Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02.202595.21
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 26 augustus 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
verblijvende in [kliniek 1] ,
[adres] ,
raadsvrouw mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Breda.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 7 februari 2022 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene (hierna: [betrokkene] ) gelast ter zake van een poging doodslag (overtreding van artikel 45 en artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht, hierna: [betrokkene] ).
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Sr.
De termijn van de tbs is aangevangen op 15 augustus 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 13 augustus 2024 is de tbs met verpleging van overheidswege laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 19 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 12 augustus 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S. van der Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens is [betrokkene] gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Breda.Voorts is als deskundige drs. [deskundige] , GZ-psycholoog van [kliniek 1] gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 15 juni 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar.
De tbs-instelling heeft daartoe aangevoerd dat er bij [betrokkene] sprake is van schizofrenie, een stoornis in alcohol en cannabisgebruik en gebruik van een amfetamineachtig middel (allen langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving). [betrokkene] verblijft sinds januari 2023 op de FPC [kliniek 1] . Sinds mei 2024 verblijft hij op een behandelafdeling, waar in de afgelopen periode sprake is geweest van een geleidelijk positief behandelverloop met een blijvend chronisch psychotisch toestandsbeeld. Sinds mei 2025 zijn alle urinecontroles schoon gebleven en [betrokkene] blijft gemotiveerd voor abstinentie, mede doordat verlof een belangrijke motivatie vormt. Hij wil inmiddels helemaal geen drugs- en alcohol gebruiken in de toekomst. Zijn probleembesef is toegenomen. Na het overlijden van zijn moeder in januari 2025 blijft hij, ondanks zijn verdriet, opvallend stabiel functioneren. Binnen de behandeling wordt gezien dat [betrokkene] beter in staat is om spanningen bespreekbaar te maken en instructies op te volgen. De wekelijkse besprekingen van het signaleringsplan en een intensieve begeleiding dragen bij aan meer zelfinzicht en emotieregulatie, passend bij zijn cognitieve beperkingen. Inmiddels zijn de stapgsgewijze interventies vanuit het veiligheidsplan ingetraind. Echter, generalisatie van vaardigheden blijft beperkt, waardoor blijvende externe ondersteuning noodzakelijk is. Ook binnen de resocialisatie zijn positieve stappen gezet. Na een periode van stabilisatie zijn verloven gestart en inmiddels is het verlofkader uitgebreid naar enkel begeleid verlof inclusief netwerkverlof. De enkel begeleide verloven verlopen tot op heden probleemloos en [betrokkene] laat hierin adequate afstemming, motivatie en verantwoordelijkheid zien. Tegelijkertijd blijft zichtbaar dat verloven veel vragen van zijn draagkracht en dat hij kwetsbaar blijft voor externe prikkels, spanning en beïnvloeding. Daarnaast wordt binnen dagbesteding een voorzichtige verbetering gezien. Het Dag Activiteiten Centrum (DAC) sluit goed aan bij zijn belastbaarheid en behoefte aan intensieve begeleiding. Het lukt hem steeds beter om werkblokken vol te houden en actief om hulp te vragen bij toename van stemmen. Sinds de toevoeging van olanzapine in maart 2026 lijkt bovendien sprake van verbetering van zijn draagkracht en functioneren. Het behandelteam ziet daarmee duidelijke positieve ontwikkelingen in abstinentie, begeleidbaarheid, zelfreflectie, verlofopbouw en dagstructuur. Tegelijkertijd blijft sprake van ernstige en chronische psychiatrische problematiek, beperkte cognitieve vermogens, blijvende afhankelijkheid van externe structuur en een kwetsbaarheid voor psychotische ontregeling en middelengebruik. De huidige vooruitgang is sterk afhankelijk van het intensieve behandel- en begeleidingskader van de kliniek. Om de ingezette resocialisatie zorgvuldig voort te zetten, een mogelijke overstap naar een vervolgvoorziening verder vorm te geven en de huidige stabiliteit te bestendigen, wordt een termijn van meerdere jaren noodzakelijk geacht. Om die reden wordt geadviseerd de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar te verlengen. Als de tbs-maatregel zou worden beëindigd, zal het recidiverisico hoog zijn, vanwege het ontbreken van een maatschappelijke inbedding wat direct zal leiden tot overvraging.
Ter zitting heeft deskundige [deskundige] daaraan nog toegevoegd dat inmiddels bekend is dat [betrokkene] naar de FPA van de [kliniek 2] kan, maar dat nog niet duidelijk is wanneer hij daar geplaatst kan worden. De deskundige heeft aangegeven dat [betrokkene] heel goed meewerkt aan zijn behandeling en met de begeleiding die hij krijgt. Het is echter niet realistisch dat de tbs over een jaar al dan niet voorwaardelijk kan worden beëindigd. Als hij bij de [kliniek 2] wordt geplaatst, zal hij eerst zes weken intern verblijven en dan zal stapsgewijs weer verlof worden opgebouwd. Stel dat hij daarna naar begeleid wonen kan, zal dat langer dan een jaar duren. Zij geeft aan dat [betrokkene] het strakke kader waarin hij nu leeft, nodig heeft om niet te decompenseren. Zij acht het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel hoog. Gelet op de nog te nemen stappen die langer dan een jaar gaan duren, moet de tbs nog met twee jaar worden verlengd.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van psychiater [persoon] van 5 mei 2026 volgt dat er nog steeds sprake is van schizofrenie en als gevolg daarvan sprake is van cognitief verval. Verder is sprake van stoornissen in alcoholgebruik, cannabisgebruik en amfetamineachtige middelen, welke stoornissen nu in remissie zijn binnen de gereguleerde omgeving van de kliniek. De psychiater heeft vermeld dat binnen de huidige context het recidiverisico laag is, maar bij beëindiging van de maatregel zou het risico op gewelddadig gedrag oplopen tot hoog, omdat het dan te verwachten is dat [betrokkene] zou worden overvraagd. Dit zou leiden tot ontregeling en tot een floride psychose met een hoge kans op vijandigheid. Gelet op de stappen die nog gezet moeten worden in het traject dient de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te worden verlengd.
Advies psycholoog
De psycholoog drs. [psycholoog] heeft in het rapport van 8 mei 2026 evenals de psychiater en de kliniek aangenomen dat er sprake is van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van alcohol, cannabis en amfetamine. Mogelijk is er volgens de psycholoog ook sprake van een depressieve stoornis. Met de kliniek en de psychiater is de psycholoog van oordeel dat er sprake is van een matig tot hoog recidiverisico bij beëindiging van de tbs-maatregel. De psycholoog stelt dat het duidelijk is dat de duur van de tbs tot aan de voorwaardelijke beëindiging langer zal duren, maar adviseert de maatregel tbs te verlengen met een jaar omdat twee jaar voor [betrokkene] een erg lange periode is en verlenging met een jaar hem zou kunnen helpen om zijn motivatie vast te houden en niet weg te zakken in somberheid en een gevoel van zinloosheid.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
Het standpunt van de verdediging
[betrokkene] en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling. Wel verzetten zij zich tegen de verlenging met een termijn van twee jaar. [betrokkene] heeft aangegeven heel goed te hebben meegewerkt aan de behandeling en begeleiding en blij te zijn dat hij op termijn naar de FPA van de [kliniek 2] kan. Hij is van mening dat zijn tbs kan worden beëindigd binnen één jaar. De raadsvrouw heeft namens [betrokkene] aangegeven dat een periode van twee jaar verlenging voor hem niet te overzien is. Hij doet enorm zijn best. Alles is positief in zijn behandeling. Daarom dient de tbs te worden verlengd met één jaar.
5. Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de tbs met één of met twee jaar moet worden
verlengd. In tbs-zaken geldt als uitgangspunt dat indien aannemelijk is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de tbs in beginsel – behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd moet worden met twee jaar.
De rechtbank ziet dat [betrokkene] de laatste tijd een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt in zijn behandeling. Het is zeer bewonderenswaardig hoe [betrokkene] meewerkt aan de behandeling en zich laat begeleiden. Tegelijkertijd zeggen zowel de kliniek als de externe gedragskundigen dat er nog zeker twee jaar tijd nodig is voor de verdere behandeling en begeleiding van [betrokkene] . De psycholoog heeft als kanttekening gezegd dat het voor de motivatie van [betrokkene] te overwegen is de tbs met één jaar te verlengen, maar dat het traject zeker niet binnen dat jaar zal zijn afgerond. Inmiddels is duidelijk dat [betrokkene] naar [kliniek 2] zal gaan, maar het tijdspad is nog onduidelijk. In beginsel zal hij daar eerst minimaal zes weken moeten wennen en zal vanuit daar een eventueel verlofkader pas weer worden opgestart. Nu duidelijk is dat het traject van [betrokkene] meer dan een jaar gaat duren, ziet de rechtbank geen ruimte om de termijn van de verlenging te beperken. In het geval dat de rechtbank mee zou gaan in de wens van [betrokkene] zou dit betekenen dat, hoe hard [betrokkene] ook zijn best doet in het komende jaar, hij vervolgens na een voor hem spannende verlengingszitting alsnog te horen zou krijgen dat er weer een verlenging zou volgen. Het verloop van zijn traject is immers niet alleen afhankelijk van zijn inzet, maar wordt ook beïnvloed door onder meer de uitdagingen die samen hangen met zijn stoornis en externe factoren, zoals de beschikbaarheid van een passende vervolgplek. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat [betrokkene] komend jaar weer goede stappen zal zetten in zijn traject, maar de deskundigen zijn het erover eens dat het resocialisatietraject ook in dat geval zeker nog meer dan een jaar zal gaan duren.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank ten aanzien van de termijn van de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar verlengen. Hierbij is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van [betrokkene] wordt verlengd met twee jaar.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter,
en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en R. Combee, rechters,
in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 augustus 2026.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.