RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-307313-24
raadkamernummers: 25-027183 en 25-027184
datum : 14 april 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Marokko),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Rafik, advocaat te Amsterdam (Raadhuisstraat 52D, 1016 DG Amsterdam),
hierna te noemen: verzoeker.
1. De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 12 juli 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 529 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 1.996,50, € 1.996,50, voor de kosten voor het opmaken van een rapport van een particuliere organisatie ( [organisatie] );
het op 12 juli 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 340,00 € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
Het verzoek is behandeld op 31 maart 2026. Hierbij zijn de officier van justitie
mr. P. Kuipers en mr. M. Rafik als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen. Daartoe is aangevoerd dat verzoeker in de onderliggende strafzaak kosten heeft gemaakt voor een rapport van een particuliere organisatie ( [organisatie] ) voor de raadkamer. Verzoeker stelt dat het rapport van [organisatie] het onderzoek heeft gediend, nu zowel de rechtbank als het gerechtshof 's-Hertogenbosch acht hebben geslagen op het rapport.
De officier van justitie heeft zich in afwijking van de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie op het standpunt gesteld dat er gronden van billijkheid zijn om het verzoek geheel toe te wijzen.
2. De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 529 Sv komt verzoeker in aanmerking voor vergoeding van de kosten, welke ingevolge het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, voor zover aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend. De vraag of de aanwending van de kosten het belang van het onderzoek heeft gediend, dient de rechtbank te beantwoorden met inachtneming van de aard en ernst van de zaak en alle daarbij op het spel staande belangen.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Verzocht is om vergoeding van de kosten voor het opstellen van het rapport van [organisatie] , welk rapport op verzoek van de verdediging is opgesteld. De officier van justitie heeft in raadkamer bij de vordering gevangenhouding gesteld geen aanleiding te zien voor het opmaken van een reclasseringsrapportage gezien de aard van de verdenking en de proceshouding van verzoeker. In het bevel gevangenhouding is het verzoek tot schorsing door de rechtbank afgewezen en is over het door [organisatie] opgestelde rapport overwogen dat hiervan niet vaststaat dat alle relevante informatie bekend hij de justitiële autoriteiten zijn betrokken. Verzoeker heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld. Uit de beschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 7 november 2024 volgt dat tijdens de zitting over de voorlopige hechtenis namens verzoeker is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis en dat is verwezen naar de inhoud van het rapport van [organisatie] . Het hof heeft over de schorsing van de voorlopige hechtenis het volgende overwogen:
Het hof is van oordeel dat voortzetting van de voorlopige hechtenis niet strikt noodzakelijk is nu door het verbinden van voorwaarden aan een schorsing van de voorlopige hechtenis, het gevaar voor herhaling terug kan worden gebracht tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau. Daarbij heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op het feit dat verdachte inmiddels bijna drie maanden gedetineerd is, welke detentie een mitigerend effect heeft op het gevaar voor herhaling, tenzij er feiten of omstandigheden zijn die tot een andere conclusie nopen. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn echter niet gesteld en het hof is ook anderszins niet gebleken van het bestaan ervan. De rechtbank is van oordeel dat - gelet op de inhoud van voornoemde overweging van het hof ten aanzien van het schorsingsverzoek van de verdediging - niet kan worden vastgesteld dat en in hoeverre het rapport van [organisatie] het belang van het onderzoek heeft gediend. Ook de uiteindelijk opgelegde schorsingsvoorwaarden zijn niet zonder meer uit het rapport overgenomen. Niet valt dan ook in te zien waarom de kosten van voornoemd rapport voor vergoeding in aanmerking zouden moeten komen. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen. De rechtbank wijst om die reden ook het verzoek tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift en de behandeling in raadkamer af.
3. De beslissing
De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding af.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 14 april 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.