ECLI:NL:RBZWB:2026:795

ECLI:NL:RBZWB:2026:795

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer BRE 25/2046
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

8:54, 8:75a, proceskostenveroordeling

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. J. van ’t Veer-Metikos),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de inspecteur van 25 februari 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de inspecteur dit besluit heeft herzien.

De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord is met de toekenning van een forfaitaire proceskostenvergoeding voor de beroepsfase. De inspecteur heeft voor de bezwaarfase reeds een bedrag van € 647,- toegekend en uitbetaald of verrekend. Daarnaast stelt de inspecteur dat belanghebbende de proceskosten voor de beroepsfase niet nader heeft onderbouwd, waardoor de inspecteur deze proceskostenveroordeling niet kan beoordelen.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.

Op 16 april 2025 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De inspecteur geeft in het verweerschrift van 22 juli 2025 aan dat de uitkeringslasten na 25 december 2025 ten onrechte zijn doorbelast aan belanghebbende. De inspecteur geeft aan dat de uitkeringslast gecorrigeerd zal worden en op basis daarvan een nieuwe beschikking gedifferentieerde premie werkhervattingskas 2024 wordt vastgesteld. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.

Welk bedrag aan proceskosten moet de inspecteur aan belanghebbende vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld welke kosten belanghebbende bepleit. Belanghebbende heeft deze niet gespecificeerd. Gelet op de omstandigheid dat sprake is van bijstand door een professionele gemachtigde, vult de rechtbank de beroepsgronden aan in die zin dat het Besluit proceskosten bestuursrecht van toepassing wordt geacht. Voor vergoeding van overige kosten ziet de rechtbank geen aanleiding, omdat deze niet zijn gesteld.

De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het beroepschrift, met een waarde van € 934. De totale vergoeding bedraagt dus € 934.

Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van

R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?