ECLI:NL:RBZWB:2026:8129

ECLI:NL:RBZWB:2026:8129

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer BRE 25/5537
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Besluit spoedeisende bestuursdwang en kostenverhaal wegslepen voertuig i.v.m. evenement. Beroep gegrond. Het college heeft terecht bestuursdwang toegepast, maar het is gelet op de bijzondere omstandigheden niet redelijk om de kosten hiervan voor rekening van eiseres te laten komen.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (het college), verweerder.

Inleiding

1. Met het besluit van 14 juni 2025 (primair besluit) heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door de auto van eiseres weg te slepen van het [plein] te [plaats 1] . De kosten voor het wegslepen en in bewaring stellen van het voertuig zijn op eiseres verhaald. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 21 oktober 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft vervolgens een aanvullende reactie ingediend op het verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en namens het college [gemachtigde] .

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt vast dat er op het [plein] in [plaats 1] een tijdelijk parkeerverbod van kracht was van 14 juni 2025 22.00 uur tot 15 juni 2025 20.00 uur. Daarnaast staat vast dat de auto van eiseres op 14 juni 2025 omstreeks 23.13 uur op deze locatie geparkeerd stond. Dit is in strijd met het op dat moment geldende parkeerverbod. In dat geval geldt de beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat het college verplicht is om handhavend op te treden om de overtreding te beëindigen, tenzij er een andere oplossing mogelijk is. Het college kon eiseres niet op korte termijn bereiken om te verzoeken de auto te verzetten.

Vanwege (de opbouw van) het geplande evenement bestond er een noodzaak om de auto weg te slepen. De rechtbank concludeert dan ook dat het college terecht bestuursdwang heeft toegepast door het voertuig van eiseres weg te (laten) slepen.

In beginsel komen de kosten voor het toepassen van de bestuursdwang voor rekening van eiseres. Voor het maken van een uitzondering hierop kan aanleiding bestaan als de betrokkene geen verwijt valt te maken over de ontstane situatie en bij het ongedaan maken daarvan het algemeen belang in die mate is betrokken dat het onevenredig is om de kosten voor rekening van de betrokkene te laten. Ook andere, bijzondere omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk moet afzien van het kostenverhaal.

De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding bestaat om in dit geval af te zien van het kostenverhaal. Daartoe overweegt de rechtbank dat op 4 juni 2026, op het moment dat eiseres haar auto op het parkeerterrein heeft geparkeerd, het parkeerverbod nog niet gold of was aangekondigd. De rechtbank twijfelt er niet aan dat eiseres ook niet wist dat er een parkeerverbod zou gaan gelden. Als algemeen uitgangspunt geldt dat bij het (langdurig) parkeren van een auto van de eigenaar verwacht mag worden dat diegene met enige regelmaat controleert of het voertuig er nog steeds mag staan. De situatie kan namelijk wijzigen, bijvoorbeeld in verband met een evenement of schoonmaakwerkzaamheden. De rechtbank acht een termijn van een week daarvoor redelijk.

Het college heeft aangetoond dat de bebording met de aankondiging van het tijdelijke parkeerverbod op 5 juni 2026 is geplaatst. Eiseres is op 4 juni 2026 voor het laatst op het parkeerterrein geweest. Dat betekent dat zij uiterlijk op 11 juni 2026 de situatie ter plaatse had moeten controleren. Echter, op die datum werd eiseres ziek en op 14 juni 2026 was zij nog niet hersteld. Dit wordt ook niet betwist door het college. Als iemand zelf niet in de gelegenheid is om de situatie te controleren, moet diegene proberen een ander in te schakelen om dit te doen. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat zij alleen woont en geen familie in Nederland heeft. Daarnaast verbleef haar vriendin uit [woonplaats] op dat moment in Hongarije en haar andere vrienden en kennissen wonen elders in Nederland. De rechtbank vindt dat niet van eiseres verlangd kan worden dat zij iemand vanuit [plaats 2] naar een parkeerterrein in [woonplaats] zou laten reizen om de situatie te bekijken. Dit maakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor eiseres geen verwijt kan worden gemaakt. Daarmee is het naar het oordeel van de rechtbank niet redelijk om de kosten van de spoedeisende bestuursdwang op eiseres te verhalen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Het college heeft terecht bestuursdwang toegepast, maar het is gelet op de bijzondere omstandigheden niet redelijk om de kosten hiervan voor rekening van eiseres te laten komen. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen, voor zover het de kosten van bestuursdwang betreft. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien door het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen voor zover daarin de kosten van bestuursdwang voor rekening van eiseres zijn gebracht. Het primaire besluit blijft voor het overige in stand. Het college moet dus het betaalde bedrag voor het wegslepen van de auto aan eiseres terugbetalen.

4. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, moet het college het door eiseres betaalde griffierecht van € 194,00 vergoeden. Niet is gebleken dat eiseres proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Breeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand