ECLI:NL:RBZWB:2026:8030

ECLI:NL:RBZWB:2026:8030

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer BRE 25/5631
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Parkeerbelasting, gegrond.

Uitspraak

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda (P1), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 25 september 2025.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] opgelegd (de naheffingsaanslag).

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Partijen waren niet aanwezig.

De heffingsambtenaar heeft zich bij brief van 7 juli 2026 afgemeld voor de zitting.

Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Belanghebbende is via het systeem Digitale Toegang op 12 mei 2026 om 12.24 uur, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd de zitting bij te wonen. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.

Feiten

2. De auto met kenteken [kenteken ] stond op 10 juli 2025 omstreeks 09:20 uur geparkeerd aan het Chasséveld te Breda. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is door middel van een scanauto geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.

Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 53,70 bestaande uit een bedrag aan belasting van € 2,70 en € 51,00 aan kosten van de naheffingsaanslag.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht aan belanghebbende een naheffingsaanslag heeft opgelegd. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van belanghebbende. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?

Niet in geschil is dat de auto van belanghebbende op 10 juli 2025 omstreeks 09:20 uur geparkeerd stond aan het Chasséveld te Breda en dat deze locatie door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.

Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan haar is opgelegd, omdat zij aan haar betalingsverplichting heeft voldaan. Om haar standpunt te onderbouwen, heeft belanghebbende – in beroep – een betalingsbewijs overgelegd.

De heffingsambtenaar stelt dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. De heffingsambtenaar betwist dat het door belanghebbende overgelegde betalingsbewijs aannemelijk maakt dat belanghebbende aan haar betalingsverplichting heeft voldaan. Nu het betalingsbewijs pas eerst in de beroepsfase is overgelegd, tast dit de betrouwbaarheid hiervan aan. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om deze in een eerdere fase van het geding te overleggen. Daarnaast ziet de betaling op een ander kenteken dan het kenteken van het voertuig waarmee is geparkeerd, waardoor het betalingsbewijs niet kan worden gekoppeld aan de parkeerhandeling die tot de naheffingsaanslag heeft geleid, aldus de heffingsambtenaar.

De rechtbank overweegt als volgt. Het door belanghebbende overgelegde betalingsbewijs toont aan dat via een online parkeerapplicatie op de desbetreffende locatie, datum en tijdstip een parkeertransactie actief was. Echter, uit hetzelfde betalingsbewijs volgt dat het geregistreerde kenteken in de parkeerapplicatie een ander kenteken betreft dan het kenteken waarvoor de naheffingsaanslag is opgelegd. Volgens vaste rechtspraak bestaat in het geval voldoende parkeerbelasting is voldaan, maar daarbij een onjuist kenteken is ingevoerd, niet de mogelijkheid om een naheffingsaanslag op te leggen. Hoewel de heffingsambtenaar gemotiveerd heeft betwist dat belanghebbende op het moment van parkeren parkeerbelasting heeft voldaan, ziet deze betwisting uitsluitend op het tijdstip waarop belanghebbende het betalingsbewijs in de procedure heeft ingebracht. De rechtbank acht deze enkele betwisting onvoldoende om het betalingsbewijs ongeloofwaardig te achten. De rechtbank merkt op dat in het belastingrecht het partijen vrij staat om in iedere stand van het geding bewijsstukken te overleggen. De rechtbank acht het aannemelijk dat belanghebbende, weliswaar door de aanmelding van een onjuist kenteken, de voor het parkeren van haar auto verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan. Nu de rechtbank van oordeel is dat aannemelijk is dat belanghebbende de voor het parkeren van haar auto verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan, brengt artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen mee dat naheffing niet mogelijk is. Dat belanghebbende niet op de juiste wijze aangifte heeft gedaan, doordat zij een ander kenteken heeft vermeld dan het kenteken van het geparkeerde voertuig, doet daar niet aan af.

Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan belanghebbende is opgelegd.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar worden vernietigd.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het door belanghebbende

betaalde griffierecht vergoeden. Voor een vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding omdat gesteld noch gebleken is van voor vergoeding in aanmerking komende kosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van mr. F. de Jong, griffier.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1796
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand