ECLI:NL:RBZWB:2026:8163

ECLI:NL:RBZWB:2026:8163

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer BRE 25/4737 ZW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Het beroep is ongegrond. Het UWV heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hier geen sprake is van een benadelingshandeling. Verder overweegt de rechtbank dat het beroep van eiseres op het evenredigheidsbeginsel niet kan slagen, omdat bij de vraag of sprake is van een benadelingshandeling geen ruimte bestaat voor een belangenafweging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV terecht een ZW-uitkering toegekend aan ex-werknemer met ingang van 1 november 2024.

Uitspraak

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de toekenning van een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) door het UWV aan ex-werknemer.

Het UWV heeft met een besluit van 11 februari 2025 (primair besluit) aan ex-werknemer een ZW-uitkering toegekend met ingang van 1 november 2024. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Vervolgens heeft het UWV met een besluit van 6 augustus 2025 (bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres is het ook met dit bestreden besluit niet eens en heeft daarom bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Ex-werknemer heeft de rechtbank laten weten dat hij als derde partij wil deelnemen aan het beroep. Verder heeft hij geen toestemming verleend voor kennisneming van de stukken die medische gegevens bevatten door eiseres, zijn ex-werkgever.

De rechtbank heeft in de beslissing van 10 februari 2026, onder toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bepaald dat kennisneming van de in die beslissing genoemde stukken voorbehouden is aan een gemachtigde die advocaat of arts is dan wel daarvoor bijzondere toestemming heeft gekregen van de rechtbank.

Om die reden zal in deze uitspraak geen melding worden gemaakt van specifieke op de ex-werknemer betrekking hebbende medische gegevens.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 9 juni 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. P.H. Warnier als waarnemend gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het UWV, ex-werknemer en de gemachtigde van ex-werknemer.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wetgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht een ZW-uitkering heeft toegekend aan ex-werknemer met ingang van 1 november 2024. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. Niet in geschil is dat ex-werknemer vanaf het einde van zijn dienstverband op 1 november 2024 ziek was in de zin van de ZW. Ex-werknemer had dus recht op een ZW-uitkering vanaf die datum.

5. In geschil is hier of sprake is van een benadelingshandeling in de zin van artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW, nu ex-werknemer zich bij het UWV heeft ziek gemeld per 16 september 2024 terwijl hij op 2 februari 2024 met eiseres een vaststellingsovereenkomst (VSO) had gesloten om zijn aanstelling per 1 november 2024 te laten eindigen in verband met vervroegd pensioen. Als er sprake is van een benadelingshandeling, is dat grond voor het weigeren van een ZW-uitkering. Dit zou ook betekenen dat eiseres als eigenrisicodrager voor de ZW geen lasten zou hoeven te dragen in verband met de ziekmelding van ex-werknemer.

6. Volgens vaste rechtspraak is er sprake van een benadelingshandeling in situaties waarin een werknemer zijn recht op loon prijsgeeft op een moment dat het arbeidsongeschiktheidsrisico al is ingetreden. De rechtbank overweegt dat de reden waarom het recht op loon wordt prijsgegeven in de VSO daarbij geen rol speelt. Het is dus niet van belang of de VSO was bedoeld als pensioenregeling of dat ex-werknemer na 1 november 2024 wel of geen werknemer van eiseres meer wilde zijn. Beslissend is het moment van intreden van het arbeidsongeschiktheidsrisico. Niet gebleken is dat dit risico al was ingetreden op het moment dat eiseres en ex-werknemer de VSO sloten. Dit betekent dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hier geen sprake is van een benadelingshandeling.

7. De rechtbank overweegt verder dat het beroep van eiseres op het evenredigheidsbeginsel niet kan slagen, omdat bij de vraag of sprake is van een benadelingshandeling geen ruimte bestaat voor een belangenafweging.

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV in het bestreden besluit dan ook terecht een ZW-uitkering toegekend aan ex-werknemer met ingang van 1 november 2024. Het bestreden besluit blijft in stand.

Conclusie en gevolgen

9. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug en krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.

10. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026 door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht:

De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de Ziektewet:

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, de Werkhervattingskas of de eigenrisicodrager benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, en 49.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand