen dezelfde vier weken de stukken conform in te sturen – of dat niet (geheel) te doen in welk laatste geval hij de uit toepassing van artikel 8:31 van de Awb mogelijkerwijs voortvloeiende consequenties daarvan zal moeten aanvaarden.

Beslissing

De geheimhoudingskamer:

- bepaalt dat de inspecteur binnen vier weken na verzending van deze beslissing aan de rechtbank bericht of hij bereid is het stuk ten aanzien waarvan het verzoek om geheimhouding is afgewezen in het geding te brengen en zo ja, dit te doen binnen de genoemde termijn van vier weken na verzending van deze beslissing.

Deze beslissing is genomen door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier.

griffier rechter

De beslissing is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De beslissing is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze beslissing aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze beslissing kan ingevolge artikel 8:104, derde lid, van de Awb slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.H. de Soeten

Griffier

  • mr. S.A.C. Deeleman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1797
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand