RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Argonaut Advies B.V. (Argonaut), verweerder.
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1780 BELEI
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 19 augustus 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
Procesverloop
1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 februari 2026 (bestreden
besluit) van Argonaut over de afwijzing van de aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometerbudget (Hoog PKB).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 19 augustus 2026. Eiseres is verschenen, bijgestaan door [persoon] . Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. Versloot. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. Bij het al dan niet toekennen van een Hoog PKB is het de vraag of eiseres in staat is tot reizen met de trein, met een begeleider en/of hulpmiddel.
De eerste vraag is of het onderzoek van Argonaut zorgvuldig is geweest. Het
onderzoek is door deskundige artsen van Argonaut verricht. In beginsel is een fysiek spreekuur niet noodzakelijk als er voldoende medische informatie beschikbaar is. In deze situatie is dat zo, gezien de medische informatie in het dossier en het telefonisch contact van de arts in de bezwaarfase met eiseres. Een fysiek spreekuur was dus niet noodzakelijk, maar zou volgens de rechtbank wel wenselijk zijn geweest, voor het gevoel van eiseres. Er kan echter niet worden gezegd dat het onderzoek van Argonaut daardoor onzorgvuldig is geweest. De rechtbank stelt vast dat het onderzoek uiteindelijk voldoende zorgvuldig was.
De regeling zoals die is neergelegd in het ‘Indicatieprotocol Hoog PKB Valys-
vervoer’ (het Protocol) is leidend en erg streng. Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat Argonaut dat Protocol zo mag toepassen.
Het gaat in deze zaak om de vraag of eiseres door blijvende mobiliteitsbeperkingen vanuit strikt medische optiek niet in staat is om te reizen met de trein, eventueel met begeleiding. Dat sprake is van blijvende beperkingen is niet in geschil en ook staat vast dat begeleiding nodig is. Dat wordt ook erkend door de artsen van Argonaut. Op basis van het Protocol is begeleiding een eigen verantwoordelijkheid voor de betrokkene en wordt dat niet meegenomen bij de beoordeling. Argonaut mag dus uitgaan van reizen met een begeleider en hoeft er geen rekening mee te houden of eiseres feitelijk over begeleiding beschikt.
De rechtbank is van oordeel dat Argonaut voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres strikt medisch bezien met begeleiding met de trein zou kunnen reizen. Eiseres kan eventueel gebruik maken van een duwrolstoel. Wat betreft de stoelgang zijn op de stations en in de trein invalidentoiletten beschikbaar. Er is geen medische informatie waaruit blijkt dat het niet zou kunnen.
Eiseres heeft ter zitting verteld dat zij moeite heeft met reizen met de trein, gelet op de (oorlogs)geschiedenis van haar vader. Er is echter geen medische onderbouwing dat eiseres daardoor niet zou kunnen reizen met de trein. Dit is daarom medisch gezien geen reden om aan te nemen dat eiseres niet met de trein kan reizen.
De rechtbank ziet in dat eiseres bij deze manier van reizen met het openbaar vervoer haar vrijheid van reizen gedeeltelijk kwijtraakt, zeker ten opzichte van vervoer met een eigen auto zoals voorheen met wijlen haar man. Deze regeling is echter bedoeld om reizen mogelijk te maken per openbaar vervoer. Strikt medisch bezien kan eiseres met de trein reizen, dus de beroepsgrond slaagt niet.
De rechtbank komt tot de slotsom dat het bestreden besluit standhoudt. Het beroep is daarom ongegrond. Als gevolg hiervan heeft eiseres geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.H.A.M. Verkooijen, griffier, op 19 augustus 2026 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.