RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-029042
datum : 24 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (Turkije),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E. van de Rakt advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),
hierna te noemen: verzoeker.
1. De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 12 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
Het Openbaar Ministerie heeft zich in een schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel kan worden toegewezen.
Verzoeker en de officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoeker en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen.
Op 24 februari 2026 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis aanwezig. Verzoeker en de advocaat zijn hierbij niet verschenen.
2. De beoordeling
De zaak is geëindigd door intrekking van het klaagschrift, nadat de beslissing tot teruggave van de in beslag genomen goederen was genomen.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat het klaagschrift in behandeling was bij deze rechtbank.
De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 519,45 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 859,45, bestaande uit:
- € 519,45 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 859,45 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 maart 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.