ECLI:NL:RBZWB:2026:8018

ECLI:NL:RBZWB:2026:8018

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer BRE 25/984
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Parkeerbelasting, hoogte naheffingsaanslag, beroep is ongegrond.

Uitspraak

[belanhebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Goes, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 8 januari 2025.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek bij brief van 10 juli 2026 gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Feiten

2. Op 21 december 2024 omstreeks 12.28 uur stond de auto van belanghebbende, met kenteken [kenteken], geparkeerd in parkeerzone 21304 (de Koepoort) te Goes.

Tijdens een controle door een scanauto op voormelde datum en tijd is geconstateerd dat voor het parkeren parkeerbelasting is voldaan in de verkeerde parkeerzone (zone 21340, M.A. de Ruijterlaan), waardoor belanghebbende te weinig parkeerbelasting heeft voldaan.

Naar aanleiding van de in 2.1 genoemde constatering, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 79,30, bestaande uit een bedrag aan parkeerbelasting van € 2,60 en € 76,70 aan kosten van de naheffingsaanslag.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Motivering

Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?

4. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan hem is opgelegd. Belanghebbende voert hiertoe aan dat hij via de parkeerapp de auto per abuis heeft aangemeld in de verkeerde parkeerzone. Om dit aan te tonen heeft hij een schermopname van de parkeerapp overgelegd, waaruit blijkt dat de auto aangemeld was in parkeerzone 21340 (M.A. de Ruijterlaan) voor een periode van 10.50 uur tot 12.56 uur. Op deze schermopname is te zien dat belanghebbende € 5,16 aan parkeerbelasting heeft voldaan. De omissie is te wijten aan het per abuis omdraaien van de laatste twee cijfers van de parkeerzone 21304 (de Koepoort), aldus belanghebbende. Belanghebbende betwist dat hij redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn auto niet in de juiste zone was aangemeld.

Niet in geschil is dat de auto van belanghebbende op 21 december 2024 geparkeerd stond op de Koepoort te Goes, dat belanghebbende zich via de app in een foutieve parkeerzone heeft aangemeld en dat voor die parkeerzone parkeerbelasting is voldaan maar tegen een lager tarief.

Uit vaste rechtspraak blijkt dat van een weggebruiker mag worden verwacht dat hij zichzelf op de hoogte stelt van het, op de parkeerlocatie van toepassing zijnde, parkeerregime. Deze onderzoeksplicht is ook van toepassing indien gebruik wordt gemaakt van een parkeerapp. Belanghebbende kiest er immers zelf voor om de parkeerbelasting te voldoen via de parkeerapp. De rechtbank is daarom van oordeel dat het foutief invoeren van de parkeerzone in de parkeerapp voor rekening en risico komt van belanghebbende zelf.

Hoewel de rechtbank er niet aan twijfelt dat belanghebbende de intentie heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te betalen, kan dit niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag leiden. De rechtbank overweegt dat de parkeerbelasting geen boete is. Het is een objectieve belasting, waarbij opzet, schuld of intentie geen rol spelen. Dat betekent dat het voor de verschuldigdheid van de parkeerbelasting niet relevant is of belanghebbende al dan niet bewust te weinig parkeerbelasting heeft voldaan.

Gelet op het voorgaande, oordeelt de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd.

Hoogte van de naheffingsaanslag

Belanghebbende stelt dat een naheffingsaanslag ter hoogte van € 79,30 niet in verhouding staat tot zijn omissie. Er is volgens belanghebbende namelijk slechts € 0,60 te weinig parkeerbelasting voldaan.

De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag niet op een te hoog bedrag is vastgesteld. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar bevoegd is om bij naheffing standaard een forfaitair bedrag gelijk aan de verschuldigde parkeerbelasting voor een uur in rekening te brengen, ongeacht of voor een deel van het uur wel parkeerbelasting is voldaan, te weten € 2,60. De kosten van de naheffingsaanslag zijn vastgesteld op basis van artikel 5 van de Verordening en de Tarieventabel (onderdeel D Tarief naheffingsaanslag). De kosten van de naheffingsaanslag bedragen op basis daarvan € 76,70, zodat de totale naheffingsaanslag € 79,30 bedraagt. Naar het oordeel van de rechtbank is het bedrag van de naheffingsaanslag daarom terecht in rekening gebracht.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft.

Omdat het beroep ongegrond is, krijgt belanghebbende het griffierecht niet terug en krijgt hij ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 21 augustus 2026 door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van I.H.D.P. van Doezelaar, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand