ECLI:NL:RBZWB:2026:8114

ECLI:NL:RBZWB:2026:8114

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer 25-032276
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Gedeeltelijke toewijzing kosten rechtsbijstand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 25-032276

datum : 16 april 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [woonadres] ,

hierna te noemen: verzoekster.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 10 december 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:

Op 31 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en verzoekster gehoord.

Verzoekster heeft verzocht om een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen. Daartoe is aangevoerd dat verzoekster professionele rechtsbijstand heeft moeten inschakelen voor de afhandeling van het oorspronkelijk gelegde strafrechtelijke beslag op de Mercedes van verzoekster. De communicatie met politie en Openbaar Ministerie hieromtrent, de aanhoudende VIN-blokkade op de Mercedes, het opstellen en indienen van het klaagschrift, het noodzakelijke verweer tegen het aanvullende klaagschrift van een derde belanghebbende - waardoor verzoekster onnodig opnieuw in een gerechtelijke procedure werd betrokken - en de voorbereiding en bijwoning van de zitting hebben tot deze juridische kosten geleid. Verzoekster heeft verzocht om bij de beoordeling van het verzoek de psychische en emotionele belasting die dit alles bij verzoekster heeft veroorzaakt mee te wegen.

De officier van justitie acht - in afwijking van de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie - gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een deel van de verzochte vergoeding voor de kosten rechtsbijstand toe te kennen. Uit de door verzoekster bij e-mailbericht van 31 maart 2026 overgelegde urenstaat begrijpt de officier van justitie dat er kosten voor de inzet van twee advocaten, te weten mr. Fuijkschot en mr. Gripmans, zijn gefactureerd en dat beide advocaten voor dezelfde/vergelijkbare activiteiten uren hebben geschreven. Ook worden er door beide advocaten uren ten behoeve van correspondentie gedeclareerd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de uren van de tweede advocaat, mr. Fuijkschot, niet toegewezen kunnen worden. Er is zijns inziens geen sprake van een complexe procedure waarbij specialistische kennis vereist is. Evenmin is hem de noodzaak voor werk en betrokkenheid van een tweede advocaat gebleken. Het honorarium van de tweede advocaat overschrijdt het “standaarduurtarief” van € 250,00, terwijl er geen inzet van specialistische kennis geïndiceerd is en een hoger uurtarief daarom niet van toepassing is. Wat betreft de officier van justitie komt verzoekster in aanmerking voor vergoeding van de uren in verband met werkzaamheden van mr. Gripmans (€ 427,50 +

€ 360,00 + € 2.722,50 + € 225,00 + € 652,50 + € 528,75 + € 2.081,25 + 6% kantoorkosten + 21% BTW) en kunnen daarnaast de gebruikelijke kosten voor de indiening en behandeling van het verzoek in raadkamer worden vergoed.

2. De beoordeling

De zaak is geëindigd door gegrondverklaring van het klaagschrift.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat het klaagschrift in behandeling was bij de rechtbank.

De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden.

Verzoekster heeft een bedrag ter hoogte van € 13.026,75 verzocht voor vergoeding van kosten rechtsbijstand. Verzoekster heeft ter onderbouwing hiervan een urenstaat overgelegd.

De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoekster een deel van de verzochte vergoeding toe te kennen. Zij is met de officier van justitie van oordeel dat slechts de uren in verband met werkzaamheden van mr. Gripmans voor vergoeding in aanmerking komen nu haar onvoldoende is gebleken dat de uren van de tweede advocaat, mr. Fuijkschot, noodzakelijk waren voor de procedure. De rechtbank zal op gronden van billijkheid een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toekennen tot een bedrag van € 8.974,99 (inclusief 6% kantoorkosten en 21% BTW).

Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend. Tijdens de raadkamerzitting van 14 april 2026 was de advocaat niet aanwezig. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om een aanvullende forfaitaire vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer toe te kennen.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 9.314,99, bestaande uit:

- € 8.974,99 aan kosten van rechtsbijstand;

- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

wijst het verzoek voor het overige af;

bepaalt dat een bedrag van € 9.314,99 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [verzoekster] , onder vermelding van “OM/Schadevergoeding”.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 16 april 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid om de beslissing mede te ondertekenen.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.E. van Althuis

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand