[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk.
Inleiding
1. In deze tussenuitspraak neemt de voorzieningenrechter een ordemaatregel voorafgaand aan de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening tegen het opleggen van een twintigtal lasten onder dwangsom wegens diverse overtredingen achter het perceel [adres] te [woonplaats] .
Deze lasten zijn in één besluit met de verzenddatum 14 juli 2026 opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Gelet op de spoed en de aard van de zaak acht de voorzieningenrechter een ordemaatregel gepast.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen van een ordemaatregel voorafgaand aan de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening en de belangen van de vergunninghouder die pleiten tegen het treffen daarvan af. Daarbij speelt in dit geval de onbereikbaarheid van het college een grote rol.
Verzoeker heeft op 17 augustus 2026 het verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij verzocht de zaak voor afloop van de begunstigingstermijn, te weten 25 augustus 2026, op zitting te behandelen, zodat hij voor afloop van de begunstigings-termijn weet wat hij wel of niet moet doen. Vanuit de rechtbank is diverse keren met het college gebeld voor overleg over dit dossier. Telkens heeft een receptioniste de rechtbank te woord gestaan. Daarbij is aan het college gevraagd om de dossierstukken en of het college bereid is ambtshalve de begunstigingstermijn op te schorten tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Meerdere malen is toegezegd dat de rechtbank hierover teruggebeld zou worden. Eénmaal heeft een medewerkster teruggebeld met de mededeling dat zij er niet over gaat en dat de volgende dag een andere collega terug zou bellen. Dat is niet gebeurd. Er is door het college niet inhoudelijk op dit dossier gereageerd. Ook op een e-mail waarin dezelfde vraag is gesteld, is vooralsnog niet gereageerd.
Gelet op het feit dat de voorzieningenrechter geen inhoudelijke reactie van het college heeft gekregen en niet beschikt over de onderliggende stukken, is het niet acceptabel dat verzoeker als gevolg hiervan dwangsommen verbeurt, zonder inhoudelijk oordeel van de voorzieningenrechter. Gelet op de zwaarwegende gevolgen voor verzoeker is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoeker bij het opschorten van het besluit waarin de dwangsommen worden opgelegd groter is dan het belang van het college bij het vasthouden aan de oorspronkelijke begunstigingstermijn. Het college heeft, ondanks dat daar wel de gelegenheid toe is geboden, niet laten weten hieraan groot belang te hechten. De voorzieningenrechter zal het bestreden besluit van 14 juli 2026 daarom schorsen tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel. Dat betekent dat tot aan de uitspraak van de voorzieningenrechter geen dwangsommen worden verbeurd. De voorzieningenrechter die het verzoek om een voorlopige voorziening inhoudelijk zal behandelen is hier in de verdere procedure niet aan gebonden. De beoordeling van de volledige bezwaargronden waarbij ook de onderliggende stukken worden betrokken kan tot een ander oordeel leiden.
Beslissing
De voorzieningenrechter schorst het primaire besluit van 14 juli 2026 tot de dag na bekendmaking van de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 24 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: