ECLI:NL:RBZWB:2026:8056

ECLI:NL:RBZWB:2026:8056

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 22-08-2026
Zaaknummer C/02/437619 / FA RK 25-3603
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beslissing over een wijziging zorgregeling nav een informele rechtsingang. Rechtbank legt een minimale contactregeling op en wijzigt daarmee de in het ouderschapsplan overeengekomen zorgeregeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/437619 / FA RK 25-3603

Datum uitspraak: 22 juli 2026

(Nadere) beschikking wijziging zorgregeling naar aanleiding van een informele rechtsingang

in de zaak over

[minderjarige 1] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna: [minderjarige 1] ,

Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:

[de vader] ,

hierna: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

en

[de moeder] ,

hierna: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna: de Raad, de rechtbank over de zaak geadviseerd.

1. Het (verdere) procesverloop

Dit blijkt uit de volgende stukken:

de (tussen)beschikking van deze rechtbank van 7 november 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het rapport van de Raad van 7 april 2026 met bijlagen, ontvangen door de rechtbank op 17 april 2026;

het op 26 juni 2026 door de moeder – met de instemming van de vader – overlegde ouderschapsplan van 25 november 2020.

Op 26 juni 2026 heeft naar aanleiding van de brief en het kindgesprek van [minderjarige 1] , alsmede het rapport van de Raad, een (nadere) mondelinge behandeling plaatsgevonden. Bij die behandeling zijn gekomen de vader (aanwezig via een Teams-verbinding), de moeder en een vertegenwoordigster van de Raad.

Voor deze mondelinge behandeling heeft de rechter met [minderjarige 1] gesproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

2. De (nadere) beoordeling

De vorige beschikking

De rechtbank verwijst naar haar tussenbeschikking van 7 november 2025. De rechtbank heeft een onderzoek door de Raad gelast, nu de rechtbank op dat moment te weinig informatie had om een beslissing te kunnen nemen over de vragen van [minderjarige 1] over het gezag en de zorgregeling. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat er middels een onderzoek door de Raad meer zicht dient te komen op de situatie van [minderjarige 1] . Gelet hierop heeft de rechtbank de verdere behandeling van de zaak aangehouden.

Het rapport van de Raad

Uit het rapport van de Raad van 7 april 2026 blijkt, samengevat, dat de Raad zich zorgen maakt over de verstoorde dynamiek tussen [minderjarige 1] en de vader, wat maakt dat [minderjarige 1] op dit moment niet meer naar de vader wil conform de huidige zorgregeling. Ondanks dat de ouders, zowel individueel als gezamenlijk, verschillende therapieën hebben gevolgd, is er nog steeds sprake van oud zeer tussen de ouders. Het lukt de ouders ook niet om constructief samen te werken in het belang van [minderjarige 1] . Daarnaast heeft de vader een nare periode meegemaakt met suïcidale gedachtes tot gevolg. De Raad kan zich voorstellen dat [minderjarige 1] , hoewel zij toen niet fysiek bij de vader was, heeft gemerkt dat het niet goed met hem ging. Het is tevens gebleken dat het veel met de vader doet dat de zorgregeling met [minderjarige 1] al een langere tijd stilligt, mede vanwege een (tijdelijke) lichamelijke beperking van de vader en zijn recente verhuizing naar Friesland. De vader verwijt de moeder dat zij [minderjarige 1] heeft beïnvloed en [minderjarige 1] dat zij zich te veel met volwassenzaken bemoeit, hetgeen zorgt voor (gevoelsmatige) spanningen tussen de vader en [minderjarige 1] . Het gezin van de moeder heeft voorts de afgelopen periode in korte tijd veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, waaronder (mogelijk) seksueel misbruik van het zusje van [minderjarige 1] ( [minderjarige 2] ) door een stiefbroer, alsmede het volledig kwijtraken van de woning en persoonlijke spullen door een woningbrand. Desondanks is de Raad van oordeel dat voornoemde zorgen weggenomen kunnen worden op het moment dat rust ontstaat wat betreft de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader. De vader is met zijn problemen aan de slag gegaan en [minderjarige 1] heeft zelf hulp gezocht bij [praktijk] . Vanuit school zijn er ook geen zorgen over [minderjarige 1] en blijkt dat zij zelfs voor loopt qua lesstof. Tevens zijn er geen grote zorgen als het gaat over gezagsuitvoering en -beslissingen, nu [minderjarige 1] – gelet op haar leeftijd – veel beslissingen al zelf mag maken. Dit maakt dat de Raad adviseert om geen wijziging in het gezag aan te brengen. De Raad adviseert ook om geen vaste (fysieke) zorgregeling tussen de vader en [minderjarige 1] vast te leggen, zodat op dit onderdeel duidelijkheid zal ontstaan. Naast de verstoorde dynamiek tussen de vader en [minderjarige 1] , is het passend bij haar leeftijd dat zij meer regie krijgt over haar leven. Tevens adviseert de Raad om wel een laagdrempelige vorm van contact tussen [minderjarige 1] en de vader te bepalen. De vader heeft de voorkeur voor spontaan contact, maar een keer in de twee weken op zaterdag(avond), in de weekenden dat [minderjarige 2] niet bij de vader verblijft, zou een mogelijkheid kunnen zijn. Het is namelijk belangrijk dat er een vorm van contact blijft, zoals (beeld)bellen. De Raad verwacht dat er bij [minderjarige 1] ruimte zal ontstaan om het verleden te verwerken zodra zij verder is in haar behandeling bij [praktijk] . Bovendien zal het contact met de vader op een natuurlijke manier kunnen groeien door succeservaringen.

Het (nadere) gesprek met [minderjarige 1]

[minderjarige 1] vertelt tijdens het gesprek met de kinderrechter dat het goed met haar gaat. Ze heeft het advies van de Raad begrepen en staat hier achter. Ze wil graag eenmaal per twee weken op een vaste tijd een contactmoment met de vader, bijvoorbeeld via bellen of appen, waarbij ze wel – als het niet uitkomt – onderling een afwijkend tijdstip zouden kunnen afspreken. Het is prima als de contactmomenten in het weekend plaatsvinden dat haar zusje ( [minderjarige 2] ) niet bij de vader is. Het gaat [minderjarige 1] niet meer om de gezagskwestie, dus hier hoeft geen beslissing meer over te worden genomen. Ze wil vooral geen verplichte fysieke omgangsregeling meer met de vader. Het is wel belangrijk dat ze contact blijft houden met de vader. [minderjarige 1] vindt het erg jammer dat het contact zo minimaal is. Ook het contact tussen de vader en [minderjarige 2] is minimaal. [minderjarige 1] hoopt dat de vader de afspraken zal blijven nakomen en moeite doet om dit contact te behouden. Bovendien is het voor [minderjarige 1] prima als zij ook buiten die regeling contact heeft met de vader, bijvoorbeeld bij opa en oma.

De (nadere) mondelinge behandeling

De vader licht, samengevat, tijdens de zitting toe dat hij veel moeite heeft met hoe het de afgelopen periode is gegaan. De vader vraagt zich af of de wens van [minderjarige 1] ten aanzien van de zorgregeling ook echt haar eigen wens is geweest. Daarnaast is de vader het niet eens met een aantal zaken die [minderjarige 1] over hem heeft verteld en op sociale media heeft geplaatst. Dit heeft hem veel pijn gedaan. Tevens vertelt de vader dat hij graag contact wil met [minderjarige 1] , maar zijn voorkeur gaat uit naar spontaan contact. Ook is [minderjarige 1] altijd welkom bij hem thuis. Hij staat open voor belcontact met [minderjarige 1] op zaterdagavond in de weekenden dat het zusje van [minderjarige 1] ( [minderjarige 2] ) niet bij hem is. Het allerbelangrijkste is dat er rust en stabiliteit komt. De vader geeft bovendien aan dat hij niet in staat is om met de auto naar Brabant te reizen, aangezien hij nog herstellende is van een operatie.

De moeder vertelt, samengevat, dat het naar omstandigheden goed met haar gaat. De moeder vindt het moeilijk om te horen dat de vader gekwetst is door [minderjarige 1] , aangezien hij het zusje van [minderjarige 1] ( [minderjarige 2] ) nu ook al weken niet meer heeft gezien. De moeder heeft altijd haar best gedaan om [minderjarige 1] te motiveren om naar de vader te gaan, maar is hier op een gegeven moment mee gestopt. Ook heeft de moeder vaak alternatieven aanboden, zoals het reizen met de trein. Het is belangrijk dat de vader nu initiatief gaat nemen, aangezien hij zelf heeft gekozen voor de verhuizing naar Friesland. De moeder staat bovendien achter het advies van de Raad.

De Raad licht ter zitting toe dat de vader zich niet goed lijkt te realiseren hoe belangrijk hij is voor [minderjarige 1] en voor haar zusje ( [minderjarige 2] ). Het is noodzakelijk dat [minderjarige 1] succeservaringen opdoet in het contact met de vader. Hier is de vader, als volwassene zijnde, verantwoordelijk voor. De door de Raad voorgestelde (minimale) regeling is op dit moment het meest passend bij waar [minderjarige 1] behoefte aan heeft. Het is tot slot van belang dat de contacten luchtig blijven.

De (nadere) beoordeling

Gezag

De rechtbank stelt allereerst vast dat [minderjarige 1] tijdens het gesprek heeft aangegeven dat het haar nu niet meer gaat om het beëindigen van het gezag van de vader. Het gaat haar vooral om het beëindigen van de verplichte fysieke omgangsmomenten. De rechtbank zal [minderjarige 1] hierin volgen en een beslissing nemen over de zorgregeling.

Zorgregeling

De rechtbank is – met de Raad – van oordeel dat de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige 1] moet worden gewijzigd. Hiertoe overweegt zij als volgt. De door de Raad geformuleerde (minimale) contactregeling tussen de vader en [minderjarige 1] is op dit moment het meest passend bij de behoeften van [minderjarige 1] . Het is de rechtbank gebleken dat de dynamiek tussen [minderjarige 1] en de vader, door alles wat er is gebeurd, ernstig verstoord is geraakt. Het gevolg is dat de huidige (fysieke) zorgregeling al een langere periode niet meer loopt. Het is van belang dat er rust en duidelijkheid ontstaat wat betreft de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader. Daarbij overweegt de rechtbank voorts dat het belangrijk is om [minderjarige 1] , gelet op haar leeftijd, te horen in haar wens om geen verplichte fysieke contactmomenten met de vader te hebben. [minderjarige 1] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zij wel heel graag contact wil blijven houden met de vader, bijvoorbeeld in de vorm van bel- of appcontact. Ook wil ze graag dat de vader de afspraken gaat nakomen en moeite doet om de contacten te onderhouden. De vader heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij ook graag contact wil blijven houden met [minderjarige 1] . Hoewel de vader de voorkeur heeft voor spontaan contact, is het in het belang van [minderjarige 1] om een vast contactmoment af te spreken. Op deze wijze heeft [minderjarige 1] immers het vertrouwen dat de afspraken doorgang zullen vinden. Het is noodzakelijk dat [minderjarige 1] de komende periode succeservaringen kan opdoen met betrekking tot het contact met de vader, zodat zij kunnen werken aan hun onderlinge band en het contact uiteindelijk op een natuurlijke wijze kan groeien.

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de huidige (fysieke) zorgregeling wijzigen en door de ter zitting met de ouders besproken zorgregeling vastleggen, inhoudende dat [minderjarige 1] en de vader eenmaal per twee weken – in de weekenden dat [minderjarige 2] niet bij de vader is – belcontact met elkaar hebben, waarbij de vader [minderjarige 1] elk contactmoment als eerste opbelt. Tijdens deze contactmomenten wordt er gesproken over leuke en luchtige dingen. Het eerste belcontact zal plaatsvinden op zaterdag 25 juli 2026 om 19:00 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] opbelt om 19:00 uur. Als dit contactmoment niet uitkomt voor [minderjarige 1] , bijvoorbeeld omdat zij op dat moment nog werkt, zal zij de vader een bericht sturen via Whatsapp en een nieuw tijdstip met hem afspreken. De vader en [minderjarige 1] maken tijdens het belmoment gelijk een afspraak voor de datum en het tijdstip van het volgende belmoment. De rechtbank verwacht van de moeder dat zij [minderjarige 1] , waar mogelijk, ondersteunt in het opbouwen van de band met de vader. Dit houdt in ieder geval in dat de moeder positief en ten minste neutraal over de vader spreekt. De rechtbank verwacht van de vader dat hij zich aan de afspraken zal houden en [minderjarige 1] laat zien dat hij zich inzet voor haar. Tot slot overweegt de rechtbank dat het de vader en [minderjarige 1] vrij staat om – buiten deze minimale regeling om – contact met elkaar te hebben, in welke vorm dan ook.

De brief voor [minderjarige 1]

De rechtbank vindt het tot slot belangrijk dat [minderjarige 1] zelf ook een terugkoppeling krijgt van de beslissing van de rechtbank. Daarom zal in een brief aan [minderjarige 1] worden uitgelegd wat de beslissing is. De rechtbank acht het van belang dat beide ouders op de hoogte zijn van de inhoud van de brief. Daarom wordt hieronder de tekst van de brief weergegeven:

Beste [minderjarige 1] ,

Op 26 juni 2026 heb jij met de rechter gepraat over de brief die jij op 8 juli 2025 hebt gestuurd. Ook heb je met de rechter gepraat over de resultaten van het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Tijdens dit gesprek heb jij de rechter verteld dat jij je kan vinden in het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Je vertelde dat je graag een keer per twee weken op een vaste tijd een contactmoment met jouw vader wil. Het is voor jou prima als dit in de weekenden is dat jouw zusje [minderjarige 2] niet bij jouw vader is. Ook heb je uitgelegd dat het jou niet meer om het gezag gaat, maar vooral dat je geen verplichte fysieke omgang meer met jouw vader hoeft te hebben. Verder gaf je aan dat het voor jou wel belangrijk is om contact te blijven houden met je vader en dat je het jammer vindt dat het contact zo weinig is. Je hoopt dat jouw vader de afspraken zal blijven nakomen en moeite doet om het contact met jou te onderhouden. Bovendien vertelde je dat je het prima vindt om je vader ook op andere momenten te zien, bijvoorbeeld met kerst bij opa en oma.

Op 26 juni 2026 heeft de rechter ook gepraat met jouw ouders en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechter heeft toen gehoord wat jouw ouders van jouw wens en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming vinden. Jouw ouders kunnen zich vinden in het advies van de Raad en willen graag dat de zorgregeling tussen jou en jouw vader op die manier wordt gewijzigd.

De rechter heeft goed naar iedereen geluisterd en heeft een beslissing genomen. De rechter zal beslissen dat jij niet meer verplicht naar jouw vader hoeft, maar dat jij en jouw vader een keer in de twee weken, in het weekend dat jouw zusje [minderjarige 2] niet bij je vader is, een belmoment met elkaar hebben op een vast tijdstip. Jouw vader belt jou daarbij steeds als eerste op. Tijdens een belmoment spreek jij met jouw vader de datum en het tijdstip van het volgende belmoment af. Het eerste belmoment zal plaatsvinden op zaterdag 25 juli 2026 om 19:00 uur . Als dit tijdstip niet uitkomt voor jou, bijvoorbeeld omdat jij op dat moment nog werkt, dan stuur jij je vader een berichtje via Whatsapp om een nieuw tijdstip met hem af te spreken. Tot slot wijst de rechter jou er op dat – als jij en je vader dat willen – jullie ook buiten deze vaste momenten contact met elkaar mogen hebben, waarbij het niet uitmaakt wat voor contact dit is. Zo kan jij bijvoorbeeld altijd jouw vader een Whatsapp berichtje sturen.

Hopelijk is het voor jou nu duidelijk wat de rechter heeft beslist. Met deze beslissing komt een einde aan deze procedure naar aanleiding van jouw brief. Veel succes verder met jouw opleiding en het allerbeste voor de toekomst.

Met vriendelijke groet, namens de rechter,

de griffier.”

3. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 4 december 2020 en het daaraan aangehechte ouderschapsplan van 25 november 2020, in die zin dat de zorgregeling ten aanzien van de man en de minderjarige [minderjarige 1] gewijzigd wordt, en bepaalt dat de man en [minderjarige 1] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met elkaar zoals in rechtsoverweging 2.9 is overwogen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand