RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-112544-25
raadkamernummer : 25-018246
datum : 28 april 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. F.H.J. de Graaf, advocaat te Tilburg (Bredaseweg 204-13, 5038 NK Tilburg),
hierna te noemen: verzoeker.
1. De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 14 juli 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen.
Het Openbaar Ministerie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel kan worden toegewezen en heeft daarbij te kennen gegeven dat een mondelinge behandeling niet nodig is.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting contact opgenomen met de advocaat. Daarbij heeft zij aangegeven dat het verzoekschrift in aanmerking komt voor een pro-formabehandeling, maar zij zich nog wel een oordeel zal vormen over de verzochte reiskosten ten behoeve van het verhoor van verzoeker op het politiebureau. Verzoeker heeft gepersisteerd bij het verzoek en ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift.
Op 14 april 2026 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, aanwezig. Verzoeker en de advocaat zijn niet verschenen.
2. De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 459,80 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Verzoeker heeft een bedrag ter hoogte van € 1,47 verzocht voor reiskosten in verband met een verhoor op het politiebureau. Deze kosten vallen buiten de reikwijdte van artikel 530 Sv, zodat de rechtbank de verzochte vergoeding van deze kosten zal afwijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 799,80, bestaande uit:
- € 459,80 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van € 799,80 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Maze Advocaten, onder vermelding van “[verzoeker]/OM schadevergoeding (02-112544-25) dossier [nummer]”.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 28 april 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.